Anton Corbijn houdt zich goed tussen trillende billen en willige bitches

Clipzenders zijn volgens Joost Zwagerman geen duistere filialen van een gewetenloze porno-industrie. Ze tonen ook kunst

FOTOGRAAF & CLIPMAKER Anton Corbijn Foto Getty Images NEW YORK - OCTOBER 9: Photographer Anton Corbijn attends the opening his photo exhibition at Stellan Holm Gallery on October 9, 2005 in New York City. The exhibition reflects Anton Corbijn's 22 year relationship with the band U2. (Photo by Andrew H. Walker/Getty Images) *** Local Caption *** Anton Corbijn Getty Images/AFP

TMF, MTV, The Box: wie er oppervlakkig naar kijkt, krijgt het idee dat de drie muziekzenders uitstalkasten zijn geworden van de natte dromen onder Amerikaanse hiphoppers: busladingen besilicoonde bitches die erg goed zijn in kroelen en krioelen bieden zich gedwee aan tegenover een gezelschap blasé kijkende rappers. Naar aanleiding van de specifieke hiphop-moraal die uitgaat van het lekkere wijf als instant-amateurhoertje roert de ietwat diffuus opererende fatsoenspolitie zich met de aloude vraag of dat allemaal wel kan. Zouden de clip-programmeurs niet moeten selecteren aan de poort? Wordt er in die altijd eendere hiphopclips niet een even bekrompen als dictatoriaal vrouwbeeld uitgevent waar jongeren hun seksuele etiquette naar modelleren? Voorstanders van een zelfcensuur onder de clip-programmeurs wijzen op de kansen op imitatie-gedrag. Een traject dat begint bij een Hugh Hefner-achtig landgoed waar twee steenrijke rappers hun tijd stukslaan te midden van horden schijnbaar hunkerende chickies in strings eindigt in de slechtste gevallen in de kelderboxen in Rotterdamse probleemwijken waar veertienjarige smatjes zich, zoals dat dan heet, laten 'ploegen' door een gang van vaak minderjarige Kaapverdianen of Antillianen die in slagorde staan opgesteld voor een groepsverkrachting die in hun ogen geen verkrachting is maar hooguit een onschuldig tijdverdrijf dat respect afdwingt binnen de groep.

Van het multimiljonairs-seksisme van 50 Cent en Snoop Dogg naar de garageboxen in Rotterdam-Lombardije - zou het? Intussen lijkt het erop dat niet een beperkt aantal bijna clownesk-vrouwvijandige clips onderwerp van discussie is, maar de muziekzenders in het algemeen. TMF en The Box worden door de criticasters van de seksueel expliciete clips afgeschilderd als de duistere filialen van een gewetenloze porno-industrie. Raar is dat: op momenten dat ik kijk, vormen de (vaak opzettelijk karikaturaal) expliciete clips een minderheid - al moet ik er bij zeggen: een vrij grote minderheid. Maar er zijn genoeg andersoortige clips te zien, met helaas een steeds sterker afnemende airplay voor clips die in aanmerking komen voor het predikaat kunst.

Neem de videoclip die een paar weken geleden vaak te zien was op de diverse clip-stations: 'Talk' van Coldplay. Voor die clip tekende een crack in het genre: Anton Corbijn. Geen bitches, danspalen, dollarbiljetten of harde tepels te zien in die clip. Wél een in zwartwit gefilmd verhaal dat knipoogt naar de bordkartonnen decors van science-fiction jeugdfilms van vroeger. Chris Martin en de anderen van Coldplay landen in een ruimteschip op een vreemde planeet. Een oversized robot loopt een eindje met de heren op. Als ze terugkeren naar het ruimteschip, worden de bandleden een voor een opgeslokt door de robot. En dat dan op de klanken van de handig op Kraftwerks 'Computer Love' gebaseerde nummer 1-hit 'Talk'. De decors zijn opzettelijk primitief, en de mannen van Coldplay 'acteren' opzettelijk onhandig - al met al een ongewoon frivole clip voor de soms wat zorgelijk overkomende Chris Martin, voorman van Coldplay.

