‘Kaalslag’ in sociale voorzieningen in Afrika

In het artikel ‘Rijke landen walgelijk arrogant jegens Afrika’ (NRC Handelsblad, 4 maart) wordt gesuggereerd dat Stephen Lewis de moed heeft gehad om van binnenuit ‘ongezouten kritiek’ op de VN te uiten in zijn boek Race Against Time. Uit het kadertje ernaast blijkt echter dat hij niet zozeer een VN-employé is als wel een politicus, die vele jaren bij de VN heeft gezeten. Op die posten is hij op voorspraak van zijn regering benoemd, ongeveer zoals bij ons Ad Melkert. Dat is wat anders dan een gewone VN-medewerker. Bovendien eindigt zijn aanstelling later dit jaar. In een dergelijke positie is voor het uiten van kritiek niet heel veel moed nodig.

Maar nu die kritiek zelf. Dat de internationale donoren en de lokale machthebbers er de afgelopen decennia niet veel van terecht gebracht hebben, weten we. Dat Lewis ook de goede bedoelingen van bijvoorbeeld de Wereldbank en de VN in twijfel trekt, is zijn goed recht. Waar het mij om gaat, is wat er volgens hem precies is misgegaan. Hij herhaalt de bekende misvatting dat de Wereldbank en het IMF met hun stringente voorwaarden voor het geven van leningen schuldig zijn aan de „kaalslag van sociale voorzieningen“ in Afrika. De feiten zijn anders. In veel landen werden die stringente voorwaarden niet nageleefd, maar de genoemde instellingen gingen niettemin gewoon door met het geven van leningen. Die kaalslag is er wel geweest, maar dat kwam doordat de meeste Afrikaanse landen door economische achteruitgang hun ambitieuze sociale voorzieningen niet meer konden financieren.