'Je voelt dat er iets is, maar je kunt 't niet zien'

Gisteren verscheen 'Het verraad van Waterdunen', de historische jeugdroman van Rob Ruggenberg Tien kinderen van een Vlissingse scholengemeenschap gingen met de marine op zoek naar het in zee verdwenen eiland uit het boek.

De sonar geeft aan waar de onderzeeboot moet zoeken (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) vlissingen aan boord mijnenveger middelburg in de sonar kamer foto rien zilvold Zilvold, Rien

Het beeldscherm van de sonar zier er uit als een houtsnede - vol zwarte, witte en grijze strepen. 'Kijk', zegt mijnenjachtofficier Ralph Klinker en wijst met zijn vinger de weg in wat oogt als een niemandsland bij nacht: 'Deze golvende lijnen vormen het normale patroon van de zeebodem maar híer is een afwijking.' Dáar ligt iets: 'Ik schat het op drie bij drie meter.'

In de halfduistere sonarkamer van de mijnenjager Hr. Ms. Middelburg, waar kinderen en volwassen staan samengeperst, stijgt plotseling de spanning. Is dit een restant van Waterdunen, het dorpje op een Zeeuws eiland in de zee is verdwenen? Bevinden we ons op de sleutelplek van Het verraad van Waterdunen, de historische jeugdroman van Rob Ruggenberg die deze dag is verschenen?

Het kan, zegt de historicus Ad Beenhakker: 'Van verdronken dorpen resten doorgaans scherven en metselstenen. Scherven zijn te klein om waar te nemen met sonar; metselwerk kan je er wel mee vinden. Dit kan een stuk muur zijn van een kerk die er heeft gestaan.' De 12-jarige scholiere Sterre zegt bewonderend: 'U zult wel heel erg trots dat u deze plek heeft gevonden.'

Het oorspronkelijke Waterdunen staat op geen enkele kaart. Ooit was Waterdunen een eilandje bij Wulpen, een groot eiland voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Toen het water in de zestiende eeuw uitdijde tot wat nu de Westerschelde is, kalfde Wulpen af en verdween Waterdunen geheel; de bewoners van Waterdunen verhuisden naar het laatste restje Wulpen en noemde dat eilandje opnieuw Waterdunen. Dát eiland staat waarschijnlijk wel - naamloos - op een kaart uit de zestiende eeuw, toen het nog te zien was.

De Koninklijke Marine, die bijna dagelijks mijnen en bommen uit de Tweede Wereldoorlog opspoort, zoekt het eiland nu in de buurt van Breskens. Aan boord zijn met initiatiefnemer Rob Ruggenberg ook tien kinderen van een scholengemeenschap in Vlissingen die het boek in drukproef hebben gelezen.. 'Wij zijn de meidenbende, net als in het boek', roept Sterre en omhelst twee klasgenoten.

De bodemafwijking voedt de hoop, net als twee andere 'contactpunten'. Officier Klinker besluit de van afstand bestuurbare mini-onderzeeboot, de Pap, te water te laten. De camera zal op 12 tot 15 meter diepte de zeebodem onderzoeken en beelden doorsturen. Omdat de capaciteit van de accu beperkt is, zal de Pap stroomopwaarts beginnen en dan met de stroming mee afzakken langs de 'contactpunten'.

'Toen ik jaren geleden van Beenhakker over Waterdunen hoorde, wist ik meteen dat ik deze geschiedenis wilde gebruiken'', vertelt Ruggenberg. Zijn boek speelt in de Tachtigjarige Oorlog en verhaalt over de kettervervolging in Dordrecht, de verovering van Vlissingen op de Spanjaarden door de burgers van die stad en de roversbendes van verweesde meisjes in Vlaanderen. 'Tussen deze drie locaties zocht ik een toevluchtsoord voor de kinderen in mijn boek en vond dat in het bijna verdronken eiland waar de Spanjaarden niet konden komen.'

De wind is krachtig en blaast zeewater in de gangboorden - een echo van de stormen die in het historische jeugdboek de wrede en spannende gebeurtenissen voort lijken te stuwen. Het schip rolt en stampt lichtelijk. In de sonarkamer kijkt iedereen strak naar het tv-scherm. Dat toont wat de camera ziet: niets. Het lijkt alsof een asfaltweg achter een autoraam wegschiet. 'Voor de kust hier ligt veel zand en de stroming is sterk. Daardoor zie je nu alleen zand voorbij komen.' Het is heel stil.

Vlissingen, vanwaar de mijnenjager vandaag is vertrokken, moet wat meer worden belicht - vindt Ruggenberg. 'Iedereen kent de verovering van Den Briel, maar dat gebeurde toevallig door een stelletje verdwaalde geuzen. In Vlissingen zetten de burgers in 1572 zelf de Spanjaarden de stad uit. Echt een doorbraak..'

Ruggenberg heeft zich ook laten inspireren door een vondst in de archieven van Sevilla. 'Ik vond daar een brief van een Spaanse soldaat, waarin hij waarschuwt voor de onbetrouwbaarheid van de 'mochileros', de Nederlandse kindslaven van de Spanjaarden.' Het bestaan van deze slaafjes, die vaak door familieleden werden verkocht, is niet erg bekend. 'Door de Spanjaarden werden ze slecht behandeld, door de lokale bevolking werden ze gezien als handlangers van de bezetters. Een goed uitgangspunt voor een jeugdboek.'

De kinderen aan boord van de Middelburg worden wat ongedurig. Klinker laat de onderzeeboot meer met de stroom meevaren. Nu zijn er wat schaduwen te zien, maar dat is het ook. 'Kun je niet dichterbij?', vraagt een jongen. 'Nee, een meter afstand is het minimum', antwoordt Klinker.' Dan zegt de jongen: 'Dat is het ergste: dat je voelt dat er wat is, maar dat je het niet kunt zien.'

Achter het schip duikt de onderzeeboot op: een gele haai van ijzer. Door de intercom kraakt de stem van de commandant: 'We hebben Waterdunen niet gevonden.' Maar die plek van drie bij drie dan? Beenhakker: 'Misschien is dat een losgeslagen container.' Ruggenberg: 'Drie aanknopingspunten zo dicht bij elkaar, vind ik heel wat. We komen wel eens terug.'