Het pad van glorie

De VN-Veiligheidsraad bezint zich op maatregelen tegen Iran, nu het land blijft weigeren zijn nucleaire programma op te schorten. Niet alle Iraniërs steunen president Ahmadinejad, maar buitenlandse bemoeienis is nog erger. 'De Russen, Amerikanen en Engelsen zijn er altijd op uit om ons klein te houden.'

Protestactie van Iraanse studenten en militieleden bij het atoomagentschap in Teheran, gericht tegen de westerse druk om het atoomprogramma op te schorten Foto Newsha Tavakolian Chador Iranian students and 'Baseeji' militia members protest against external pressure agianst Iran's nuclear program. The headband says: Oh Lord of the Martyrs" They made a human ring around the headquarters of Iran's Atomic Agency in Tehran. The protestors claimed to be ready to commit suicide operations in oder to protect Iran's nuclear sites. They shouted ' Death to America' and ' Death to Britain' . Polarisimages

Iedere avond staan er lange files in Teheran. Mensen gaan de stad in om kleren te kopen voor Nowruz, het Iraanse en Koerdische nieuwjaar. Overal hangen tapijten uit te ramen van de woningen. Ze moeten brandschoon zijn voor het nieuwe jaar dat over twee weken begint. Van de oplopende internationale spanning over Irans omstreden nucleaire programma is op het eerste gezicht niets te merken. Integendeel, de bewoners van Teheran maken grappen over de nationale propagandaleus 'Nucleaire energie is ons definitieve recht!' waarmee ze de afgelopen maanden zijn doodgegooid. 'U moet mij 2000 toman betalen; het is mijn definitieve recht', zegt de taxichauffeur als hij de deur openhoudt.

Maar achter de grappen knaagt de onzekerheid. De aandelenbeurs van Teheran, vorig jaar nog een investeringsmirakel van het Midden-Oosten, is in de afgelopen maanden 25 procent gezakt. Kapitaalvlucht, vooral naar het emiraat Dubai, is sterk toegenomen. Volgens schattingen van economen in Dubai is er de afgelopen twee jaar 200 miljard dollar vanuit Iran het land binnengekomen.

Iraanse ondernemers, van supermarkteigenaren tot staalfabrikanten, klagen over een sterk afnemende vraag naar hun producten. 'We kunnen geen beslissingen nemen. Ik stel investeringen nu liever uit naar zekerder tijden', vertelt een steenrijke projectontwikkelaar. 'Mijn omzet was vorig jaar bijna twee keer zo hoog', zegt een handelaar in keukenapparatuur uit China op de bazaar van Teheran. 'Maar dit is het misschien wel waard. We moeten een offer brengen voor onze grondrechten.'

De meeste mensen in Iran krijgen alleen het officiële regeringsstandpunt over de kernenergie te horen. Radio en tv geven slechts de opvattingen van het regime weer, buitenlandse satellietzenders en internetsites worden de afgelopen weken steeds vaker gefilterd. Kranten krijgen van staatswege voorgeschreven hoe ze over de nucleaire kwestie moeten berichten. Kritiek op de Iraanse positie in de onderhandelingen met Europa en Rusland is mogelijk, maar alleen als deze afkomstig is van belangrijke leden van het regime. En dan nog dient de nadruk niet op de kritiek te worden gelegd. 'We moeten erg oppassen wat we erover schrijven', zegt de hoofdredacteur van een belangrijke, kritische krant.

Op een zomerdag in juni, nu acht maanden geleden, rijdt een bus met journalisten naar een kernreactor in aanbouw in Bushehr, aan de Perzische Golf. De bus passeert batterijen luchtafweergeschut en in de verte doemt de koepel van de reactor op. Het is een van de belangrijkste onderdelen van Irans controversiële nucleaire programma.

De stemming in de persbus is opgewonden. Fotografen en cameramannen hopen op plaatjes van mannen in witte pakken, journalisten willen alles weten over de centrale. Na een lange persconferentie en uitleg over - vreedzame - nucleaire energie mag iedereen de centrale bekijken.

Binnen zijn tientallen zwetende Russen bezig met het lassen van buizen. Tot verbazing van de Iraanse journalisten is een van de gastarbeiders een vrouw. In totaal werken meer dan duizend Russische arbeiders aan de reactor. In 1995 tekende Rusland een contract om voor 800 miljoen dollar de 1000 megawatt lichtwater-reactor van Bushehr te maken. In 2003 had de reactor af moeten zijn. De vertraging is te wijten aan 'problemen', zoals de arbeiders het noemen. Leden van het Iraanse regime verdenken de Russen ervan de bouw van de centrale te rekken, zodat ze nieuwe voorwaarden kunnen stellen aan de levering van licht verrijkt uranium. Dit sterkt het Iraanse regime in zijn opvatting dat het in de toekomst beter zelf uranium kan verrijken.

