Jongeren keren zich af van het nieuws...

De gemiddelde kijker naar het nieuws op televisie in de VS is zestig jaar oud. Jongeren weten wie zangeres Jessica Simpson is, de naam van minister John Ashcroft zegt hun niets. Vier Amerikaanse sociologen beantwoorden de vraag of dat erg is. En of de media er iets aan kunnen doen.

Michael Schudson Foto's WO Oosterbaan, Warna

David T. Z. Mindich zit aan een tafeltje in een koffiehuis in Burlington. Buiten sneeuwt het licht, binnen zitten jonge mensen. Ze praten, ze lezen en ze eten een clubsandwich. Over die jonge mensen heeft Mindich een boek geschreven. Er zit hem iets dwars.

'Het probleem is', zegt Mindich, 'dat de burgers van een land geïnformeerd moeten zijn. Ze moeten weten wat hun leiders doen, ze moeten de macht in toom kunnen houden. Maar jonge mensen hebben steeds minder belangstelling voor hun leiders. Komt wat hun leiders doen overeen met wat ze zéggen dat ze doen? Ze weten het niet. Dat is gevaarlijk, zeker hier, in de VS, een supermacht.'

Mindich heeft me in zijn oude auto opgehaald. Hij oogt jonger dan de 43 jaar die hij is. Hij kent de wereld van het nieuws, want voordat hij les ging geven werkte hij als verslaggever voor CNN. Nu is hij hoogleraar journalistiek en massacommunicatie aan Saint Michaels College in Burlington, Vermont.

In zijn boek Tuned Out beschrijft hij hoe een hele generatie het contact met het politieke nieuws heeft verloren.

Amerikaanse jongeren konden in 2000 meer kandidaten van de Idols-verkiezingen opnoemen dan kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap. Nog geen twintig procent van de jonge mensen leest elke dag een krant, op de televisie volgen ze het nieuws niet. De gemiddelde leeftijd van de kijkers naar het avondnieuws op de grote networks is nu 60. Volgen die jongeren dan het nieuws op internet? 'Nee', zegt Mindich. 'Ze gebruiken internet voor van alles, behalve voor het nieuws.' Het nieuws is voor hen geen gespreksonderwerp. Dat is in Europa nog steeds anders, vindt Mindich. 'Studenten die een semester in Europa hebben doorgebracht, vertellen me nogal eens dat ze hun kennis van de politieke ontwikkelingen in hun eigen land flink moesten bijspijkeren. Anders waren ze totaal geen partij voor hun Europese studiegenoten.'

Zijn studenten plaatsen hem regelmatig voor verassingen. 'Ik vroeg eens aan 23 studenten wie John Ashcroft is. Hij was toen pas benoemd tot minister van Justitie. Er was er één die het wist. Maar als ik had gevraagd wie is Jessica Simpson (een Amerikaanse zangeres - WO), dan had iedereen het geweten. En als je het niet weet, denkt iedereen dat je gek bent. Maar dat denken ze niet als je niet weet wie John Ashcroft is, of Donald Rumsfeld.'

Het is heel zorgelijk, vindt Mindich. 'We hebben nu het schandaal dat de president erin heeft toegestemd dat de burgers bespioneerd worden zonder dat hij daartoe gemachtigd is. Een tamelijk complexe kwestie. Maar de speciale adviseur van Bush, Karl Rove, zegt dan eenvoudig: 'De president vindt dat als Al Qaeda iemand in de Verenigde Staten opbelt, het van nationaal veiligheidsbelang is om te weten wie ze bellen en waarom'. Tsja. Politici kunnen dat soort slogans gaan gebruiken als de burgers niet geïnformeerd zijn. Dat is gevaarlijk. Als mensen gaan reageren op slogans ben je niet ver van het fascisme.'

