Schrijverskind

Gek is dat. Waar schrijvers het meest van weten, daar kunnen ze het minst over schrijven: hun kinderen. Ja, zolang de kinderen nog kindjes zijn, is er geen probleem. Schrijfpa en schrijfmoe kunnen zich uitleven in vertederende verhaaltjes over de eerste tandjes, de eerste crèche en de eerste schooldag. Maar dan!

Het kind wordt puber, krijgt liefdes, rookt joints of snuift erger, mislukt, krabbelt op, mislukt weer, trouwt, scheidt, ach, er zit zo'n prachtige romancyclus in. Maar dan! Het kind leest die prachtige romancyclus en zegt tegen pa of ma: “Dat was niet de bedoeling. Adieu.“

Daarom lezen we zo zelden prachtige romans over de kinderen van schrijvers. Natuurlijk, de schrijver kan zijn kinderen “fictionaliseren', namen en gezichten veranderen, eigenschappen verwisselen enzovoorts, maar kinderen zijn niet gek. “Dat ben ik“, zullen ze zeggen, “dat hebben wij samen meegemaakt en dat weet jij heel goed.“

Journaliste Elisabeth Lockhorn begon er een poosje geleden tegen Gerrit Krol over. Er zit zoveel autobiografie in je boeken, zei ze, waarom heb je juist je vaderschap volledig verdonkeremaand?

“De ik-figuur is nogal eens ontrouw“, zegt Krol, “verlaat soms zelfs zijn vrouw, ik kan dat niet voor elkaar krijgen als er een kind in het spel is. Ontrouw tegenover je vrouw, dat kan, die kan jou met gelijke munt terugbetalen, maar een kind? Op papier lukt mij dat niet. Als mijn hoofdpersoon kinderen zou hebben, kan hij moreel niet doen wat hij nu doet. Ellen, mijn dochter, betreurt het overigens niet dat ik haar in mijn boeken oversla.“

Ik begrijp Ellen. Als Krol die “ontrouw' van een vader had willen beschrijven, had hij niet om de reactie van het kind heengekund. En dat was hachelijk geworden.

Nemen we een collega van Krol, en niet de minste: Alice Munro. Schitterende schrijfster van lange, korte verhalen. Ze komt uit Canada, is inmiddels 74 jaar, maar haar bundels verliezen nog niets aan kracht. Stilte heet de laatste in de vertaling van Pleuke Boyce. Ik ben bezig haar nogal autobiografische oeuvre achterstevoren te lezen: van de ouderdom naar de jeugd. Er staat me vermoedelijk nog veel moois te wachten.

Munro heet eigenlijk Laidlaw, Munro is de naam van haar eerste man, een boekhandelaar. Ze kreeg drie kinderen van hem, scheidde in 1972 en hertrouwde vier jaar later met een geograaf. In een interview vertelde ze dat ze minder persoonlijk schrijft dan vroeger. Je begint je jeugd te gebruiken, zei ze, en in de tweede helft van je leven zijn je kinderen je “deep personal material', maar dat kun je maar beter laten liggen. “Je kunt over je ouders schrijven als ze overleden zijn“, zei ze, “maar je kinderen blijven hier nog een poosje, en je wilt toch graag dat ze je komen opzoeken in het verpleeghuis.“

De ironie wil dat haar het omgekeerde is overkomen: een dochter - Sheila, de oudste - heeft over háár geschreven. Zo zou haar moeder haar destijds hebben aangemoedigd soft drugs te gebruiken. Ik zag een interview waarin Munro nogal gegeneerd op die bewering reageert. Had ze dat gedaan? Nee, ze had er geen bezwaar tegen gehad, dat was iets anders.

Schrijvers zijn gewaarschuwd.