Wie wat bewaart

Er moet één grote monumentenvereni-ging naar Brits model komen, bijvoorbeeld om de woekerende businessparken langs de snelweg te beteugelen. Met de vorige werd het niks, maar er zijn nieuwe plannen. Een reconstructie.

Cultuurlandschap bij het Friese Warnsveld. De zorg voor beschermde gebieden in Nederland is nu versplinterd foto Sake Elzinga Nederland - Warnswerd - ( Friesland ) - 07-04-2005. Kerk op terp in Fries landschap met molen. Foto: Sake Elzinga Religie Kerken Landschappen Dorpen Water Wolken

For ever, for everyone, het motto van de National Trust, karakteriseert de Britse cultuur- en natuurmonumentenzorg. Het is misschien dan wel niet een zaak van iedereen, maar wel van zeer velen. En omdat ze het samen doen, met bijna 3,5 miljoen leden en ruim veertigduizend vrijwilligers, is de National Trust ook een “sterke' organisatie die politiek meetelt.

In Nederland gaat het al lange tijd anders. Ook hier ontbreekt het niet aan enthousiastelingen en mensen met hart voor monumenten. Maar ze zitten allemaal in aparte clubjes, in heemkundeverenigingen die zich met lokale geschiedenis bezighouden, stichtingen en verenigingen die zich inzetten voor het behoud van boerderijen, kastelen, huizen of industrieel erfgoed en organisaties die de lokale of landelijke overheidspolitiek willen beïnvloeden. Bij het Nationaal Contact Monumenten (NCM), de koepelorganisatie voor particuliere monumentenorganisaties, zijn ongeveer duizend verenigingen aangesloten die samen honderdduizend leden vertegenwoordigen. Versplinterd als ze zijn, hebben ze nauwelijks invloed in de landelijke politiek.

Maar dat gaat veranderen als het aan Harm Bruins Slot ligt. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep heeft het initiatief genomen voor een vereniging die het cultureel erfgoed een krachtige stem moet geven. Hij doet dat als tikje naïeve nieuwkomer. Hij is pas sinds twee jaar in zijn vrije tijd voorzitter van de Bond Heemschut. “Ik verbaasde me erover dat er wel een grote publieksvereniging voor de natuur is - Natuurmonumenten - maar nog niet voor het cultureel erfgoed.“ Bruins Slot laat zich bijstaan door drie oude bestuurs- en monumentenrotten: Jan Jessurun (voormalig voorzitter van de Raad voor Cultuur), commissaris van de koningin in Utrecht Boele Staal (voorzitter van het NCM) en Fons Asselbergs (oud-directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en nu Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed).

Het is hoog tijd dat zo'n vereniging cultuurmonumenten er komt, zegt Asselbergs. “De verloedering van het cultuurlandschap moet stoppen. Kijk maar naar al die industrieterreinen langs de weg. Het gekke is dat er nu geen boosdoener is aan te wijzen, omdat de verantwoordelijken op bovenregionaal niveau onzichtbaar zijn. Er zijn geen spelregels, er is geen arbiter die optreedt tegen overtredingen en er is geen publiek. Wij moeten zorgen dat die er komen.“

De eerste stap is onlangs gezet. In het Paushuize uit 1517 in Utrecht kwam een twintigtal vertegenwoordigers van monumentenverenigingen bijeen. “Informeel en op persoonlijke titel“, zegt initiatiefnemer Bruins Slot. Het aftastende karakter heeft alles te maken met een gevoelig verleden: er is al eerder een poging geweest om een overkoepelende vereniging op te richten. Die werd zacht gezegd geen succes.

Een reconstructie van die poging geeft inzicht in de vraag waarom er nog geen grote monumentenvereniging is. Bij Emil van Brederode brengt het onderwerp oude frustraties naar boven, vertelt hij in zijn kantoor in het Erfgoedhuis aan de Amsterdamse Herengracht. Als voorzitter van de stichting Open Monumentendag en directeur van het NCM was hij begin jaren negentig de initiatiefnemer. Ook hij had zich wel eens jaloers afgevraagd waarom de natuurbeschermers met clubs als Greenpeace en Natuurmonumenten, dat bijna één miljoen leden telt, wél het grote publiek konden mobiliseren en de monumentenzorgers niet.

En dan te bedenken dat er een vereniging Natuur- én Cultuurmonumenten had kunnen zijn. Vogelliefhebber Pieter Gerbrand van Tienhoven (1875-1953) was in 1905 met Jac P. Thijsse een van de oprichters van Natuurmonumenten. Zes jaar later behoorde hij ook tot de oprichters van de Bond Heemschut. Hij stelde voor om beide verenigingen samen te voegen, maar de monumentenzorgers weigerden. Van Tienhoven mocht dan een liberaal zijn, maar de meeste natuurbeschermers waren in hun ogen van het slag dat met botaniseertrommels en vlindernetjes rondliep, zeg maar socialisten.

