Na de geldvloed

Als er één kenmerk is dat de belangrijkste blokken in de wereldeconomie de laatste vijf jaar verbond, dan is dat wel de lage stand van de rentes. Dat heeft zijn redenen gehad. In de Verenigde Staten bestreed de centrale bank de gevolgen van het knappen van de zeepbel op de aandelenmarkten en de psychologische effecten van de terroristische aanslagen met het verschaffen van een vloed aan zogenoemde liquiditeit. Het financiële systeem werd volgepompt met geld, door middel van een extreem lage rente, die zakte tot 1 procent. In Europa was het vooral de stagnatie van de reële economie die de Europese Centrale Bank ertoe bracht de rente terug te brengen tot slechts 2 procent. En in Japan, dat kampte met een daling van de prijzen, werd de rente verlaagd tot het niet lager kon: 0 procent, bij een agressieve politiek van liquiditeitsverschaffing door de Bank van Japan.

Sinds anderhalf jaar is er een normalisering van de rentes aan de gang, die begon in de VS. Daar is de rente inmiddels in stappen verhoogd tot 4,5 procent. Europa begon eind vorig jaar pas met het verhogen van de rente en vorige week bracht de ECB haar tarieven wederom omhoog, naar 2,5 procent. En gisteren kondigde de Bank van Japan het einde aan van haar ultrasoepele monetaire beleid.

De rentestanden mogen dan wel aan het normaliseren zijn, dat geldt nog niet voor de erfenis van jaren van vriendelijk monetair beleid. De hoeveelheid geld in omloop in verhouding tot de werkelijke productie van goederen en diensten is nog nooit zo hoog geweest als nu. Ook geld kruipt waar het niet gaan kan. Het gevolg van de geldvloed is dat de prijzen van allerlei vormen van activa zijn gestegen. Op de financiële markten staan de koersen van staatsleningen, bedrijfsleningen en leningen van opkomende landen zó hoog - en hun rentes zo laag - dat elk idee van risico er uit verdwenen lijkt. De huizenprijzen rijzen in veel Europese landen, Spanje en Ierland voorop, de pan uit en ook Nederland speelt mee in de top. Dat geldt vooral voor de Verenigde Staten, waar gestegen huizenprijzen het voor de consument mogelijk hebben gemaakt structureel meer te consumeren dan hij verdient. Het centrale probleem in de wereldeconomie, het gapende tekort op de Amerikaanse handels- en betalingsbalans, is voor een groot deel terug te voeren op het gevoerde monetaire beleid. Dat Amerikaanse tekort is tegelijkertijd essentieel voor opkomende exportlanden als China.

De wereld lijkt verslaafd aan veel en goedkoop geld. Dat geeft monetaire beleidsmakers een grote verantwoordelijkheid. Dat de stand van de rente moet normaliseren, staat buiten kijf. Maar voorzichtigheid is gepast. Japan zou wel eens te snel de teugels kunnen aantrekken, waarna de economie weer in een neerwaartse spiraal komt. Amerika en Europa doen er goed aan het teveel aan liquiditeiten op te gaan ruimen. Maar de schok mag niet te groot en te abrupt zijn. Rustig afkicken van de geldverslaving is nu geboden.