Weekboek 10

Kaft van ‘Pimp’ van Iceberg Slim Iceberg Slim PIMP

Analyse Mexicaanse intellectueel blijft 34 jaar goed

Mensen schrijven liever dan ze lezen. Uitgevers doen niets om de alsmaar groeiende boekenstroom in te dammen. Een boek dat op het juiste moment uitgegeven wordt kan een bijdrage zijn aan een actueel debat; een slecht geschreven of irrelevant boek is funest voor de overbelaste lezer.

De inhoud van het onlangs door Bert Bakker uitgegeven Zo veel boeken. Lezen en uitgeven in een tijd van overvloed lijkt een adequate analyse van het boekenvak aan het begin van de 21ste eeuw. Maar de auteur, de Mexicaanse dichter en intellectueel Gabriel Zaid (1934), publiceerde Los demasiados libros al in 1972. De uitgave van Bert Bakker is een vertaling van een gemoderniseerde en uitgebreide Amerikaanse versie uit 2003. Over de oorspronkelijke uitgave is in het boekje niets terug te vinden en wie Zaid is staat er niet in. Hoofdredacteur Job Lisman van Bert Bakker: „Het boekje was vooral bedoeld als aardigheidje voor mensen in het boekenvak. Ik wist niet dat het al zo oud was.”

De kritiek op het snelle uitgeefwezen in het boekje is niet mals. Is het dan niet wrang dat de Nederlandse uitgave van dit boek alle tekenen van een haastklus vertoont? Lisman: „Dat kan ik niet ontkennen.”

De Amerikaanse uitgever Paul Dry is dan ook niet te spreken over de Nederlandse uitgave van So Many Books. Het boek is slordig vertaald, terwijl de Amerikaanse editie van het Spaanstalige origineel juist met veel zorg tot stand is gekomen. „Uiteindelijk heeft hij zelfs drie nieuwe hoofdstukken voor ons geschreven.” Bovendien pleegde Bakker contractbreuk, volgens Dry. „In de Nederlandse editie is nagelaten ons copyright over de Engelse tekst te vermelden,” aldus Paul Dry. Lisman kan er niets over kwijt: „De redacteur die deze uitgave heeft verzorgd, is inmiddels vertrokken.”

Alle wegen leiden ineens naar Querido

Patricia de Martelaere, Jan van Aken en Threes Anna zijn overgestapt naar Querido. Uitgeefster Annette Portegies lijkt een magneet voor mensen met wie zij heeft samengewerkt. Threes Anna, voormalig artistiek leider van de Dogtroep, is afkomstig van uitgeverij Vassallucci. Die uitgeverij was onderdeel van Meulenhoff toen Portegies daar directeur was. Vassallucci wordt met het vertrek van hoofdredacteur Adriaan Krabbendam per 1 april een soort spookuitgeverij: er werkt niemand meer en alle belangrijke schrijvers zijn vertrokken. Querido was Anna’s eerste keus: „Wat ik erg belangrijk vind, is de aandacht en diepgang die ze hebben, die had Vassallucci ook. Er wordt met heel veel zorg en liefde gekeken naar je werk.”

Jan van Aken schreef vier boeken bij Prometheus/Bert Bakker, waaronder de bestseller De valse dageraad. Ook voor hem betekent de breuk vooral continuïteit. „Annette Portegies was mijn eerste redactrice bij Prometheus. Toen zij vertrok wilde ik al weggaan. Pas toen mijn redacteur Sander Blom ook naar Querido ging heb ik de knoop doorgehakt. Ik kon goed met iedereen samenwerken bij Prometheus, maar het grote verloop van redacteuren vond ik erg vervelend. Ik houd niet zo van verandering.”

Ook Patricia de Martelaere koos voor standvastigheid, zegt Annette Portegies: „Nadat ik weggegaan ben bij Meulenhoff is daar een jaar geen uitgever en dus geen aanspreekpunt geweest. Daar had De Martelaere genoeg van.” Kan Portegies de rust van deze auteurs waarborgen? „Tegen iedereen die nu bij Querido werkt, zeggen we: je moet blijven tot je pensioen. Ik kan mensen natuurlijk niet aan hun stoel vastbinden, maar ik heb het idee dat de rust overal een beetje weerkeert.” Blijft Portegies zelf ook zitten waar ze zit? „Ja, dat is wel het minste! Het moet nu maar eens afgelopen zijn met dat gedonderjaag.”

Zwarte gangsterpulp zorgt voor controverse

De zwarte Amerikaanse schrijver Nick Chiles is hard uitgevallen tegen zijn minder literaire broeders. In een essay in de New York Times begin dit jaar veegt hij de vloer aan met street lit, een soort stuiverromannetjes over het spijkerharde leven in het getto. Hij beschrijft hoe hij verzeild raakte in een boekwinkel, waar de zwarte gangsterpulp gebroederlijk naast serieuze literatuur van zwarte schrijvers gezet was. „Maar op het bordje erboven stond geen ‘Street Lit’. Er stond ‘African-American Literature’. We waren allemaal vertegenwoordigd onder dat bordje, de hele gemeenschap van zwarte auteurs, compleet verzwolgen door een golf van titels als Hustlin’ Backwards en Chocolate Flava.”

Het genre werd in 1969 ‘uitgevonden’ door souteneur Iceberg Slim. Na jaren in de gevangenis besloot hij schoon schip te maken en schreef zijn memoires: Pimp. Inmiddels is street lit een soort boekenversie van de gangsterrap. Het wordt zo gretig gelezen, dat zelfs grote uitgeverijen (ex)criminelen een contract aanbieden voor een recht-voor-zijn-raapversie van hun rauwe levensverhaal. Street lit wordt geschreven door mannen én vrouwen. Maar de grootste groep afnemers van de moralistische verhaaltjes vol seks en geweld zijn jonge zwarte vrouwen.

De zwarte gemeenschap emancipeert juist door het lezen, schrijven en uitgeven van boeken, aldus Barbara Hoffert in de Library Journal: „Het schrijven heeft deze auteurs uit soms schrijnende levens bevrijd. Een boek als Hoodlum doet wat literatuur moet doen: het laat ons zien dat schrijven echt iets uitmaakt.”