De natuurbeschermers en monumentenzorgers zijn sindsdien verder uit elkaar gegroeid. Natuurmonumenten ontwikkelde zich tot een grote publieksorganisatie die publieke commotie bevordert om het zinkviooltje en het Zwanenwater te redden. De monumentenzorgers zijn vanouds “bestuurlijker'. Bovendien hebben ze, omdat ze van overheidssubsidies afhankelijk zijn, een nette bedelcultuur. Van Brederode wilde dat veranderen. “Ik wilde een onafhankelijke landelijke organisatie die de bevolking wist te mobiliseren.“ Want te veel vertrouwen in de overheid was niet goed: in die tijd dreigde bijvoorbeeld een vermindering van de rijksbijdrage voor restauratie en behoud van beschermde monumenten. Door het succes van de Open Monumentendagen, met toen 700.000 bezoekers, geloofde hij dat zo'n vereniging mogelijk was. Hij vroeg eerst de Bond Heemschut - met 8.000 leden de grootste monumentenorganisatie - of die zich tot een publieksvereniging wilde omvormen.

“Meer leden leek hen wel leuk, maar publieksacties zoals concerten en open dagen in monumenten zagen ze niet zitten. Dat zou hun doelstelling maar vertroebelen. Liever bleven ze de luis in de pels die door middel van inhoudelijke procedures streed.“

Met geld van OCW mocht hij daarna door KPMG laten onderzoeken of een grote vereniging die zich inzette voor monumenten in de breedste zin haalbaar zou zijn. Het rapport beloofde veel moois: binnen een jaar 150.000 leden en na vijf jaar mogelijk 350.000.

Zo kon het gebeuren dat Van Brederode op 15 februari 1994 op een persconferentie de oprichting van de Vereniging Open Monumenten (VOM) aankondigde. De locatie, de Koningszaal van Artis, was met zorg uitgekozen, want hier was in 1905 de Vereniging Natuurmonumenten opgericht. De feitelijke oprichting was zes maanden later in een andere monumentale omgeving, kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Vol vertrouwen keken Van Brederode, secretaris van de nieuwe vereniging, en zijn medebestuursleden uit naar de komende Open Monumentendagen, waar als het goed was de eerste leden zich massaal zouden aanmelden. Dat liep anders. Ondanks een onderhoudend kwartaalblad en initiatieven als “erfgoedkisten', “restauraties van de maand' en een “muzikaal monument' waren er na drie maanden pas 5.000 leden. Drie jaar later, toen het niet groter dan 10.000 was geworden, stapte Van Brederode uit het bestuur.

Erfgoedkoepels

Op 1 januari 1998 werd de vereniging definitief opgeheven. Het resultaat van alle inspanningen: “De Bond Heemschut heeft een aantal leden overgenomen. Hun tijdschrift is onder invloed van ons blad kleurrijker geworden en ze organiseren nu ook een “muzikaal monument'. En ik hou me op de achtergrond als er weer zo'n vereniging ter sprake komt. Ik ben nu vooral druk bezig met het feit dat Medy van der Laan onze subsidie gehalveerd heeft en de erfgoedkoepels wil samen laten gaan.“

De klok van de Nicolaaskerk in Utrecht slaat vier uur. Buiten is het guur. Binnen, in de voormalige gevangenis uit 1618 met uitzicht op de kloostertuin van het Nicolaasklooster, steekt Ubbo Hylkema nog een light sigaret op en zegt: “Waarom hebben we het in godsnaam gedaan?“

Op de website van zijn adviesbureau vermeldt hij vele functies die hij in de monumentenwereld heeft gehad, zoals het tijdelijke directeurschap van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Eén functie ontbreekt: het voorzitterschap van de VOM. Voorzichtig: “Is dat zo? Ach ja, je vermeldt liever de successen.“ Stellig: “Ik steek de hand in eigen boezem. We hadden er niet aan moeten beginnen. Ik denk nog steeds dat het kan, maar dan heb je wel geld en een enorme marketingcampagne nodig. Wij hadden nauwelijks geld. Driehonderdduizend gulden van het VSB-fonds, terwijl we achteraf gezien 5 à 7,5 miljoen gulden nodig hadden gehad. En een marketingprofessional.“

Met een goede marketingcampagne was het volgens hem wel mogelijk geweest de Open Monumentendagen als vehikel voor een geslaagde eerste ledenwerving te gebruiken. Nu zorgden die 5.000 leden in drie maanden voor allerlei negatieve gevolgen: tv-plannen verdwenen in de ijskast, samenwerking met een externe partner als de ANWB ging niet door, en ook het gewenste “gezicht' kwam niet. “Wij waren in gesprek met Loek Hermans, maar die wilde commissaris van de koningin in Friesland blijven.“

