Bellenfusie onder vuur

Donkere wolken pakken samen boven het hoofd van de Amerikaanse bellenfusie-fysicus Rusi Taleyarkhan. Heeft hij werkelijk een doorbraak bereikt of verkoopt hij praatjes? Purdue University (West-Lafayette, Indiana) is een onderzoek begonnen naar de handelwijze van zijn omstreden hoogleraar. Dit naar aanleiding van de bevindingen van Nature, dat naspeuring deed en de vernietigende conclusies woensdag naar buiten bracht.

Rusi Taleyarkhan bij de gewraakte bellenfusie-opstelling op PurdueUniversity Rusi Taleyarkhan, a professor of nuclear engineering at Purdue University, has led research showing evidence for nuclear fusion reactions in a tabletop experiment. Taleyarkhan is shown here with his experiment in a U.S. Department of Energy facility in Oak Ridge, Tenn., where he conducted the research before coming to Purdue. (U.S. Department of Energy file photo/Lynn Freeny) U.S. Department of Energy file photo

Sinds 2002 zegt Taleyarkhan kernfusie (de motor achter zonneschijn) te hebben waargenomen in imploderende gasbelletjes in een vloeistof. Een claim die van meet af aan op ongeloof stuitte. Toch kreeg Taleyarkhan zijn artikel gepubliceerd in Science - verzet van de drie reviewers ten spijt. In 2004 en 2006 herhaalde Taleyarkhan zijn beweringen, opnieuw in gerenommeerde tijdschriften. Maar nog altijd is het niemand gelukt het experiment te repliceren, de miljoenen dollars die defensie en het bedrijfsleven aan grants verstrekten ten spijt.

Naaste collega's van Taleyarkhan op Purdue hebben, al dan niet anoniem, tegenover Nature forse kritiek geuit op de werkwijze van hun baas. Taleyarkhan zou positieve resultaten hebben geclaimd terwijl collega-fysici met gebruikmaking van dezelfde apparatuur niets bijzonders opmerkten. Ook zou Taleyarkhan de publicatie van een negatief resultaat van collega's hebben gefrustreerd, zijn ruwe onderzoeksgegevens niet ter beschikking hebben willen stellen en apparatuur hebben verwijderd.

Alles draait om de neutronen die Taleyarkhan als bewijs voor zijn bellenfusie opvoert. Bij kernfusie van zware waterstof komen neutronen vrij en het detecteren van die neutronen zou het optreden van fusie dus aantonen. Inderdaad heeft Taleyarkhan neutronen waargenomen. Probleem is echter, aldus zijn critici, dat die neutronen niets met kernfusie hebben uit te staan. In het experiment uit 2002 zou een gebruikte neutronenbron Taleyarkhan in de luren hebben gelegd, terwijl de resultaten van afgelopen januari uitstekend te verklaren zijn uitgaande van de nabijheid van een radioactieve bron van de isotoop californium-252.

Dat laatste is de conclusie van Brian Naranjo van de Universiteit van Californië in Los Angeles. Naranjo is een promovendus van Seth Putterman, expert op het gebied van bellenfusie en Taleyarkhan-bestrijder van het eerste uur. Op basis van berekeningen aan de hand van het door Taleyarkhan gemeten neutronenspectrum komt Naranjo tot de slotsom dat de kans dat het om kernfusie gelijk is aan één op een miljoen. Putterman heeft vorige week tijdens een bezoek aan Purdue zijn opponent van Naranjo's bevindingen - inmiddels aangeboden aan Physical Review Letters - op de hoogte gesteld. Naar zijn zeggen had zijn gastheer geen bevredigend weerwoord.

Tegenover Nature weigerde Taleyarkan commentaar maar inmiddels heeft de geplaagde fysicus tegenover de New York Times verklaard volkomen verrast' te zijn door de aantijgingen van zijn collega's. De door Purdue ingestelde onderzoekscommissie is volledige medewerking' toegezegd.

Pikant aan de controverse is dat Nature in zijn berichtgeving van deze week niet nalaat concurrent Science in te wrijven dat zij niet alleen in 2002 Taleyarkhans artikel heeft gepubliceerd, maar die handelwijze afgelopen 3 maart nog eens in een hoofdredactioneel commentaar heeft verdedigd.

Inmiddels heeft het Department of Energy (Taleyarkhans werkgever in 2002) de octrooiaanvraag op de bellenfusie-methode ingetrokken. De beoordeling door het Amerikaanse octrooibureau pakte desastreus uit: volkomen gebrek aan reproduceerbaarheid, een variant van koude kernfusie'.