Banken failliet, maar liever niet door falend toezicht

Als gedupeerde spaarder van het faillissement van Van der Hoop (VDH) wil ik u, na lezing van het artikel ‘Banken moet failliet kunnen gaan’ van Rolf Schöndorff in deze krant van 20 februari onderstaande kritische gedachten niet onthouden.

Schöndorff stelt dat de afgelopen 25 jaar nauwelijks een bank failliet is gegaan, dit in tegenstelling tot „tienduizenden faillissementen bij gewone bedrijven“. Hij vergeet dat voor die „tienduizenden bedrijven“ geen aparte toezichthouder in het leven is geroepen met richtlijnen, gedragsregels en wettelijke instrumenten.

Verder vergeet hij te vermelden dat De Nederlandsche Bank de uitgekeerde garantiebedragen van 20.000 euro per rekeninghouder als concurrent crediteur weer terugvordert bij de gefailleerde bank ten nadele van de grotere spaarders. Op die manier krijgen de gedupeerde spaarders een sigaar uit eigen doos.

Vervolgens stelt Schöndorff: „Totale schadeloosstelling zou onverantwoord gedrag van banken uitlokken.“ Maar houdt dat in dat de banken in Duitsland, Engeland, Italië, Frankrijk en Scandinavië, waar de garantiebedragen aanzienlijk hoger zijn dan in Nederland, onverantwoord bezig zijn?

Ook vergeet hij te vermelden dat onschuldige spaarders niet de dupe mogen worden van een bankfaillissement als dat gebeurt door risicovolle operaties, wanbeleid, incompetentie, gebrekkig toezicht, falende controle en zelfs strafbaar handelen (Befra-kwestie), hetgeen bij VDH allemaal het geval is geweest. Ook werden de spaartegoeden van de gedupeerden als onderpand voor noodkredieten van een bankensyndicaat ingezet. Stichting SOBI stelt zelfs dat daarbij sprake is van pauleaneus en strafbaar handelen.

Een betere kop was geweest: ‘Banken moeten failliet kunnen gaan – maar niet door falend toezicht en wanbeleid.’