Links en rechts op de bouwplaats staan onuitgepakte kisten met onderdelen uit Rusland. Niets lijkt af. In de reactorkern slaat een arbeider met een hamer op een stalen plaat, verderop is iemand aan het zagen. 'Over 20 jaar willen we zeven kerncentrales hebben', zegt Assadollah Sabouri, tweede man van Irans atoomprogramma. Zijn woorden gaan bijna verloren in het bouwkabaal.

Iran als nucleaire mogendheid: het is een oude droom die nieuw leven wordt ingeblazen. Al in 1957 tekende Mohammad Reza Pahlavi, de toenmalige sjah, een contract met de Verenigde Staten over nucleaire samenwerking. Het Iraanse atoomprogramma begon in 1974 toen de sjah het Duitse Siemens opdracht gaf twee reactoren van 1200 megawatt te bouwen.

Maar nu eist de Amerikaanse regering, gesteund door de Europese Unie, juist dat Iran zijn programma voor de verrijking van uranium staakt. Het Westen vreest dat Iran het gebruikt voor een geheim kernwapenprogramma. Iran zegt kernenergie nodig te hebben voor vreedzaam binnenlands gebruik, zodat zoveel mogelijk olie kan worden geëxporteerd tegen harde valuta.

'Ik werk hier nu al mijn hele leven', zegt technicus Ismael Ibrahimzadeh in de grote turbinehal van Bushehr. Hij loopt tegen de vijftig. 'Ik hoop dat het werk nu snel af is.'

Technische tegenslagen, de islamitische revolutie (1979) en de langdurige oorlog met Irak (1980-1988) hebben Irans ambitieuze plannen ernstig vertraagd. Kort na de islamitische revolutie maakte ayatollah Khomeiny zelfs een eind aan het nucleaire programma van de sjah, omdat het anti-islamitisch was. Maar na een paar jaar werd het programma hervat. Wat er daarna precies gebeurde, is nog steeds niet duidelijk voor het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), dat aangemelde Iraanse installaties inspecteerde conform het Non-Proliferatie Verdrag.

In augustus 2002 onthulde een gewapende Iraanse oppositiegroep dat Iran werkte aan de bouw van een ondergrondse installatie voor de verrijking van uranium bij Natanz en aan een zwaarwaterfabriek bij Arak. Na aandringen mocht IAEA-chef El Baradei Natanz en Arak bezoeken. In Natanz bleek een proeffabriekje met 100 centrifuges min of meer gereed te zijn. Een hal voor duizenden centrifuges was in aanbouw. De fabriek bij Arak zou zwaar water gaan produceren voor de koeling van een kleine onderzoeksreactor die tezijnertijd plutonium zou kunnen leveren.

Met de nu nog altijd niet voltooide reactor en fabriek laadde Iran de verdenking op zich dat het bezig was met een geheim kernwapenprogramma. In 2003 drong Europa aan op de permanente bevriezing van het Iraanse verrijkingsprogramma, ook al verbiedt het Non-Proliferatie Verdrag zo'n programma niet. Iran stemde in met de bevriezing. Maar nadat in de zomer van 2005 Ahmadinejad tot president was gekozen, werd het verrijkingsprogramma gedeeltelijk hervat. Tot woede van het Westen, dat Iran nu voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gesleept.

Westers machtsweb

Grondrechten, onafhankelijkheid en oneerlijkheid: dit zijn de woorden die in Iran op ieders lippen liggen als het over de westerse campagne tegen zijn nucleaire programma gaat. Iedereen klaagt over het huidige, conservatieve regime dat het land economisch en politiek te gronde richt. Maar zodra het buitenland zich met Iran bemoeit, wordt de gemiddelde Iraniër kwaad. 'Het Westen beschikt zelf over de technologie, maar wil niet dat landen die het gevaarlijk vindt die ook krijgen', zegt Hadi Khaleghi (23), student binnenhuisarchitectuur. 'Iran is een van de weinige landen ter wereld die niet gevangen zitten in het westerse machtsweb. Daarom kunnen wij ons verzetten tegen de westerse hegemonie.' Khaleghi is een gewone jongen uit een gezin uit de lagere middenklasse. Met zijn halflange haar is hij een typische 'Teherani'. 'De Russen, Amerikanen en Engelsen zijn er altijd op uit om ons klein te houden.'

