“Nationalisme hoort bij beleid'

Polen ruziet met Brussel over een bankfusie en is teleurgesteld over de dienstenrichtlijn. “We zien dat grote landen met succes hun belangen verdedigen. Wij willen dat ook doen.“

Warschau, 10 maart. - Polen maakt weinig vrienden in Brussel. Het land is hard op weg om het enfant terrible van de Europese Unie te worden. Maar Warschau ziet het juist omgekeerd: de EU is een schrikbeeld voor Polen aan het worden.

De jongste ruzie tussen Polen en de Europese Commissie gaat over de overname, vorig jaar, van het Duitse Hypovereinsbank door het Italiaanse Unicredito, de grootste bankfusie uit de Europese geschiedenis. Beide banken hebben dochterondernemingen in Polen. Ze willen die samenvoegen, maar Polen verzet zich daartegen, omdat de nationale kampioen PKO daarmee overschaduwd zou worden. Commissievoorzitter Barroso hekelde onlangs al de “nationalistische retoriek“ van Polen. Gisteren werd Polen formeel beschuldigd.

Maar volgens Warschau meet Brussel met twee maten. “Menigeen die ons de les leest over liberalisering volgt zijn eigen advies niet“, zei de Poolse minister Wojciech Jasinski van Schatkist gisteren in de zakenkrant Financial Times. “Dat nationalisme bestaat al heel lang in Europa en het hoort bij het economische beleid van landen. We zien dat grote EU-landen met succes hun belangen verdedigen. Wij willen dat ook doen, dat is alles.“

Maar veel succes boekt Polen niet. Integendeel. In het internationale bedrijfsleven ligt de reputatie van het land in duigen, vooral sinds de langslepende Eureko-affaire. Het Nederlandse Eureko heeft zwart op wit recht op een controlerend belang in PZU, de grootste verzekeraar van Centraal-Europa. Maar de Poolse staat, aandeelhouder in PZU, traineert de uitvoering van het contract al jaren, ook nadat een internationaal arbitragehof Eureko volledig in het gelijk had gesteld. Een nieuw conflict is in de maak met het internationale staalconcern Mittal, dat zijn tanden in de Poolse staalindustrie heeft gezet.

Volgens Warschau schendt Unicredito eerder gemaakte afspraken: de Italianen hebben in 1999 beloofd dat ze maar één bank in Polen zouden overnemen. Bovendien bestaat de vrees dat de “synergievoordelen' tussen Unicredito en de Hypovereinsbank vooral in Polen zullen worden behaald, met massaontslagen. Maar op de achtergrond spelen ook zaken mee die niets met Unicredito te maken hebben. Polen is teleurgesteld over de nieuwe dienstenrichtlijn die, als gevolg van economisch nationalisme in West-Europa, minder ver gaat dan gepland. De richtlijn maakt het nog steeds mogelijk voor lidstaten om obstakels op te werpen voor dienstverleners uit Centraal-Europa. Voor Polen was de richtlijn van levensbelang: het land heeft weinig grote bedrijven om internationaal een vuist mee te maken, maar beschikt wel over een arsenaal aan uiterst gemotiveerde arbeidskrachten.

Bovendien heeft Polen zich in de banksector jarenlang opgesteld als het braafste jongetje van de klas, ook met het oog op het EU-lidmaatschap. Er zijn maar weinig landen in Europa waar de liberalisering van banken zo ver is doorgevoerd: vrijwel de hele sector is in buitenlandse handen. “Ik vermoed dat men behoorlijk gealarmeerd zou zijn als 76 procent van de banken in Duitsland in buitenlandse handen was“, zo zei de Poolse president Lech Kaczynski onlangs.

Ook in Polen zelf worden de messen geslepen. De president van de Centrale Bank, oud-minister van Financiën Leszek Balcerowicz, volgt tot nu toe de juridische lijn en vindt dat Polen zich gewoon aan de regels moet houden. Het orgaan dat toezicht houdt op de banken en dat op dit moment wordt gecontroleerd door de Centrale Bank zal volgende week een uitspraak doen in de kwestie, mogelijk in het voordeel van Unicredito.

Maar de Poolse regering wil desnoods tegen de internationale stroom in zwemmen. In het parlement wordt op dit moment gewerkt aan wetgeving die het bankentoezicht bij de Centrale Bank moet weghalen. En president Kaczynski is nu al op zoek naar een vervanger voor Balcerowicz, wiens termijn in januari 2007 eindigt. Kaczynski zoekt naar eigen zeggen iemand die “een andere economische school“ vertegenwoordigt.

    • Stéphane Alonso