Grandeur

Hoe ga je om met verlies? Van Marco Pastors en Maxime Verhagen weet ik: proleten in het verlies. Zuur volk in tegenslag. Ze waren zowaar beledigd dat de kiezer hun voorbij was geraasd. In hautaine minachting likten ze hun wonden.

Toen zag ik Guus Hiddink. Smadelijker dan de 4-0 in Lyon kan een nederlaag niet zijn. Dit was echt de provincie versus Europa. PSV op alle fronten weggespeeld, geraspt, overklast. Een vertoning, Guus Hiddink onwaardig. De PSV-coach mocht zich persoonlijk beledigd voelen. Guus is tenslotte van de wereld. Zeg dat maar eens tegen kneusjes als Lucius en Reiziger.

Als een monument van beschaving stond hij in het verlies. Hiddink kwam niet met excuses, niet met de rode kaart van Cocu, niet met klachten over scheidsrechter en grasmat, niet met gemekker over leegloop in Eindhoven. Hij was zelf zo gestreeld door de hoogmis van Olympique Lyon dat hij niet eens beroep wou doen op het comfort van de teleurstelling. In deze nederlaag paste geen lijden. Geen zelfmedelijden.

Was het onthechting van de man die al enige tijd de intieme overtuiging heeft dat PSV achter hem ligt? Het kan meegespeeld hebben, maar dan nog was het incasseringsvermogen van Hiddink, woensdagavond, indrukwekkend. En oprecht. Hij sprak bewondering uit voor de tegenstander, terwijl hij voor evenveel verlies wat had kunnen staan wauwelen over goede en slechte dagen die er in een mensenleven nou eenmaal zijn. Guus bleef onhollands stijf in het respect voor de andere.

Een dag eerder liet nog een Nederlander zich van zijn meest fijnzinnige kant kennen. Bij aankomst in Barcelona werd het elftal van Chelsea getrakteerd op een vloedgolf van vijandigheid. Opgestoken vingers, klodders spuug naar de spelersbus, kwetsende spreekkoren aan het adres José Mourinho. Enfin, racisme op zijn Catalaans. Er is in heel Barcelona geen prelaat te vinden die het waagt neerbuigend te doen over het wangedrag van de socio's. De tuchtiging met witte zakdoekjes is het kleinste leed dat de opgehitste horden van Camp Nou kunnen aanrichten. Luis Figo heeft ooit, vanwege zijn transfer naar Real Madrid, voor zijn leven moeten rennen. De sportbladen in Barcelona staan dagelijks vol met met litanieën over verraad, heiligschennis, bloedwraak, over de toptien van Abu Ghreib.

De profeet Barça.

Nu is beroepsprovocateur Mourinho een gedroomd bloedbad voor de fans van Barcelona. Ook hij heeft de club ooit verlaten, en voor Catalanen is een Portugees sowieso van een mindere soort. Conciërgevolk dat de woonkamer van aristocraten niet mag betreden. O ja, rang en stand, het bestaat nog.

De meest kwetsbare figurant van de hele Barcelonakliek nam het woord. Frank Rijkaard kapittelde de socios voor hun onbeschaafd gedrag. Hij zei beschaamd te zijn voor zoveel lynchethiek en blinde vulgariteit. Hij sprak de hoop uit dat de spelers en coach van Chelsea voor de wedstrijd met applaus zouden begroet worden. 'Om de wereld te laten zien dat wij respect hebben voor de tegenstander.' Zo kende ik Rijkaard weer: voor minder dan de wereld komt hij de dug-out niet uit.

Als Co Adriaanse dit soort bevlogen teksten debiteert, ben ik gauw geneigd om te denken: cinema. Rijkaard daarentegen geloof ik op zijn woord. Zijn beschavingsimpulsen zijn niet eens een keuze, ze zijn instinct. Deze week zag ik twee Hollandse trainers, verbonden in grandeur.

Dan mag het spel van Addo en Simons iets minder zijn.

Het is bekend: Nederlandse voetbalcoaches zijn zeer gewild in de wereld. Dat zijn ze al geruime tijd. Want: technisch en tactisch superieur. Maar ambassadeurs van de polderbeschaving waren ze meestal niet. Te bruine kop, te veel lawaai, te lomp van spijs en drank, te karatetrapperig en te schuimbekkend. Hiddink en Rijkaard zijn verstilde levens. Zij houden vast aan de gratie van een onvervuld verlangen. In Engeland, in Rusland, of in Dubai, dat maakt niet uit. Zij weten feilloos dat niet zij, maar de Ronaldinho's monopoliehouders zijn van rococo. En dus zegt Frank Rijkaard: 'De roem had ik als speler al naast me neergelegd.'

Wijze woorden van de eenling die zich niet heeft laten leiden door de roes van polonaise, noch door het gif van afgunst.

Ik ken nog zo'n coach, in het onbeduidende, kale en kille Groningen: Ron Jans. Trainer zonder regenjas, zonder yuppentaal, zonder de riducule koketterie van een bestudeerde coiffure. Maar hij heeft wel Goethe gelezen. Hij weet wie Charlotte Buff was.

Kom daar maar eens om bij Danny Blind.