Laat kinderen op tv vreemde talen horen

Steeds meer kinderprogramma's op de televisie worden nagesynchroniseerd. De mogelijkheid om op jonge leeftijd te wennen aan vreemde talen wordt zo gefrustreerd.

Nederlanders zijn niet alleen bekend doordat zij in iedere uithoek van de wereld komen, maar ook wegens hun talenkennis. Daardoor zijn Nederlanders groot in de internationale handel en kunnen zij overal ter wereld werken.

In de omliggende landen is men onverschillig jegens vreemde talen, dit kan men alleen al vaststellen door een willekeurige Fransman aan te spreken of op de Duitse tv James Bond Duits te horen spreken. Op de Nederlandse televisie komt deze vertaaltrend ook op gang, namelijk bij de kinderprogramma's. Bijna alle oorspronkelijke Engelstalige kinderprogramma's worden vertaald uitgezonden.

Huidige kinderen tussen de 4 en 12 jaar kunnen, naar de kinderzender Nickelodeon, geclassificeerd worden als de nickelodeon-generatie. De programma's waarvan zij de doelgroep zijn, worden bijna allemaal naar het Nederlands vertaald. Dit gebeurt zonder enig protest, noch van ouders noch van de overheid - en dat terwijl kinderen in deze levensjaren de basis leggen voor hun taalvaardigheden in de toekomst. Door het vertalen komen kinderen minder snel in aanraking met vreemde talen. Het is alsof een schroef genaamd Nederlands in het hoofd van een kind wordt gedraaid. Op latere leeftijd is het dan moeilijk om plaats te maken voor anderstalige schroeven.

De nickelodeon-generatie zal later de programma's voor volwassenen ook liever vertaald zien, zo blijkt uit marktonderzoek. Dit is een natuurlijke ontwikkeling, want deze generatie is niets anders gewend. Televisiezenders zullen op deze informatie inspelen. Dan wordt Nederland net zoals Frankrijk, Duitsland, Engeland, waar de kijkers alleen naar hun eigen taal luisteren.

De Nijmeegse taalonderzoeker Paula Fikkert vertelde in een interview: 'Hoe jonger kinderen zijn, des te flexibeler hun hersenen zijn. Dan kunnen ze moeiteloos verschillende talen leren. Niettemin is het lastig om duidelijke leeftijdsgrenzen aan te geven, want zo'n grens verschilt van kind tot kind. Tot en met hun tiende, elfde jaar leren kinderen talen spontaan, onbewust, moeiteloos.

Het heeft geen zin om die jonge kinderen expliciete regels te onderwijzen om de structuur van een (vreemde) taal beter te laten doorgronden. Bied die jongere kinderen maar zoveel mogelijk taal aan, dan leren ze die taal vanzelf.'

Basiskennis van een taal is een belangrijk uitgangspunt om deze verder te kunnen leren. Volgens het CBS kijken zes van de tien kinderen tussen de 4 en de 12 jaar tien uur of meer per week naar de televisie. Gezien dit feit zou het daarom zonde zijn om kinderen geen kennis over te dragen via de televisie.

De continuïteit van de talenkennis die Nederlanders bezitten, komt hierdoor langzaam in gevaar. Nieuwe generaties zouden in ieder geval - onbewust - moeten worden gestimuleerd om andere talen te leren.

Dus geachte mevrouw Van der Hoeven, ik raad u aan iets te doen. Wilt u ervoor zorgen dat televisiezenders minimaal 40 procent van in het buitenland geproduceerde kinderprogramma's in hun oorspronkelijke taal ( Engels, Frans, Duits et cetera) moeten uitzenden? Het is niet bezwaarlijk om hierbij Nederlandse ondertiteling weer te geven.

Kijkend naar een film kan ik er nog mee leven dat een zeker persoon 'Wodka Martini, geschud, niet geroerd' bestelt, maar ik kan niet accepteren dat in de toekomst een Nederlander te incompetent is om dit in het buitenland te bestellen.