Übermensch, durf te leven

Het is aan een bekend merk wasmachines te danken dat Also sprach Zarathustra van Richard Strauss mij al sinds jaren niet meer in de oren wil klinken als de muzikale evenknie van Friedrich Nietzsches gelijkname profetengedicht. “Gloeiend en sterk' moest Nietzsches Zarathustra uit zijn hol naar buiten komen om zijn boodschap van de Übermensch te prediken, en zo kondigt Strauss hem in de eerste maten van zijn symfonische gedicht ook met klaroenstoten aan. Maar de Ster en de commercie deden hun verwoestend werk. Daar kon zelfs de muzikaalste filosoof niet tegenop.

Want in muziek zijn het leven en denken van Nietzsche gedrenkt. Jarenlang twijfelde hij of zijn roeping lag in het componeren of filosoferen, tot zijn vriend en mentor Richard Wagner hem uit de droom hielp. In het woord lag zijn kracht, niet in de noten.

Dat zal ik graag beamen, al vallen de liederen die Nietzsche schreef behoorlijk mee. Met zijn eigen muzikale voorkeuren gaat het, nadat hij zich na het zien van Wagners Parzifal in Bayreuth woedend tegen diens “knieval voor het christendom' heeft gekeerd, rap bergafwaarts. Zuidelijke charme zoekt hij nu, en Bizets Carmen mag de plaats van de Nibelungen gaan innemen. Niet lang daarna raakt hij in de ban van de Spaanse zarzuela. Over de operette El gran vía schrijft hij opgetogen naar een vriend: “Daar zag ik opnieuw mijn grote weg voor mij, mijn eigen gran vía...'

Toch vindt Nietzsche bij de zuidelijke componisten minder gehoor dan bij die uit het noorden. Mahler gebruikt zijn “Nachtwandler-Lied' uit diezelfde Zarathustra voor zijn derde symfonie en wat later klinkt in het Amsterdamse Concertgebouw een tekst uit Jenseits von Gut und Böse in een versie voor bassolo en orkest van Alphons Diepenbrock. Maar het meest authentieke Nietzscheaanse geluid klinkt vrijwel tegelijkertijd elders in Amsterdam, waar de troubadour Jean-Louis Pisuisse in een cabaret aan het Rembrandtplein de Mensch toezingt dat hij leven moet.

“Mensch, durf te leven!' bruist van de bestaansvreugde waarom het Nietzsche zoveel meer te doen was dan de blonde barbarie die iets te gretige generaties er later in hebben ontwaard. Het zingt met een onbetamelijke frankheid in even simpele als doeltreffende woorden: “Het leven is heerlijk, het leven is mooi. / Maar vlieg uit in de lucht en kruip niet in je kooi', want “Mens, is dat leven?' Iedere keer weer onweerstaanbaar is het lied wanneer het in een steeds dwingender staccato zijn moraal meegeeft: “Je kop in de hoogte, je neus in de wind. / En lap aan je laars hoe een ander het vindt. / Hou een hart van warmte en liefd' in je borst. / En wees op je vierkante meter een vorst!' Zo zou Nietzsche het - denk ik - graag hebben gehoord.

Ik weet niet hoe Pisuisse geklonken heeft, al schijnt er een oude opname te bestaan. Zo'n driekwart eeuw later zette Ramses Shaffy het lied opnieuw op de plaat. Er kwam een saxofoon en een wat swingender ritme aan te pas, maar nog altijd klonk de bevrijdende stem die Nietzsche ooit voor de hele Europese cultuur moet hebben betekend. Toen ieder zich eenmaal op zijn eigen vierkante meter een vorst wist, was er voor de oude wereld geen redden meer aan.

Friedrich Nietzsche: Aldus sprak Zarathoestra (Wereldbibliotheek, euro 14,50). De Shaffy-versie van “Mens durf te leven' staat op “Ramses' (CNR).