Oom Jacques als lichtend voorbeeld

Zijn laatste zege in de Formule 1 is de wereldtitel uit 1997. Negen jaar later maakt de Canadese coureur Jacques Villeneuve (34) weer deel uit van een topteam: BMW Sauber.

Jacques Villeneuve in januari in Spanje. Foto AP BMW Sauber Formula one motor racing team driver Jacques Villeneuve of Canada blocks his ears in the pit garage during a presentation testing session at the Cheste circuit just outside Valencia, Spain, Tuesday, Jan. 17, 2006. (AP Photo/Fernando Bustamante) Associated Press

In het rennerskwartier van Monza kon je in 1998 niet om de imposante gestalte van “Rocky' heen. Sylvester Stallone bereidde zich voor op het maken van een film over de Formule 1, en hij was te gast bij het team van Williams. In '97 was Jacques Villeneuve wereldkampioen Formule 1 geworden, dus lag het antwoord van de Amerikaanse acteur/regisseur op de vraag wie in '98 de wereldtitel zou winnen voor de hand. “Villeneuve“, zei hij met zijn extreem lage basstem.

Maar Stallones film over de F1 kwam er niet en Villeneuve werd geen wereldkampioen. Hij won sinds '97 zelfs geen enkele race.

Twee weken geleden was daar opeens het bericht dat Jacques Villeneuve een internationale snowscooterrace in Canada had gewonnen. Het bleek niet te gaan om de coureur die zondag bij het team van BMW Sauber in Bahrein aan zijn elfde seizoen in de Formule 1 begint, maar om zijn gelijknamige oom. De “JV' op de snowmobile - een glijdende variant van een F1-wagen - is de 52-jarige broer van de legendarische Gilles Villeneuve, die in 1982 bij een training met zijn Ferrari op het circuit van Zolder, in België, verongelukte.

In 1974 werd Gilles op een snowmobile wereldkampioen, een titel die hij vergeefs najoeg in de Formule 1. Oom Jacques vult de winters nog steeds op die manier, voornamelijk op ovaalbanen in Noord-Amerika. Op zijn website onder meer foto's van een snowmobilerace op het circuit in Montreal dat naar zijn overleden broer is vernoemd en waar het F1-circus elk jaar zijn tenten opslaat.

De jonge Jacques was net elf toen zijn vader overleed. In de winter van 1984 zette hij de eerste schreden in de sporen van zijn vader. Hij ging karten - de activiteit die bij veel F1-coureurs de eerste regel op hun cv is. Als veertienjarige kroop hij hij in de omgeving van Monte Carlo achter het stuur van de auto van zijn moeder, die naast hem zat, en in Canada mocht hij een keer het gaspedaal intrappen van de Ford Mustang van oom Jacques, op een rechte, verlaten weg. “Tweehonderd kilometer per uur, met m'n oom naast me“, zegt “JV' in de biografie die Christopher Hilton in 1996 van hem maakte.

In dat jaar maakte Villeneuve een gedenkwaardig debuut in de Formule 1. Als 24-jarige coureur vertrok hij in zijn eerste race van pole-position. En dat op een circuit, Albert Park in Melbourne, waarmee hij pas een paar dagen eerder joggend en op rolschaatsen had kennisgemaakt. Sensationeel was ook zijn eerste race. Hij lag in winnende positie toen hij pech kreeg en uiteindelijk tweede werd.

De F1-carrière van Villeneuve bereikte een hoogtepunt toen hij in de laatste race van 1997, in Jerez, wereldkampioen werd. Met een kamikaze-actie probeerde Michael Schumacher, die ook nog een kans op de titel had, Villeneuve vergeefs van de baan te rammen.

Schumacher, die zichzelf met die actie uitschakelde, begint in Bahrein mogelijk aan zijn laatste seizoen in de Formule 1.

Villeneuve heeft een auto die op termijn races kan winnen. Het is wellicht te vroeg om dit seizoen al aan overwinningen te denken, zei teambaas Mario Theissen bij de presentatie van BMW Sauber, in januari in Valencia. BMW nam de renstal van Sauber over en het eerste jaar zal nodig zijn om te leren op eigen benen te staan. Toen vorig jaar bekend werd dat de Duitse autofabrikant de Zwitserse privé-renstal zou inlijven, met een windtunnel als bruidsschat, dachten velen dat het gedaan was met de carrière van Villeneuve. Maar op 1 december werd bekend dat hij die andere BMW-coureur zou zijn, naast de Duitser Nick Heidfeld. BMW-baas Theissen zei in Valencia blij te zijn met de Canadees, die een decennium aan ervaring in de Formule 1 met zich meebrengt.

In 2004 was Villeneuve werkloos, nadat hij met ruzie bij het team van BAR was vertrokken. Datzelfde jaar nog maakte hij een onverwachte comeback; bij Renault reed hij de laatste drie races van dat seizoen, als vervanger van Jarno Trulli. Daarna tekende hij bij Sauber. In de maanden dat hij thuis zat, volgde hij races op televisie. Die konden hem maar matig boeien.

“Met al die strategieën is het lastig om een race op tv te volgen“, zei Villeneuve in Valencia. “Al na vijf ronden was ik de draad kwijt, en dan ben ik nog iemand die de Formule 1 goed kent. Kun je nagaan hoe het de fans vergaat. Van mij mogen de benzinestops en het gebruik van alle elektronica meteen worden afgeschaft. En als je meer inhaalacties wil zien, heb je eigenlijk meer rijders nodig die niet fit zijn en die fouten maken. Maar tegenwoordig zijn ze allemaal in conditie, en met al die elektronica is het moeilijk om fouten te maken. Als alles bij het oude blijft, zul je amper inhaalacties zien. En zo gaat het al dertig jaar.“

Het klonk plichtmatig uit zijn mond, dat winnen nog steeds zijn doel is. En relativeren kan Jacques Villeneuve als geen ander: “Het is minder erg om niet te winnen als je al een keer hebt gewonnen, dan nooit te hebben gewonnen.“