Nationaal loltrappen

Om het nieuws uit Hilversum te kunnen begrijpen, moet je een soort theologie gestudeerd hebben, de omroeptheologie waarin beschreven staat wie daar welke macht heeft om zegenrijke dingen te doen voor het publiek dat niet anders kan doen dan bidden. En dan is het in dit geval precies als met ieder ander geloof: daarna is het afwachten geblazen, en een meevaller als het goed afloopt.

Ik begin met het goede nieuws. De afgelopen jaren van deze eeuw heeft het Hilversumse opperwezen zich onderscheiden door verwoede aanvallen op de radiostations die via de ether klassieke muziek uitzenden. Met succes. Eerst werd de zendtijd gehalveerd, toen nog eens met tien uur per week verminderd, ten behoeve van de beste samba's en Afrikaanse toptienen (wereldmuziek). Op het verminkte programma van Radio 4 gingen de filemelders zich steeds persoonlijker profileren; de filemeldingen groeiden uit tot filebesprekingen. Geen luisteraar begreep precies waarom; hogere machten hadden het zo gewild.

Vorige maand ging het roer weer om. “Radio 4 moet zich meer gaan profileren als een brede klassieke muziekzender', las ik. Als ik dit zinnetje goed begrijp, krijgen we - het transistorproletariaat van de mooie muziek - binnenkort terug wat ons toen is afgenomen. De Concertzender, die alleen via de kabel kan worden ontvangen, wordt met de wereldmuziek opgescheept. Daar komt dan ook ruimte voor informatieve programma's over kunst, cultuur en wetenschap. Radiozender 747 wordt een lichte muziekzender, en gaat weer Radio 5 heten.

Uiteindelijk kom het allemaal door de noodzakelijke bezuinigingen; 13 miljoen euro op de hele publieke radio. Er gaan ook tussen de tachtig en honderd banen verloren. De maatregelen worden op 1 september van kracht. Het protest van schrijvers tegen de opheffing van de literaire 747-programma's De Avonden en Knetterende Letteren heeft niet mogen baten. Zij verdwijnen van de zender. In het vernieuwde Radio 5 doen de schrijvers niet meer mee. “Volgens coördinator Jan Westerhof zijn er op de andere zenders voldoende program ma's over kunst en literatuur', meldde de krant.

Ook op de televisie van de publieke omroepen wordt de cultuur op een scherper rantsoen gesteld. In de nieuwe zenderindeling is één uur per week voor documentaires over kunst beschikbaar. Dit betekent, volgens deze krant van afgelopen woensdag dat “er veel minder opdrachten aan documentairemakers zullen worden gegeven'. Ook filmers gaan er de gevolgen van ondervinden. De VPRO twijfelt of ze haar nieuwe wekelijkse kunstrubriek Picabia na de zomer nog zal voortzetten.

Het gaat me nu niet om de waarde of onwaarde van afzonderlijke programma's, maar om het totaal van het Hilversumse panorama, de stelselmatigheid waarmee wat we niet zo lang geleden nog “cultuur' noemden, door het plaatselijk opperwezen wordt aangeknaagd. Dat geldt langs een omweg ook voor Radio 4, het lot van de klassieke muziek dat nu door een samenloop van economische omstandigheden ten goede is gekeerd. En de ontwerpers van het Hilversumse panorama worden weer geïnspireerd en gedekt door wat er in politiek Den Haag op cultureel gebied wordt verzonnen. Met de aantasting van wat daar als “de hogere cultuur' wordt beschouwd, in tegenstelling tot de populaire cultuur, is al jaren geleden een beweging begonnen, die de hele natie raakt.

Hoe? Op twee manieren. Ten eerste worden programmamakers steeds vaker gedwongen op hun hurken te gaan zitten voor een publiek waarvan verondersteld wordt dat het en masse geneigd is, naar het gemakkelijkste, het leukste, lolligste of platste te zappen. Dat brengt dan de hoogste reclame-inkomsten, en alleen al daardoor heeft het de neiging, zich als genre te continueren. En ten tweede heeft deze beweging op den duur natuurlijk invloed op de talenten die hun broodwinning en arbeidsvreugde in andere genres zoeken.

Het maken van kunstprogramma's, documentaires, alles wat we nu eenmaal onder serieuze zaken verstaan, is een vak apart. Dit vak heeft in Nederland een lange traditie. Hoe meer tijd en geld wordt besteed aan de allerpopulairste producties, hoe verder deze traditie van vakmanschap in het gedrang raakt. Als de publieke omroepen geen tijd en geld meer over hebben voor goede documentairemakers, dan gaat het vak verloren. Als we dat willen, dan moeten we nu het loltrappen - in alle genres en toonaarden - tot het hoogste omroepdoel verheffen. We zeggen het niet, maar we zijn wel met volle kracht in deze richting aan het werk.