In het kantoor van het jonge, conservatieve parlementslid Saeed Aboutaleb moeten de schoenen uit en slippers aan. Zo blijft het vuil van de straat buiten. 'Als het Iraanse volk aan een spel begint, dan maakt het dat af', zegt Aboutaleb in zijn stoel. In 2003, na de val van Saddam Hussein, hielden de Amerikanen hem wegens spionage vier maanden gevangen in Irak. Toen hij terugkeerde naar Iran, werd hij binnengehaald als een held van het regime. Nu zit hij in het parlement voor de 'Abadgaran' (letterlijk: herstellers), een groep waaruit ook president Ahmadinejad is voortgekomen. 'Wij Iraniërs hebben een mysterieuze mentaliteit', zegt Aboutaleb. 'Kijk maar naar de oorlog tussen Iran en Irak. Wij hadden er geen zin in, maar nadat de Irakezen waren begonnen hebben we acht jaar doorgevochten. Wij willen een onafhankelijk volk zijn.'

De xenofobe trekjes van het Iraanse volk zijn de afgelopen maanden door het Iraanse regime handig gebruikt om politieke steun te krijgen. 'Ons dierbaar land Iran is gedurende zijn hele geschiedenis bedreigd', zei Ahmadinejad na zijn aantreden in augustus. Door Irans kernprogramma steeds te presenteren als een zaak van nationale eer, is het hem gelukt om grote delen van de bevolking - voorlopig - achter de harde lijn van zijn regering te krijgen. Zo zei hij tijdens een toespraak in Khorramabad: 'De monopolistische westerse overheden zijn niet alleen tegen de vooruitgang, ontwikkeling en onafhankelijkheid van de Iraanse natie, ze zijn ook bezorgd en treurig over de blijdschap van de jeugd van islamitisch Iran. Ze moeten weten dat ons land het pad van glorie en vooruitgang met macht bewandelt'.

Maar over de onderhandelingen over het Iraanse kernprogramma heeft de president eigenlijk niet veel te zeggen. De Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, en Irans Nationale Veiligheidsraad bepalen de stappen. Niettemin mengt de president zich in het debat. 'Ik verzeker u dat de Iraanse natie geen centimeter van onze nucleaire rechten zal toegeven', zei hij een paar maanden geleden op een massabijeenkomst in Zahedan.

Volgens hoogleraar politieke wetenschappen Naser Hadian doet de president dit vanuit zijn rechtsgevoel. 'Hij vindt dat hij zich sterk moet opstellen tegen de machtigen als die zich onredelijk gedragen', vertelt hij. Toch is Hadian, een jeugdvriend van de president, een politieke tegenstander van Ahmadinejad en diens conservatieve aanhangers. 'Er zijn groepen in Iran die juist een confrontatie willen met het Westen. Ze verwachten dat het volk zich dan achter de machthebbers zal scharen', zegt hij. 'Eén ding is zeker: we zitten in een proces van escalatie. Europa en de Verenigde Staten moeten dit niet op het spits drijven'. Hij is bang dat de Iraanse leiders steeds verder worden geïsoleerd en steeds extremer worden. 'Sta ons toe tot een bepaald percentage te verrijken, houdt alles goed in de gaten. Dan is iedereen tevreden. Anders krijgen in Iran mensen de overhand die nu nog in de marges van het regime werken.'

De overmatige staatspropaganda over het nucleaire programma kan niet voorkomen dat ook veel Iraniërs er andere meningen op na houden. Sommigen beginnen te twijfelen over de gevolgen van het conflict. 'Moet ik straks mijn auto verkopen als de benzine op rantsoen gaat?', vraagt een taxichauffeur met drie kinderen. Zakenmensen klagen steeds vaker. 'Ik zou het liefst willen dat ze dat hele kernprogramma stoppen', zegt een jonge importeur van computers. 'Wat hebben we aan kernenergie als we straks ruzie hebben met de hele wereld?' Maar een oudere man, toevallig aanwezig op een demonstratie ter ere van de 27ste verjaardag van de revolutie, twijfelt niet over de bedoelingen van de Iraanse machthebbers. 'We zijn aan alle kanten door vijanden omringd. Natuurlijk willen ze een bom maken. Dat is toch logisch?!'