Hersengrootte is bij vrouwen maat voor intelligentie

Hoe groter het brein, hoe groter de verbale intelligentie. Tenminste, bij vrouwen. Bij mannen geldt die relatie alleen als ze rechtshandig zijn. Ook het ruimtelijk inzicht is bij vrouwen beter naarmate de hersenen groter zijn. Bij mannen is dit verband er niet.

Lisa Randall, hoogleraar theoretische natuurkunde op Harvard en een van de meest geciteerde wetenschappers op het gebied van snaartheorie en extra dimensies.

Een groot onderzoek door de Canadese hersenonderzoekster Sandra Witelson en haar collega's werpt nieuw licht op de relatie tussen hersengrootte en intelligentie. Die blijkt afhankelijk te zijn van geslacht, handvoorkeur en leeftijd. Witelsons onderzoek is uniek omdat zij bij honderd terminale kankerpatiënten met een gezond brein de intelligentie testte, en na hun dood nauwkeurig het volume van hun hersenen bepaalde (Brain, februari). Tot nu toe werden bij zulke onderzoeken bij levende mensen minder nauwkeurige maten voor het hersenvolume gebruikt, zoals de hoofdomtrek, of gegevens van MRI-scans.

In het dierenrijk geldt: hoe groter het brein ten opzichte van het lichaam, hoe intelligenter de diersoort. Maar bestaat die relatie ook tussen mensen onderling? Daar is zeer veel onderzoek naar gedaan, met wisselende uitkomsten. Het geeft aanleiding tot verhitte debatten over de betekenis van raciale verschillen en sekseverschillen in hersengrootte.

De onderzoekers testten de intelligentie van de deelnemers, 58 blanke vrouwen en 42 blanke mannen, met de Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS). Die omvat zes testjes om het verbale IQ te meten (zoals de betekenis van woorden omschrijven, of de relatie tussen twee woorden beschrijven) en vijf tests om het ruimtelijk inzicht te meten (zoals plaatjes rangschikken of aanvullen, of het maken van blokpatronen).

Direct na het overlijden wogen zij de breinen en legden ze in conserveermiddel. Vervolgens haalden ze de hersenvliezen, bloedvaten en kleine hersenen eraf en bepaalden het volume van de grote hersenen, waarin de cognitieve vermogens huizen. Dat deden ze door iedere hersenhelft afzonderlijk onder te dompelen in vloeistof in een grote maatbeker, en af te lezen hoeveel de vloeistofspiegel steeg. Dat is de meest nauwkeurige manier om het volume van een onregelmatig gevormd object te meten.

Volgens de onderzoekers bepaalt de hersengrootte voor ruim een derde deel (36%) de verbale intelligentie bij vrouwen en rechtshandige mannen. De resterende 64% schrijven ze aan invloeden in de omgeving toe. Opleiding en kwaliteit van de voeding bepalen dus voor een belangrijker deel de intelligentie dan hersengrootte.

Bij linkshandigen, met name mannen, zitten de belangrijkste taalgebieden vaak niet alleen in de linker hersenhelft, maar zijn ze over de twee hersenhelften verdeeld. De zenuwkabel die de twee hersenhelften verbindt, het corpus callosum, is bij hen dan ook dikker. Mogelijk hoeft het brein van zulke linkshandigen niet groter te zijn bij een grotere verbale intelligentie, maar haalt het brein die 'extra capaciteit' uit de andere hersenhelft.

Het mannenbrein is gemiddeld 10% groter dan een vrouwenbrein van dezelfde leeftijd. Maar dat grootteverschil leidt niet tot betere intelligentiescores: de onderzoekers vonden dat rechtshandige mannen een groter hersenvolume nodig hadden dan rechtshandige vrouwen om dezelfde score voor verbale intelligentie te behalen.

De bevindingen voeden de theorie dat de hersenen van beide seksen, en van links- en rechtshandigen, tot hetzelfde resultaat kunnen komen op verschillende manieren. Niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van zenuwen, uitlopers en contactpunten zijn belangrijk voor een hoge intelligentie.

Niki Korteweg