Wie controleert of de zorg goed is?

Nu er meer concurrentie komt in de zorg, wordt toezicht belangrijker. Daarom stelt minister Hoogervorst een speciale toezichthouder in. Maar hoe machtig wordt die?

Krijgt de gezondheidszorg een speciale waakhond die op kartels, fusies en op een goede kwaliteit van de verleende zorg toeziet? En hoe scherp moeten de tanden van deze waakhond zijn om van ziekenhuizen en verzekeraars goed gedrag af te dwingen op een markt waar de concurrentiestrijd feller wordt? Daar ging het gisteren om bij de behandeling van de Wet marktordening gezondheidszorg, die geldt als het sluitstuk van de megahervorming van het zorgstelsel. De Tweede Kamer rondde het debat hierover gisteren met minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) af. De Kamer eiste een zwaar bewapende toezichthouder. Maar de nieuwe toezichthouder, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) krijgt geen bevoegdheid om te kijken naar de gevolgen van concurrentie voor de kwaliteit van de zorg. Dat blijft de taak van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Het toezicht op onvolwassen markten, is meestal de taak van sectorspecifieke toezichthouders. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) die in Nederland toeziet op eerlijke concurrentie, krijgt er in sectoren waar de liberalisering nog op gang moet komen, doorgaans een medestander bij. Zo heeft de telecomsector een eigen waakhond (Opta). Omdat ook in de zorg geen volledige concurrentie bestaat, wil minister Hoogervorst de Nederlandse Zorgautoriteit oprichten. De NZa gaat over een paar maanden van start en herbergt het oude tarievencollege CTG, die de prijzen in de zorg vaststelt en de vroegere toezichthouder op de ziekenfondsen, de CTZ.

In het Kamerdebat ging het voornamelijk over de vraag hoeveel macht de nieuwe waakhond moet krijgen. De regeringsfractie CDA is tegen vergaande bevoegdheden en wil dat alleen de vaststelling van prijzen en tarieven aan de Zorgautoriteit toevallen. Het markttoezicht is een taak van de ervaren NMa, vindt het CDA.

Dit standpunt wekte verbazing, niet alleen bij de linkse oppositie, maar ook bij VVD-Kamerlid Schippers. Eind vorige maand verweet zij het CDA op het laatste moment 'het hart uit de wet te verwijderen'. Het CDA weet nog niet of het later deze maand voor het wetsvoorstel zal stemmen.

Een Kamermeerderheid, zo bleek gisteren, wil de bevoegdheden van de waakhond juist uitbreiden. Zo is er voldoende steun voor een PvdA-amendement, om de NZa te laten kijken naar de aanmerkelijke marktmacht van zorgverzekeraars en ook van zorginstellingen in nog niet geliberaliseerde delen van de gezondheidszorg. Hiermee wil de Kamer voorkomen dat partijen te machtig worden. Krijgt de waakhond het vermoeden van zo'n machtspositie, dan kan hij vooraf ingrijpen. Nu kan de NMa alleen achteraf optreden.

Een andere winst die de Kamer boekte, kan patiëntenorganisaties tevreden stemmen. Een Kamermeerderheid wil dat consumenten- en patiëntenorganisaties nadrukkelijk worden aangemerkt als belanghebbenden. De VVD en de PvdA willen dat specifieke patiëntenorganisaties klachten kunnen neerleggen bij de Zorgautoriteit. Deze toezichthouder mag zo'n klacht niet zomaar naast zich neerleggen. Ook dit voorstel lijkt op steun te kunnen rekenen.

De oppositiepartijen SP en GroenLinks vinden deze taakverzwaring van de waakhond niet ver genoeg gaan. Het amendement van SP-Kamerlid Kant om de Zorgautoriteit ook te laten waken over de kwaliteit van de zorg, wil Hoogervorst niet overnemen.

Haar collega Vendrik van GroenLinks noemde dat onbegrijpelijk: 'Ik ben niet tegen goed toezicht, maar voegt dit wetsvoorstel iets toe aan de kwaliteit van de zorg? Dát zou een centrale rol moeten spelen.' Kant: 'Als marktwerking verkeerd uitpakt, kun je dat niet los zien van de kwaliteit.'