Lange vijftiger

Helemaal aan de andere kant van dit werelddeel, in zonnig Californië, vouwt Daniel Halin, een lange vijftiger, zich op in zijn kleine werkkamer op de schitterende campus van de University California, San Diego. Hij is hoogleraar communicatie en doet onderzoek naar het functioneren van de media in verschillende landen. De meeste conclusies van Mindich deelt hij. 'Studenten weten best wel wat, maar niet zoveel als eerdere generaties. Daar komt bij dat ze niet goed weten wat ze met het nieuws aanmoeten, ze weten niet wat ze ervan moeten vinden. Ze discussiëren ook nauwelijks over politiek.' Waarom is dat een probleem? 'Als mensen niet weten wat er aan de hand is en wat ze ervan moeten denken, dan hebben ze minder macht. Dan verschuift de macht naar lobbyisten, naar belangengroepen die achter de schermen werken.'

Een deur verder zit zijn generatiegenoot en collega Michael Schudson, een bedachtzame socioloog met een paar veelgelezen titels over journalistiek en de media op zijn naam. Schudson is wat minder uitgesproken in zijn oordeel. 'Mijn eigen kinderen lezen veel minder dan ik op hun leeftijd, het is ook minder dan ik zou willen. Toch ben ik vaak verbaasd hoe goed ze op de hoogte zijn. Ze schijnen te weten wat er aan de hand is - maar dat komt niet van lezen, dat verzeker ik je. Op de een of andere manier sijpelt het toch door. Ze horen het via de grappen van een late night show, of van Jon Stewart (een komiek die een satirisch nieuwsprogramma presenteert, WO).'

Maar zich echt interesseren voor het nieuws - dat doen ze niet. 'Laatst was Seymour Hersh (de journalist die de mishandelingen in de Abu Ghraib-gevangenis in de publiciteit bracht, WO), op de campus voor een lezing, maar er kwamen heel weinig studenten op af. Zijn naam betekende niet veel voor ze.' Is de oorlog in Irak een onderwerp dat door zijn studenten wordt besproken? 'Nee, ik denk niet dat het een belangrijk onderwerp voor ze is. Tijdens de Vietnamoorlog was dat anders, maar ja, toen was er dienstplicht, dat maakt wel uit.'

Vindt Schudson het zorgelijk dat ze minder in het nieuws zijn geïnteresseerd? 'Ik denk dat iedereen zal zeggen dat het heel slecht is. Maar we weten niet precies of het vroeger beter was. In de negentiende eeuw werden er veel kranten gelezen en heel veel mensen gingen stemmen - veel meer dan nu. Maar de kranten die ze lazen waren behoorlijk slecht en wat we niet weten is: wát lazen ze? We weten het ook niet voor 1950 of 1960 toen er nog aardig wat kranten gelezen werden. Maar wat pikten de mensen eruit? De strips? De astrologierubriek? Kruiswoordpuzzels? Het politieke nieuws?'

Schudson haalt onderzoek aan van zijn collega's Carpini en Keeler. Die ontdekten dat de kennis van Amerikanen over hun eigen samenleving en politieke systeem in de periode 1945-1990 min of meer op peil bleef. 'Geen achteruitgang dus. Maar als je rekening houdt met het feit dat in diezelfde periode het onderwijs enorm is uitgebreid, moet je over het gelijkblijven van die kennis dus eigenlijk heel bezorgd zijn.'

Old timer

In New York is old timer Herbert J. Gans (79) niet erg onder de indruk van het gebrek aan belangstelling voor het nieuws. 'Dat was vroeger nauwelijks anders', zegt Gans, auteur van een aantal sociologische klassieken, zoals Deciding what's news (1979), waarin hij verslag deed van maandenlang bivakkeren op de redacties van Time, Newsweek en de televisiestations van CBS en NBC. In zijn kantoortje in een van de bijgebouwen van Columbia University spreekt hij met zachte stem de ene na de andere one liner uit. 'Human interest is altijd de belangrijkste trekker van de media geweest. En als je de mensen voor het nieuws uit het Midden-Oosten wil interesseren moet je de olieprijzen verhogen. Dan willen ze wel weten wat daar aan de hand is. In New York en Chicago zijn twee burgemeesters niet herkozen omdat de sneeuw niet op tijd was opgeruimd. Dat interesseert de mensen. Sinds die tijd ruimt iedere burgemeester de sneeuw op tijd op.'

