Kam noch das

'Dat zijn nog mensen met een scheiding,' zei een van de jongsten. Er klonk afkeer in zijn stem. Hij gaf geen uitleg; de andere deelnemers aan dit televisiegesprek wisten meteen wat hij bedoelde.

Mensen met een scheiding? Dat zijn mannen die iedere ochtend voor de spiegel hun natte haar eerst naar voren kammen. Daarna gaat het grootste deel naar de ene kant en de rest naar de andere, en daartussen ligt de scheiding. Destijds door leuke mensen ook wel 'luizenpaadje' genoemd. Zonder scheiding kon je niet met goed fatsoen de deur uit. Allemaal vorige eeuw. In deze tijd trek je je krijtstreeppak aan, zeker als je op de televisie goed tevoorschijn wilt komen. Desnoods ook nog een overhemd met krijtstrepen, maar zonder das. Wat er op je hoofd groeit, laat je zoveel mogelijk met rust, of je laat het millimeteren, of je scheert het er helemaal af. Coupe biljartbal. Maar een scheiding? Nooit!

De verkiezingsstrijd biedt een goede gelegenheid om op de hoogte te raken van de nieuwste ontwikkelingen in de mannenmode. Al bij zijn aantreden als partijleider had Wouter Bos de stropdas afgezworen. Weet u, zonder naar een foto van hem te kijken, of hij een scheiding heeft? Zo uit mijn hoofd zou ik het niet kunnen zeggen, maar ik geloof van niet. Wel draagt hij een krijtstreep. Zijn plotselinge dasloosheid kwam hem toen op veel kritiek en vooral hoon te staan. Nu heeft zijn partij gewonnen. Jozias van Aartsen (scheiding, das, krijtstreep) wordt waarschijnlijk opgevolgd door Mark Rutten die nadrukkelijk dasloos en zonder scheiding op de televisie verschijnt. Dit stuit zijn partijgenoot Van Baalen (scheiding, das, krijtstreep) dusdanig tegen de borst, dat hij een cameraploeg van de televisie uitnodigt om het volk te tonen hoe hij een das voor a.s. partijleider Rutten koopt.

Als ik de uitspraak van die aanstormende politicus op de televisie niet had gehoord, was het me waarschijnlijk nooit opgevallen. De scheiding vieux jeu? Onmiskenbaar teken van naderende, of zelfs voltooide irrelevantie? (Een woord waarmee je trouwens voorzichtig moet zijn). Omdat ik het nog niet helemaal kon geloven, heb ik nog wat veldwerk gedaan. Eerst in mijn directe omgeving. Waar ik ook keek, er was geen scheiding meer te vinden. Kammen jullie je haar nog? was een van mijn standaardvragen. Nee, meestal niet. Of: heb ik al in jaren niet gedaan. Of: dat doet één keer per maand de kapper. Of: ik heb geen kam. Sommige ondervraagden hadden een, wat in de vorige eeuw genoemd werd, 'wilde haardos'. Anderen hadden krulletjes, of het was kortgeknipt of gemillimeterd. Maar nergens een scheiding.

Ik ging de straat op. Dat heb je soms met zo'n onderzoek: het wordt een obsessie. Allochtoon of autochtoon, niemand had zich duidelijk gekamd. Wel hebben veel pubers hun haar met gel tot een stekelveldje gevormd, maar dat is iets anders. Onze ministers. De premier is zonder scheiding begonnen; heeft nu, als ik me niet vergis, een streep aan de uiterste rechterkant van zijn schedel. Wereldleider George W.Bush heeft iets onduidelijks. Minister van defensie Donald Rumsfeld is nog een scheidingdrager van de oude stempel, voorbeeldig, net als vice-president Dick Cheney. In ons politieke bestel beschouw ik Geert Wilders als de grootste vijand van de verdwijnende haardracht.

Tot zover dit overzicht. Het is duidelijk dat nieuwe tijden zijn aangebroken. In de voorbije periode kon je je als een zichzelf respecterend mens niet in een krijtstreeppak vertonen. Dat was iets voor Al Capone, of veel later nog, iemand die op een verkeerde manier in het onroerend goed zat. Maar in de mannenmode heeft de onderwereld het voorbeeld gegeven. Iedere dag zie ik mensen van volstrekt onbesproken gedrag, zonder scheiding, in hun krijtstreep op het werk verschijnen om hun waardevolle bijdragen tot de inhoud van de slijpsteen te schrijven. Persoonlijk zal ik er nooit aan wennen, maar de krijtstreep is gereclasseerd en de scheiding gedeclasseerd. Wie dat niet begrijpt, is een brontosaurus.

Nog iets anders op het gebied van de democratie. Voor het eerst hebben we hier elektrisch kunnen stemmen. Dat heeft bij sommige columnisten tot enig heimwee naar het rode potlood geleid, het aan een touwtje vastgebonden schrijfgerei waarmee je op het stembiljet een hokje rood moest maken. En dit doet me dan weer, eens in de vier jaar, denken aan Jo Spier, de grote tekenaar. Hij heeft eens een tekening gemaakt, een stemhokje, het gordijn gesloten, met als onderschrift: De man die dacht dat hij het hele hokje rood moest maken.

Voor dat misverstand hoeven we niet bang meer te zijn.