Corbijns clip bij 'Talk' past helemaal in de beeldtaal die hij in de loop van zo'n vijfentwintig jaar heeft ontwikkeld in diverse video-clips. Een keuze uit die clips staat op de dvd The Work of Anton Corbijn, en voor wie wel eens moe wordt van de eenheidsworst op TMF en Music Box is het een verademing om langs de clips te scrollen. Zoals zijn foto's een onmiskenbare signatuur dragen, zo toont ook iedere Corbijn-clip het specifieke Corbijn-handschrift, een handschrift dat echter nooit de muziek van de betreffende bands overvleugelt. Tegelijkertijd is dat handschrift zo karakteristiek dat het ons beeld van de popmuzikant beslissend kan bepalen.

Zo tekende Corbijn voor de allermooiste clip die ooit bij een U2-hit is gemaakt: Corbijns 'One', opgenomen in Berlijn, toont hier wat U2 in de kern is: niet uitsluitend een band met Ierse roots maar misschien wel eerst en vooral een Europese band, wortelend in een Europese kunsttraditie. Bij een band met zo'n identiteit hoort een clip-regisseur die zijn blik niet uitsluitend op de muziek- en filmcultuur vam Amerika heeft gericht - Corbijn zelf noemt vaak Jacques Tati en Andrei Tarkovsky als zijn grote inspiratoren. Dat lijken twee onverenigbare grootheden - de klare filmtaal van Tati versus het zware werk van Tarkovsky - maar wie Corbijns verzamelde clips ziet, begrijpt wat hij bedoelt. Slapstick en zwaar aangezette knulligheid (in decors, bijvoorbeeld) gaan een huwelijk aan met doem en zwaarte. In nogal wat clips lopen zwart of wit bekapte mannen, die het midden houden tussen Ku Klux Klan leden en oosterse monniken. Nooit hebben ze een doel - ze dolen, en ze dolen in een desolaat landschap, dat zomaar ineens kan veranderen in een met huisvlijt in elkaar getimmerd circusdecor. In een clip voor Mercury Rev bijvoorbeeld neemt Corbijn zijn hoed af voor de speelfilm Nosferatu, echter zonder ons met allerlei pretentieuze beeldcitaten lastig te vallen.

Opvallend is dat de popmuzikanten in de Corbijn-clips zich relatief vaak verkleden. In 'One' verschijnt het viertal van U2 ineens in drag, maar niet op een uitzinnige manier, zoals bijvoorbeeld wijlen Freddie Mercury in de clip van 'I Want To Break Free'. De vier U2-drag queens onderstrepen juist de verstilling en melancholie van 'One'. Dat is een huzarenstukje, want met mannen die zich als vrouwen verkleden heb je doorgaans de lachers op je hand. Vaak ook fungeren de verklede popsterren als interne verknopingen: Corbijn laat zijn clips naar zijn foto's verwijzen en andersom. Joni Mitchell verkleed als Mexicaanse gringo in de Corbijn-clip 'My Secret Place' is direct verwant aan de beroemd geworden Corbijn-foto van Bono met sombrero en Dali-snor. En David Sylvian lijkt zich in de clip van 'Red Guitar' in hetzelfde landschap te bevinden als waar ooit Captain Beefheart stond, poserend voor Corbijn tegen een achtergrond van verdord struikgewas en een ontbladerde, desolaat uitziende boom. Die specifieke beeldtaal van Corbijn heeft tot gevolg dat er een bepaalde onderlinge verwantschap wordt onderstreept tussen de popmuzikanten met wie hij werkt. Doordat Corbijn in zijn eentje een beeld-instituut vormt, is het alsof Nick Cave, Henry Rollins, Joy Divison, Echo and the Bunnymen, Nirvana, U2 en David Sylvian -dankzij die clips - tot een muzikale familie behoren. Geen spoor van trillende billen, willige bitches en verwaten hiphoppers in deze clips. Wel: zwijgende muzikanten (vaak zingen ze niet met het 'verclipte' nummer mee), grofkorrelige beelden, verlaten landschappen en voortschrijdende Corbijneske monniken. Corbijn schetst een wereld die contact legt met het werk van - en ik doe maar een greep - Salvador Dali, Michelangelo Antonioni, René Magritte en William Burroughs. Corbijns artistieke stamboom staat mijlenver af van de muziekindustrie die al die bitches-clips laat rouleren. Toch maakt het oeuvre van Corbijn en andere even getalenteerde clipmakers net zo vanzelfsprekend deel uit van de clip-cultuur als de patserclips die de hiphopscene voortbrengt. Laten de huidige critici van de muziekzenders dit beseffen: MTV, TMF en Music Box zijn door de clips die ze uitzenden soms evenzeer verweven met de toonzalen van moderne musea als met de achterkamers van een gangsta-clubhuis.