Dus als het nieuws gaat over de dingen die betrekking hebben op je eigen leven, dan is er wel belangstelling? In Burlington is David Mindich daar niet van overtuigd. 'Een paar jaar geleden veranderde het Congres het stelsel van de studieleningen. Dat was vlak voor Kerstmis. Het betekende dat studenten na hun studie veel meer geld zouden moeten terugbetalen, 10 tot 20.000 dollar méér voor de gemiddelde student. Na de kerstvakantie vroeg ik een groep van 20 studenten wie daar in de vakantie over gesproken had. Geen één! Terwijl het ze rechtstreeks aanging!'

Schreeuwende kinderen

Wat is de oorzaak van die geringe belangstelling voor het nieuws? Herbert Gans: 'De meeste mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd. Als je twee schreeuwende kinderen hebt of je moeder ziek is, weet ik niet of je zin hebt om je te verdiepen in de moslims in Afghanistan. De meeste mensen zijn alleen in hun eigen leven en dat van hun gezin geïnteresseerd.' David Mindich: 'De opkomst van de entertainmentindustrie. Als je 30 jaar geleden de tv aanzette, had je een goede kans dat je in een nieuwsuitzending belandde. Nu kun je de televisie aanzetten en helemaal geen nieuws meer zien. Daar komt bij dat het onderwijs steeds verder is gestandaardiseerd, en steeds meer in het teken staat van rekenen en taal. Vakken als maatschappijleer worden daar de dupe van.' En dan is er de Amerikaanse cultuur van het individualisme. 'Als je jezelf niet verbonden voelt met anderen, dan interesseren die anderen je ook minder, en dan volg je het nieuws minder goed.'

Daniel Hallin: 'In de hele wereld neemt het aantal krantenlezers af. Dat is voor een deel het gevolg van de technologie en de concurrentie van de nieuwe media. Maar er is ook iets anders aan de hand: een afnemende belangstelling voor de politiek. In de jaren dertig, veertig en vijftig zagen de burgers de politiek als een middel om de problemen van de samenleving op te lossen. Maar tegenwoordig, in de tijd van het neo-liberalisme, kijken ze meer naar de markt als middel om vooruit te komen. Onze huidige cultuur is veel individualistischer. Als mensen zich afvragen: 'hoe krijgen onze kinderen een betere toekomst?', dan denken ze niet aan het soort veranderingen waar politieke partijen of overheden voor kunnen zorgen. Ze denken dan in de eerste plaats aan hun eigen inspanningen.'

Is dat omdat de politiek zijn werk gedaan heeft? Hallin: 'Voor een deel wel ja. De geringere belangstelling voor het nieuws is een product van de welvaart van na de Tweede Wereldoorlog. De mensen voelen zich in hun persoonlijk leven veilig, ze hebben er wel vertrouwen in dat ze het zelf wel rooien. Ze hebben niet het idee dat ze daar politieke organisaties of collectieve actie bij nodig hebben.' Ligt dat ook niet een beetje aan die organisaties zelf? 'Er is wel heel veel ontevredenheid over hun functioneren, maar die is niet erg rationeel. Het lijkt er niet op dat die instellingen en organisaties hun werk nu zoveel slechter doen dan vroeger.' Het heeft meer te maken, zegt Hallin, met het feit dat de mensen zich steeds meer langs etnische en culturele lijnen profileren, dan dat ze zich als lid van een bepaalde economische klasse zien. Toch is dat economische perspectief nog steeds het leidende principe van de meeste politieke organisaties. Gevolg: de burgers voelen er steeds minder thuis bij die organisaties.

Minder armoede

Ook Michael Schudson ziet een verband tussen welvaart en de belangstelling voor het nieuws. 'Het relatieve succes van de Amerikaanse regeringspolitiek sinds de jaren zestig heeft de belangstelling voor het nieuws geen goed gedaan. De inkomensongelijkheid is wel toegenomen, maar er is veel minder armoede dan veertig jaar geleden. Vooruitgang is niet goed voor het nieuws.

