Nieuw vijandbeeld is opgericht

Nagenoeg alle politieke partijen zijn het erover eens dat er een kloof bestaat tussen bestuur en bestuurden, tussen kiezer en gekozenen. Ook is er consensus dat die kloof overbrugd moet worden, wil het vaderland niet afglijden naar populisme en anarchie. Maar wie oplet, ziet eerder een hoogteverschil.

De folder die dezer dagen in de brievenbussen wordt gedeponeerd en waarin wordt uitgelegd hoe in Nederland het terrorisme wordt bestreden en hoe de burger daarin een aandeel kan nemen, is met zijn beperkte opzet en kinderlijke inhoud een voorbeeld.

De overheid hurkt als het ware bij het volk neer en maant het tot oplettendheid en voorzichtigheid, zonder daarbij overigens de moed te verliezen. Herinneringen aan de BB (Bescherming Bevolking) uit de Koude Oorlog komen boven.

De campagne vertoont trekken van overeenkomst met de voorbereidselen voor de strijd tegen de vogelgriep. Beide gevaren worden tegemoet getreden als natuurverschijnselen aan het ontstaan waarvan weinig valt te doen, maar die beheersbaar blijven zolang we de autoriteiten inlichten zodra we op dode zwanen en rondslingerende tassen en rugzakken stuiten. Ophokken van verdachte elementen wordt aangeraden om besmetting en erger te voorkomen. In het algemeen lijken we één mutatie verwijderd van de pandemie, van vogelgriep tot mensengriep, van gewone moslim tot radicale moslim.

In de bewuste folder intussen wordt niet over de bronnen en de aard van het terrorisme gesproken. De overheid wil waarschuwen, niet ophitsen. Daardoor dreigt de lezer te ontgaan dat het terrorisme een keerzijde heeft. De zijde namelijk waar de verantwoordelijkheid aan de orde komt van landen die het doelwit zijn of kunnen worden.

Er bestaan verschillende typen terrorisme met ieder een eigen achtergrond. In de Europese ruimte kennen we de IRA en de ETA en in een niet zo ver verleden het terrorisme van ultra-links en aanverwante Palestijnse, Algerijnse, Koerdische en Arabische groepen. En Nederland was een aantal jaren het doelwit van Moluks terrorisme.

Het eigentijdse terrorisme komt hoofdzakelijk van islamitisch-fundamentalistische kant. Aan dat terrorisme en aan de reactie erop is een geschiedenis verbonden. De reactie van en in landen die het doelwit zijn geweest of die menen dat te kunnen worden, wordt bepaald door de overtuiging slachtoffer te zijn.

Dat de geschiedenis dit nuanceert, dat zeker de afgelopen drie jaar meer mensen zijn omgekomen, zonder vorm van proces zijn opgesloten en zijn gefolterd in gebieden waar het terrorisme zijn oorsprong heeft dan in westerse staten waarin aanslagen zijn gepleegd, is een nuance die door overheden, professionele waarnemers en 'de straat' gemakshalve over het hoofd wordt gezien.

Een extreem voorbeeld van deze bijziendheid is het artikel van Daniel Jonah Goldhagen in de jongste aflevering van het tijdschrift New Republic. Goldhagen, bekend van zijn stelling dat ook gewone Duitsers een rechtstreeks aandeel hadden in de holocaust en dat virulent en gewelddadig antisemitisme historisch een Duitse eigenschap was, trekt van leer tegen wat hij noemt de politieke islam, 'agressief en totalitair en nu volop in het offensief'. Irans nucleaire activiteiten, de verkiezingszege van Hamas, de turbulentie veroorzaakt door Deense Mohammed-cartoons markeren de 'intercontinentale intifada'.

Goldhagen probeert onderscheid te maken tussen dit verschijnsel en moslims in het algemeen, maar het artikel als geheel kan niet anders worden gelezen dan als een onverbiddelijk 'wij tegen zij', zij: de 1,2 miljard moslims in de wereld.

Dat om zo'n stelling geloofwaardig te maken de geschiedenis verzet moet worden, is niet verwonderlijk. Zo maakt Goldhagen van Saddam Hussein een voorvechter van de politieke islam. Hoewel Saddam tegen het einde van zijn regime en bedreigd door Amerika's hypermacht uit opportunistische overwegingen de islam lippendienst bewees, was het islamitische fundamentalisme een vijand waartegen hij letterlijk ten strijde was getrokken. Saddam was een Ba'athist, een Iraakse nationaal-socialist, die jarenlang als zodanig erkenning vond bij leiders in Moskou, Parijs en Washington.

In Goldhagens wijze van zien staat de wereld door onkunde en naïveteit aan de rand van de afgrond. Niet Osama bin Laden maar de nieuwe Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad is het grootste gevaar. Uit verschillende uitspraken van de man leidt Goldhagen af dat hij niet alleen de joden wil verdelgen en ongelovigen ter dood wil brengen, maar bovendien bereid is desnoods miljoenen van zijn eigen landgenoten op te offeren in een nucleaire confrontatie met het Westen.

Voor Goldhagen staat vast dat het Iran van Ahmadinejad het bezit van de Bom nastreeft en dat het bereid is terroristen dit wapen in handen te geven. Israëls uitschakeling van Iraks Osirak-atoomreactor in 1981 noemt hij de militaire operatie die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog het meest beslissend was voor het welzijn van de wereld. Hoe Iran moet worden aangepakt, laat zich dan gemakkelijk raden.

De New Republic is een periodiek dat een naam heeft te verliezen. Het artikel van Goldhagen moet dan ook worden gelezen als een signaal dat zijn analyses en ideeën een rijke voedingsbodem hebben. De internationale gemeenschap mag nog druk doende zijn om met zichzelf en met Iran in het reine te komen, voor velen staat de conclusie al vast.

Een nieuw vijandbeeld is opgericht, de vijand bevindt zich binnen onze muren. 'Wij' in het Westen staan op het punt nog meer slachtoffer te worden dan we al waren. De nachtmerrie die tot de invasie van Irak leidde, krijgt een vervolg.

De folder uit Den Haag is een voorzichtige variatie op dit thema. Subtiel wordt gewaarschuwd tegen terroristen aan wier 'uiterlijk niet kan worden gezien of zij terrorist zijn' en bezwerend wordt vastgesteld dat 'in Nederland bijna iedereen tegen terrorisme' is. De terrorist zelf is echter anoniem, en door die anonimiteit blijft in de folder de werkelijkheid onbesproken.

De vaderlandse F-16's vliegen ook in Afghanistan en zij doen daar meer dan fotograferen en waarnemen. Wie is er nu eigenlijk in het offensief?