De Amsterdamse Waterleidingduinen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Noord-Holland

Er ligt sneeuw in het duin, maar veel is het niet. Wat strepen, wat vegen. Het zand op het pad verzwelgt de sneeuw, het laat alleen wat kruimels liggen. De nukkige takken van de meidoorns zijn schoon, de charme-warbossen aan de eikenstammetjes ook.

In sneeuw en grond zijn tientallen gespleten hoefjes afgedrukt: er wonen hier damherten, maar die zijn er even niet. Of ik zie ze niet. Ik zie wel een hertkleurig gevlekte kat op zijn hurken door de kale struiken sluipen.

De wind is fel, vooral op de vlaktes waar gebogen kanalen aangelegd zijn, ze horen bij de machinerie om de Amsterdammer van leidingwater te voorzien. De meeste liggen open, op een enkel kanaal legt een vliesje ijs besmuikt het water stil. Meerkoeten spelen er ijsbrekertje en in open water donderjagen kuifeenden. Ik houd van die zwartwitte art déco-vogels, dus ik begluur ze door mijn kijker. Een club wandelvrouwen passeert. Ze genieten van de mooite van het landschap in winterslaap en één fluistert achter mijn rug: 'Kijk, een echte vogelaar.' Ze lopen verder.

'Hoorde je dat?', vraag ik trots.

'Ja', giechelt man, 'en met een witte jas aan ben je een echte dokter'. De route voert door een klein bos van vorstelijke dennen, hun lange naalden gedrapeerd om de spitse schubbenappels. Aan lage takken zijn de naalden afgebroken. Of afgebeten, daar lijkt het meer op. De herten? Lusten herten dennennaalden?

Het riet begint te boogieën. De wolken zetten hun buiken uit, de hemel wordt nikkelgrijs. Het water ook, van de weeromstuit. Voor hij zich gewonnen geeft, blondeert de zon nog even snel de hellingen en scherpt de contouren van takken en hooggelegen lange halmen. Er klinkt gedonder in de verte. Een bui levert sneeuw af, scherpe vlokken in aanvalvlagen.

Zo snel als het noodweer opkomt, verdwijnt het ook weer. Aan de horizon, waar de zee is, staan de duinen in het spotlight dat hun toekomt en blinkt de witte wolkenkrabber van Zandvoort. Wij krijgen genoeg van de geschrobde roze klinkers onder onze voeten en wijken af van de routebeschrijving. We kiezen een doorsteek met houtschilfers op het zand, een slingerpad van het soort waar wandelaars veel mee op hebben, tussen struiken en bomen en met momenten van onverwacht uitzicht.

En daar zijn, tussen de bomen, de herten. In overvloed. Damherten, model hertenkamp, lijken in het wild buitensporig van omvang. De bokken zijn met hun geweien topzwaar, hun vrouwen (geiten kan ik dit niet noemen) zijn schichtige douairières. Ong. 15 km. Route uit: M. Dekkers en M. Kingma: De mooiste wandelingen in Nederland. Uitg. Van Reemst, Houten, 2004. Voor dit duingebied moet een toegangskaart gekocht worden à 1 euro.