'En wat ook niet helpt is journalistiek professionalisme. De kwaliteitskranten van tegenwoordig zijn veel beter dan de partijkranten die je vroeger had. Ze zijn kritischer, ze doen aan onthullingsjournalistiek, ze lopen veel minder aan de leiband van de overheid. Maar die professionaliteit schept ook distantie, je wordt niet meer toegesproken als kameraad of bondgenoot.

'Vroeger was de keuze voor een krant een logisch gevolg van de positie die je in de samenleving had, je bracht tot uitdrukking dat je tot een bepaalde groep behoorde. Maar mensen definiëren zich niet meer op zo'n manier, ze zien zichzelf niet als Republikein of Democraat, ze zijn veel meer met hun eigen leven bezig.'

Daar komt nog iets bij, zegt Schudson. Het nieuws wordt steeds ingewikkelder. 'Ik was een tijdje geleden nogal geïnteresseerd in de vraag of een bepaald stukje snelweg vlak bij mijn huis zou worden aangelegd. Dus ik volgde het nieuws daarover op de voet. Op een bepaald moment las ik in de plaatselijke krant dat een gemeentelijke commissie het groene licht had gegeven voor dat stukje snelweg. En dat er nu nog maar acht andere overheidsorganisaties waren die er zich over moesten buigen... Een commissie van de staat, een milieudienst, een dienst die over het kustgebied ging, enzovoort. De politiek is soms heel moeilijk te volgen, zelfs voor mensen zoals ik, die hun best doen om het te begrijpen.'

Telefoon

Is er nog hoop? Kunnen de media iets doen om de belangstelling voor het nieuws te vergroten? Mindich pleit voor meer nieuws op de televisie en internet. 'In de tijd voor Reagan moesten de tv-networks in het 'publiek belang' handelen, dat was een officieel criterium. Als ze het niet deden werd hun vergunning ingetrokken. Dat zou je weer moeten invoeren. Meer nieuws, meer nieuws in kinderprogramma's bijvoorbeeld. En meer nieuws op de belangrijke internetsites, dat zou ook helpen.

'En humor. Ken je de Daily Show van Jon Stewart? Dat is een heel geestige, satirische nieuwsshow, die heel populair is. Hij heeft het echt over het grote nieuws, de verkiezingsoverwinning van Hamas bijvoorbeeld. Ik ben er zeker van dat hij de belangstelling voor het nieuws stimuleert.'

Schudson: 'Het is erg om te zeggen, maar journalisten kunnen er zelf niet veel meer aan doen. Je kunt het nieuws gebruiksvriendelijker opdienen, je kunt meer analyse bieden, meer columns afdrukken - maar je kunt de trend waarschijnlijk niet stoppen.'

Hallin: 'Dat denk ik ook. Daar zijn de veranderingen in de samenleving te ingrijpend voor, te diep verankerd in de maatschappelijke structuur.'

Ook Gans pleit voor bescheidenheid. 'In het midden van de jaren '60 heeft een regeringscommissie nog eens uitgezocht hoe het nieuws van de rellen in de getto's zich zo snel over het hele land kon verspreiden. Het idee was: dan gaan we die media aanpakken. Maar wat bleek? De mensen hadden elkaar gebeld! Het was de telefoon. De mensen verspreidden hun eigen nieuws, en dat doen ze waarschijnlijk nog steeds. De macht van de journalistiek is heel beperkt. Journalisten kunnen heel weinig aan de stijgende olieprijzen doen.'

Maar gebeurtenissen als 9-11 en de dreiging van het terrorisme maken toch duidelijk dat het belangrijk is om te weten wat er in de wereld aan de hand is? Gans: 'Wat moet je weten als je fruit verkoopt of in een taxi rijdt? Moet je dan alles over het terrorisme weten?'

'We weten dat er ooit een grote aardbeving komt in Californië en dat Californië in de Pacific zal verdwijnen. Maar met dat idee kun je niet leven, dus je stopt met daarover na te denken. De mensen zijn erg praktisch, ze moeten er iets mee hebben. Geïnformeerd zijn als doel op zichzelf is niet erg overtuigend.'