Openbaring in de disco

Over schrijven en muziek valt veel te zeggen, heel erg veel, maar over lezen en muziek? Alles wat ik schrijf, schrijf ik op muziek (deze zinnen met dank aan Mary J Blige), maar het lezen van een boek en het luisteren naar muziek zijn ervaringen die elkaar wat mij betreft nauwelijks raken. Als ik muziek op heb staan terwijl ik lees, blijft er van die muziek niets hangen - of het boek moet slecht zijn.

Donna Summer Bad Girls

Het is zoals met alcohol en literatuur: er zijn honderden literaire studies en talloze themanummers van literaire bladen aan schrijvers en de fles gewijd, veel te veel, maar geen een, durf ik te beweren, aan de dronken lezer. En als zulke studies wel bestaan, wie wil ze lezen? Je gaat niet aan de drank om je in Dostojevski te verliezen. Je luistert niet naar muziek om Philip Roth te kunnen lezen.

Op dit moment lees ik Lolita van Nabokov weer; tussen de uitbarstingen van lyrische verdorvenheid van Humbert Humbert door luister ik veel naar Jussi Björling (1911-1960), de Zweedse tenor die volgens mij over een van de mooiste stemmen van de wereld beschikte (hij moest trouwens drinken om te kunnen zingen). Misschien gaan lezen en luisteren een verbintenis aan in mijn hoofd; ik ben me er niet van bewust. Je leest òf je luistert.

Is er dan geen enkel verband? Muziek hecht zich aan ervaringen, bewust of onbewust - de roes van de beslissende ontmoeting, de openbaring van de liefde, de doorwaakte nacht, de sombere ochtenden, de blijheid die uit de lucht komt vallen.

Na een ongelukkige liefde, alweer lang geleden, luisterde ik op mijn studentenkamer keer op keer naar het mechanische disco-nummer “Sunset People' van Donna Summer, geproduceerd door het Duitse discofenomeen Giorgio Moroder (mijn medestudenten op dezelfde gang waren net zo somber als ik, maar gewoon vanwege de wereld; zij hadden ook een betere smaak dan ik en kozen voor de overtuigde zelfmoordmuziek van Joy Division).

Tegelijk las ik nachtenlang de Belijdenissen van Augustinus, een boek vol persoonlijke openbaringen dat helemaal voor mij alleen geschreven leek te zijn - zo ongelukkig was ik. Ik onderstreept regel na regel, krabbelde verbaasde uitroepen in de marge van vrijwel iedere bladzijde.

Ergens diep in mijn bewustzijn bestaat dus een associatief, Proustiaans verbond tussen Donna Summer en Augustinus. In de buitenwereld hebben ze elkaar niets te zeggen, het was toeval dat ze elkaar in mijn hoofd tegenkwamen. De een zorgde voor de noodzakelijke verdoving, het doodse ritme van de door mij zo wanhopig gezochte wezenloosheid. De ander verschafte juist openbaringen, de intense opleving van het gevoel dat de dingen er wèl toe deden, dat het leven nog iets groots in petto moest hebben. In mijn hoofd gaven ze elkaar een hand - en redden een leven.

Aurelius Augustinus: Belijdenissen. (Ambo, euro 19, 95). “Sunset People' van Donna Summer is te vinden op het album Bad Girls (Mercury/Universal).