Hylkema stapte uiteindelijk gelijk met Van Brederode op. Bijna negen jaar later emotioneert het onderwerp hem nog steeds. “Monumentenzorg is voor iedereen van belang. Onderzoeken tonen aan dat goed geconserveerde steden het geweld op straat dempen. Het hoort bij beschaafd burgerschap en nationale identiteit.“ Zelf heeft hij geen ambities meer om zich met iets als de VOM te bemoeien. “Dat zou een beetje Don Quichote-achtig zijn.“

Molen op de hoek

Rijst de vraag of de poging van Bruins Slot “c.s. wel zal slagen. Zeker als je weet dat de VOM en het idee van een mogelijke opvolger bij velen nog steeds als een rode lap werken. Bestaande particuliere organisaties vinden dat hun plannen overlapt worden, zeggen ze zelf. Omdat ze bang waren dat ze leden aan ons kwijt zouden raken, zeggen Van Brederode en Hylkema. Een grote landelijke organisatie heeft volgens de critici van een vereniging als de VOM in Nederland eigenlijk ook weinig zin, omdat hier, anders dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, niet zoiets als besef van hét nationaal cultureel erfgoed bestaat. Pas als de kerk, het landgoed of de molen op de hoek bedreigd wordt, schrikken de mensen wakker. Vandaar dat de monumentenorganisaties hier vooral regionaal en lokaal sterk zijn.

Het eerste wat de vier mannen achter het nieuwe initiatief tijdens de bijeenkomst in het Paushuize dan ook deden, was de aanwezigen geruststellen: hun vereniging wordt geen VOM. “O nee“, zegt Asselbergs. “Wij willen het lokale initiatief juist niet frustreren. De binding met het monument op de hoek, met bijvoorbeeld houtzaagmolen De Ster midden in Utrecht, moet blijven. Daarom stel ik me een bond van stichtingen en verenigingen voor. Iedere particuliere organisatie vraagt bijvoorbeeld 25 euro van zijn leden. Daarvan gaat 1,5 of 2 euro naar het apparaat van de gemeenschappelijke beweging. Zo moeten we een vuist kunnen maken. De leden krijgen een soort museumkaart waarmee ze monumenten en cultuurhistorische evenementen kunnen bezoeken.“ Het ledental, denken de vier initiatiefnemers, kan uiteindelijk een paar honderdduizend worden. “Als je ook de mensen die in het weekend de lokale monumenten poetsen erbij telt.“

De nieuwe vereniging zal er niet van de ene op de andere dag zijn, zeggen Bruins Slot en Asselbergs, maar moet organisch groeien. Geef ze vijf jaar, vragen ze. De tijd is er rijp voor: het besef dat landschap, cultuur, archeologie en gebouwde monumenten met elkaar verbonden zijn, dringt door. Zie de naam van de nieuwe rijksdienst, die dit jaar na een fusie ontstaat, zegt Asselbergs. “Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten.“

Frans Evers is echter sceptisch. De oud-voorzitter van de Vogelbescherming, directeur van de Rijksgebouwendienst en hoofddirecteur van Natuurmonumenten is een moderne Van Tienhoven, die zoals hij zelf zegt, “over schotten heen kijkt'. Hij wilde enkele jaren geleden een soort Nederlandse National Trust oprichten, zonder persoonlijke leden, maar met organisaties als de Stichting Geldersche Kastelen, Hendrick de Keijser én Natuurmonumenten, die na een inventarisatie zelfs de grootste particuliere bezitter van monumentale gebouwen bleek te zijn. Toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg verklaarde zich desgevraagd bereid de eigendommen van een Nederlandse National Trust wettelijk te beschermen. Zijn eigen Natuurmonumenten, waar Evers toen hoofddirecteur was, zag het uiteindelijk niet zitten, omdat ze bang waren hun natuurimago kwijt te raken. “Nog steeds een interessant idee“, zegt Evers. “Beter dan een Vereniging Cultuurmonumenten, die hoogstens enkele tienduizenden leden zal halen, omdat de bevolking monumentenzorg als een overheidstaak beschouwt.“ Ten onrechte: “De overheid vormt net als bij de natuur soms juist de grootste bedreiging. Want niet de projectontwikkelaars, maar de overheden maken de bestemmingsplannen.“ Een monumentale tegenspeler blijft gewenst.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel “Wie wat bewaart' (CS, 10 maart) stond bij de foto een verkeerd bijschrift. Het cultuurlandschap bevindt zich bij het Friese Wanswerd.