Hofstadgroep verbonden door haat en geweld

De Hofstadgroep bestond en had terroristische doelen. Toch bestrafte de rechter 'gewone' delicten van haar leden strenger dan louter deelname aan een terreurorganisatie.

Het voorlezen van het vonnis duurde uren, maar toen was het duidelijk: de Hofstadgroep heeft echt bestaan. Het was geen vriendenclub met alleen maar wat radicale ideeën, maar wel degelijk een groep die van plan was terroristische misdrijven te plegen, aldus de drie rechters in de eerste grote zaak onder de nieuwe terreurwetgeving.

In het uitvoerige en zeer feitelijke vonnis zoeken de rechters telkens de grens tussen denken en doen. Zo zijn verdachten die bijeenkomsten bijwonen waar haat wordt gezaaid, of waar 'haatzaaiend materiaal' wordt bekeken of in ontvangst genomen, daarmee nog niet vanzelfsprekend lid van een terroristische organisatie. Wél lid van zo'n organisatie zijn degenen die zulke bijeenkomsten organiseren, er als spreker optreden, het gewelddadige gedachtegoed zowel binnen als buiten de groep verspreiden of derden dit materiaal tonen.

Voor sommige zware delicten, zoals het gooien van een handgranaat door Jason W. in de Haase Antheunisstraat op 10 november 2004, kon geen 'terroristisch oogmerk' worden aangetoond. Andere zware delicten, zoals het belemmeren van het werk van de parlementariërs Hirsi Ali en Wilders, konden niet worden bewezen. Of ze konden alleen worden toegeschreven aan een individu, en niet aan de hele groep - zoals de moord op Theo van Gogh door Mohammed B.

Vast staat volgens de rechters wel dat Mohammed B. de leider van de groep is geweest, en dat de Hofstadgroep heeft bestaan vanaf mei 2003. Er was sprake van een 'gedeelde ideologie'. De leden voelden zich verbonden in haat tegen de Nederlandse democratie. Geweld werd verheerlijkt. Tijdens bijeenkomsten in zijn woning en in geschriften werd opgeroepen tot jihad, de gewapende heilige oorlog. Bij voortduring werd geweld tegen 'ongelovigen' gerechtvaardigd.

'Er kan ook geen twijfel over zijn', stelde de rechtbank, 'dat de leden van de groep geschoold werden in deze geloofsovertuiging en rijp werden gemaakt voor deelneming aan de jihad'.

De crux van het vonnis: de rechtbank acht bewezen dat de groep het oogmerk had gehad terroristische misdrijven te plegen. Ook had de groep de samenleving vrees aangejaagd en wilden de leden de 'bestaande structuren' van ons land vernietigen. Toen de rechter dat zei, waren de vrienden en familieleden van de verdachte al van de tribune verdwenen, voor het vrijdagmiddag-gebed, het belangrijkste van de week.

[Vervolg TERREUR: pagina 3]

TERREUR

Forse straffen voor 'gewone' delicten

[vervolg van pagina 1]

De rechter citeerde uitvoerig uit de ideologieën van de Hofstadgroep om te illustreren waarmee de groep had gedreigd.

Uiteindelijk bleken aan het eind van de zitting, rond half twee gistermiddag, de straffen voor lidmaatschap van de terroristische organisatie niet zo zwaar als de straffen voor verdachten die ook nog 'gewone' delicten hadden gepleegd. Voor het pure feit van deelneming aan een terroristische organisatie legde de rechtbank legde gevangenisstraffen op van een jaar voor Youssef E. tot twee jaar voor Mohammed El M. en Ahmed H. De verdachten die zich ook nog schuldig hadden gemaakt aan misdrijven als wapenbezit en aan poging tot moord, kregen aanzienlijk hogere straffen.

Zo kreeg Nouredine el F. vijf jaar omdat hij een 'zeer gevaarlijk' machinepistool bij zich had gehad toen hij werd gearresteerd. Dat het wapen bovendien was doorgeladen, werd hem zwaar aangerekend.

De hoogste straffen waren voor Ismail A. en Jason W., respectievelijk dertien en vijftien jaar cel. Ze zijn schuldig bevonden aan een 'poging tot vijfvoudige moord' op de agenten die hen kwamen arresteren op 10 november 2004 in de Haagse Antheunisstraat. Jason W. had een granaat naar hen gegooid die 'dodelijk letsel' kon veroorzaken in een straal van tien meter. Ismail A. werd medeplichtig bevonden aan het gooien ervan. De twee hadden geen 'enkel respect getoond voor menselijk leven, en de maatschappij moet beschermd worden tegen deze verdachten', aldus de rechter. Zij werden tevens veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen van 3.500 euro tot 15.000 euro aan de getroffen agenten.

De rechter zei rond half twee dat Mohammed B. nog een in beslag genomen printer terugkrijgt van het openbaar ministerie. Daarom werd hartelijk gelachen, op de publieke tribune.

Opmerkelijk aan het vonnis was dat veel omstreden getuigen en opsporingsmethoden waren geaccepteerd door de rechter. De verklaring tegenover de politie van getuige Malika C., ex-vrouw van Samir A, die zij weigerde te herhalen in de rechtszaal, werd toegelaten.

Ook de informatie die de inlichtingendienst AIVD had verzameld, onder meer via afgetapte gesprekken in de woning van Jason W. in de Antheunisstraat, liet de rechtbank toe. De rechters erkenden wel dat ze 'zeer zorgvuldig' hadden moeten omgaan met de informatie van de inlichtingendienst, omdat die via geheime en voor de rechtbank niet te controleren weg was verkregen.

Ook de verklaring van getuige Jamal B. tegenover de politie, door hem zelf later weer als 'broodje-aap verhaal' afgedaan, werd door de rechter toegelaten. Diens verklaring bij de politie, dat Mohammed B. met zijn vrienden over de moord had gesproken, was coherent, vond de rechter, hoewel de verklaring uiteindelijk niet afdoende bewijs was dat Mohammed hulp had gehad. Die toevoeging kwam de rechter op gesnuif op de openbare tribune te staan. 'Het ging zeker om een theekransje', zei een vrouw.

Ook veel advocaten waren na afloop teleurgesteld over het vonnis. Zij menen dat de vrijheid van godsdienst en meningsuiting erdoor wordt ingeperkt. De advocaat van Ismail A., Van der Horst, zei meteen na de zitting 'absoluut' in hoger beroep te gaan.

Bij een groepje vrienden en familieleden rond de Hofstadgroep was er blijdschap. Op de hoek van de straat namen ze in de motregen de uitspraak door. Ze vonden de straffen van Ismail A. en Jason W. hoog, maar Mohammed Fahmi B. kwam nu snel naar huis. 'Dit gaan we vieren', zei zijn broer.

Hofstadproces: pagina 3

Hoofdartikel: pagina 21

    • japke-D. Bouma Ahmet Olgun