De ondergang van een Zwitsers symbool

'Grounding', een docudrama over de ondergang van luchtvaartmaatschappij Swissair, trekt in Zwitserland volle zalen. Regisseur Michael Steiner verwierf er heldenstatus mee.

Michael Steiner, Regisseur des Films "Mein Name ist Eugen", freut sich, nachdem sein Film am Mittwoch, 18. Januar 2006, an den Solothurner Filmtagen den Preis fuer den besten Schweizer Spielfilm erhalten hat. (AP Photo/KEYSTONE/Monika Flueckiger) Associated Press

Op de laatste halve dag dat de vliegtuigen van Swissair in de lucht waren, de ochtend van 2 oktober 2001, kregen de piloten contant geld mee om kerosine te kopen. Op hetzelfde moment werden Zwitserse stewardessen over de hele wereld al uit hun hotelkamers gegooid, omdat hun werkgever de rekening niet meer kon betalen.

Elke film die dit soort dramatische momenten vastlegt, kan op succes rekenen. Maar het docudrama Grounding; de laatste dagen van Swissair, overtreft alle verwachtingen. De film, die eind januari in Duitstalig Zwitserland uitkwam en vorige week in het Franssprekende deel van het land (waar haast niemand het Schwytzerdütsch van het origineel verstaat), heeft al ruim 300.000 bezoekers getrokken - van wie sommigen betraand de bioscoop verlieten. De 36-jarige regisseur Michael Steiner, een voormalige punk met een getinte bril die in dit land nu bijna dezelfde heldenstatus heeft als tennisster Roger Federer, is niet verbaasd: 'Aan het eind ging Swissair niet meer over zaken. Het ging over onze nationale identiteit en Zwitserse waarden: organisatie, precisie, eerlijk zijn.'

Destijds konden weinigen al bevatten waarom de 'vliegende bank', die zeventig jaar lang het symbool was geweest van 's lands degelijkheid, zomaar ineens aan mismanagement ten onder ging. Maar wat er precies misging, is nog steeds niet opgehelderd. De curatoren troffen zo'n chaos aan, dat het nog jaren kan duren voor de verantwoordelijken in staat van beschuldiging worden gesteld. Daardoor is het nationale trauma nog altijd niet verwerkt. Al sinds 2001 is het woord 'grounding' hier een courant woord voor alles wat met liquidatie, surséance of faillissement te maken heeft. Mensen lopen de bioscoop discussiërend uit, en vol walging over de dubieuze rol van het Swissair-management, de overheid en twee grote Zwitserse banken in de affaire. Sommige hoofdrolspelers van toen zijn de film de afgelopen weken incognito gaan zien.

Dat is misschien maar goed ook. Want behalve de laatste topman van Swissair, Mario Corti, komen ze er in Grounding allemaal slecht af.

Corti, die vlak voor het faillissement werd binnengehaald om het bedrijf gezond te maken, is de hoofdpersoon van de film. Hij komt er al snel achter dat de boeken niet kloppen en dat de schulden hoger zijn dan iemand, ook hij, voor mogelijk heeft gehouden. Andere maatschappijen fuseren aan de lopende band, om de internationale concurrentie het hoofd te bieden. Maar Swissair, dat per se onafhankelijk wil blijven (neutraliteit en onafhankelijkheid zijn heilige Zwitserse koeien), heeft voor Corti's aantreden juist aandelen genomen in zieltogende buitenlandse maatschappijen als het Belgische Sabena om de globalisering het hoofd te bieden. Omdat dit geen meerderheidsaandelen zijn, kan Swissair die maatschappijen niet sturen, alleen verder leegzuigen. Dus trekken zij de Zwitsers mee de afgrond in.

Vanaf zijn eerste dagen bij Swissair gaat Corti jachtig op zoek naar geld. Maar de banken en de overheid willen dat hij de boel eerst reorganiseert - en wel op hun voorwaarden, die hij niet kan accepteren. Iedereen, zo is de boodschap van de film, ziet het einde rap naderen. Maar iedereen denkt te veel aan zijn eigen belangen om het te voorkomen. De enige die aan het personeel denkt en aan de reputatie van zijn land, is Corti. Hij maakt fouten, maar hij wordt neergezet als een man met een hart. Alle anderen zijn gecast als meedogenloze, inhalige carrièrejagers.

Grounding heeft iets weg van de Amerikaanse film Good Night, and Good Luck. van George Clooney. Beide films vertellen een waar verhaal met een sterk politieke lading. Alle rollen worden - op één na - gespeeld door acteurs, die zoveel mogelijk in dezelfde kantoren te zien zijn. Ook in Grounding worden documentaire beelden gebruikt, die de authenticiteit benadrukken en voor bijna thriller-achtige spanning zorgen. Om het personele drama in de verf te zetten, worden er twee fictieve stellen opgevoerd die bij Swissair werken en wier leven door het faillissement te gronde wordt gericht. Clooney wil hetzelfde effect bereiken met de heimelijk getrouwde collega's van Murrow.

Toch is Clooney principiëler dan Steiner. Met Grounding wilde Steiner, zegt hij, de juridische procedures tegen de hoofdverantwoordelijken van het debacle versnellen. In zijn ogen zijn dat, behalve Corti's voorgangers, vooral de banken (met name de UBS) en de staat - zij hadden aan de werkgelegenheid moeten denken en een nationaal symbool overeind moeten houden. Dat de banken Swissair aan het lijntje hebben gehouden, is duidelijk. Maar sinds wanneer hebben banken de morele plicht om een nationaal symbool te redden, zeker als dat zo verrot is?

Tegelijkertijd steekt Steiner de draak met de Zwitserse onafhankelijkheidsdrang, die ertoe bijdroeg dat Swissair in de jaren negentig een fusie met andere maatschappijen afwees. Hij vindt die drang overdreven. Voor hem hoort Zwitserland in de Europese Unie thuis. Maar in de EU is de staatssteun aan luchtvaartmaatschappijen die Steiner bepleit, vrijwel onmogelijk.

De Zwitserse bioscoopbezoekers lijken zich om deze tegenstrijdigheden niet te bekommeren. Deze film biedt meer informatie dan ze in viereneenhalf jaar hebben gekregen. De natie maakt zich al op voor een televisieserie dit in oktober begint, een echte documentaire waarin de hoofdrolspelers zichzelf zullen uitspreken.

Nu Swiss International Airlines, de opvolger van Swissair, roemloos door Lufthansa is overgenomen, hebben de Zwitsers tenminste iets nieuws om trots op te zijn: wakkere filmmakers.