Column

De sigaar

Wat Jozias van Aartsen zo sneu maakte, was zijn amechtige kwispelgedrag
richting de deze week van zijn sokkeltje gestruikelde Hans Wiegel. Als een
bang hondje danste hij al die tijd in de schaduw van de vroegere liberale
voorman. Alle VVD’ers hadden overigens last van chronische Wiegelstress.
En niet alleen de VVD’ers. De totale parlementaire pers. Het Orkakel van
Diever hoefde maar een spreekbeurt te houden in een met rollators en
gehoorapparaten gevuld achterafzaaltje van een zorgcentrum in Smilde of de
cameraploegen van Netwerk, NOVA, RTL en Twee Vandaag togen met zwaailicht
en loeiende sirene die kant op. En de volgende dag stond het door zichzelf
oh zo zorgvuldig gebeitelde standbeeld Hans Wiegel weer voorop het liberale
clubblad De Telegraaf. Hij wist nog niet of hij premier zou worden. Het
zegt meer over de armoe van de landelijke politiek dan over Wiegel.

Jozias was een kerel geweest als hij op een goede dag had geroepen: ‘En
nou opzouten met je bejaarde geneuzel. Diever heeft een hele beroemde
amateurtoneelvereniging waarin je prachtig kan figureren in een of ander
Shakespeare-drama. En premier word je toch nooit, want die wordt geregeld
door de grootste regeringspartij en niet door een roedel
middenstandskakkers. Niet lullen, maar poetsen!’

Maar Jozias durfde niet. Net als de rest van de VVD. Bang! Waarvoor?
Voor een man die een leven lang heel goed voor zichzelf zorgde. Normaal zou
een op een zijspoor gerangeerde politicus genieten van een erebaantje als
Friese Commissaris van de Koningin en lekker soezen als Eerste-Kamerlid,
maar Wiegel deed of het heel wat was. Het zal heel wat zijn geweest, maar
hij had net als die andere ploeteraars alle tijd voor een breed scala aan
commissariaten en adviseursbaantjes. Lekker lezen achterin de auto terwijl
de chauffeur je door het land zoeft.

Waar de Wiegelverering toch vandaan kwam weet ik niet, maar om de zoveel
jaar stond er wel een treurig provincielid op en die begon dan zenuwachtig
te roepen om de Dieverse Messias. Ik hoop voor de VVD zelf dat dat nu toch
echt voorgoed voorbij is. Ook Jozias hoeft niet meer te keffen. Die wordt
burgemeester van Delfzijl. Duobaan met Dittrich.

Afgelopen week vermorzelde de icoon Wiegel zichzelf. Wat overblijft is
een zielig hoopje scherven. Een dorpsnotabel uit het Land van Ooit. De
roddel gaat dat hij, toen hij in Groningen iets te overmoedig uithaalde
naar de parmantige Pechtold, een slokje te veel op had. Het zal. Als hij
iemand niet hoefde aan te vallen dan was het Pechtold, een coalitiegenoot
nota bene. Daarbij: niemand hoeft Pechtold onderuit te halen, dat kan die
lieve Alexander heel goed zelf.

Donderdag stond er een interview met Wiegel in De Volkskrant en de goede
Hans sprak met de journalist in zijn werkkamer bij de Zorgverzekeraars
Nederland in Zeist. En wat deed Wiegel? Hij stak tijdens het gesprek een
dikke, vette sigaar op. Kantoorgebouw in 2006. De verslaafden staan tijdens
hun koffiepauze bij de deur al kleumend aan hun nicotinestaafjes te zuigen
en wat doet de baas? Die steekt een dikke Panatella in zijn rechtse hoofd
en hult zichzelf in liberale nevelen. Als ik daar zou werken, dan zou ik
het wel weten. Drie Franse Gauloises in mijn hoofd en heerlijk bellen met
mijn linkse vrienden over de locatie waar we het overwinningsfeest van onze
SP gaan vieren . En als er iemand iets van zou zeggen, zou ik hem met een
grote smile naar Hans verwijzen. Ga daar maar klagen. Weinig kans omdat de
Messias al paffend met een journalist over zijn hobby de VVD zit te
babbelen. Goed voorbeeld doet goed volgen. Wie zichzelf zo hoogmoedig
buiten de wet plaatst, moet niet meer meedoen en zijn keffer Jozias
meenemen.

Zal er iemand maandag durven? Ik bedoel daar bij die Verzekeringsboeren
in Zeist! Zonder kloppen de kamer van Hans binnenstormen en zeggen: ‘Uit
die peuk! Als je wilt roken ga je lekker in je duffelse jas bij de
kleumende klerken staan! En anders gewoon oprotten!’

Hoe oprotten in VVD-taal klinkt? Gewoon bekakt. Oprutte dus.