Contractbreuk

Vijftien lezers, onder wie huurders én verhuurders, reageerden op het artikel ‘Jan Modaal moet verhuizen’ in het Zaterdags Bijvoegsel van 4 maart, over de plannen om een deel van de huren te liberaliseren. Een selectie.

De basis van de huurliberalisatie als voorgesteld door minister Dekker is m.i. onfatsoenlijk, er wordt namelijk rechtstreeks ingegrepen in het contract dat verhuurder en huurder met elkaar hebben. In huurcontracten werd tot een aantal jaren geleden standaard de wettelijke huurverhoging opgenomen, ongeveer gelijk aan het inflatiepercentage. Als huurder tekende je dus een huurcontract, waarbij je er vanuit kon gaan, dat de huur nooit met een meer dan redelijk percentage zou stijgen. Als de minister haar zin krijgt wordt dus eigenlijk de grondslag onder deze huurcontracten weggenomen.

Voorts is de voor de liberalisatiegrens bepalende WOZ-waarde aantoonbaar een tamelijk willekeurig instrument. De waarde van mijn woning was bijvoorbeeld geschat op € 296.000. Na enig telefonisch ‘onderhandelen’ werd de prijs bijgesteld naar € 205.000, bijna een ton verschil en achteraf gezien hoogstwaarschijnlijk nog steeds boven de marktwaarde. Een voorbeeld van de andere kant: een kennis die enkele etages van zijn koophuis verhuurt, meldde mij, dat de waarde van zijn pand behoorlijk te hoog is ingeschat, maar dat hij dat nooit zou aanvechten, omdat hij d.m.v. deze overschatte waarde de huren van deze verdiepingen flink zou kunnen verhogen... En dan te bedenken dat huurders vanaf dit jaar helemaal geen bezwaar meer tegen de WOZ-waarde kunnen aantekenen!