Koor (2)

“We gaan nu elke dag het lied zingen“, zegt juf Wijskop. “Over een week is de uitvoering. Alle klassen doen mee en als we de eerste prijs willen winnen moeten we nog heel vaak oefenen!“

Rintje: Koor 2. illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

Juf gaat voor de klas staan. “Eerst het refrein met z'n allen.“ Met een liniaal geeft ze de maat aan. “Een, twee, drie!“

“KUN JE BLAFFEN BLAF DAN MEE!/ BLAF WOEF, BLAF WAF, DAT IS OKE!/ WIL JE NIET ZINGEN DAN RAP JE DE MUZIEK/ WANT IEDERE BLAF OF WOEF IS UNIEK!“

Als de honden klaar zijn met zingen begint Tobias te janken, heel hard als een wolf. “Het gaat echt vanzelf“, zegt hij. “Ik hoef er helemaal niet op te oefenen.“

“Jij niet“, zegt juf. “Maar alle anderen wel. Het is nog niet echt goed in de maat, maar nu gaan we eerst de verschillende stemmen zingen.“

De bassen, tenoren, alten en sopranen gaan bij elkaar staan. De bassen beginnen; ze klinken heel diep en donker: “EERST KOMEN DE BASSEN, HOOG OP DE BENEN,/ ZE ZINGEN HEEL LAAG HET KOMT UIT HUN TENEN.“

Weer geeft Tobias zijn wolvenhuil. Maar nu dwars door het zingen van de bassen heen.

“Tobias even stil nu!“ zegt juf. “Ik kan er echt niks aan doen“, zegt Tobias. “Het gaat vanzelf!“

Nu komen de tenoren en die zingen wat hoger: “DAN DE TENOREN DIE ZINGEN HEEL ZWOEL,/ ZE KLINKEN ZO ZOET EN ZO VOL GEVOEL!“

En daar gaat Tobias weer. “Het spijt me, Tobias“, zegt juf. “Maar het is beter als je even op de gang gaat staan. Het is niet voor straf, maar ik kan de anderen niet goed horen.“ Heel langzaam loopt Tobias naar de gang en doet de deur achter zich dicht. Dan beginnen de alten: “DE ALTEN VERVOLGENS ZIJN HEEL SERIEUS/ ZE KUNNEN OOK NEURIËN DOOR HUN NEUS!“

Door de deur heen klinkt zachtjes het gejank van Tobias.

“Wacht eens“, zegt juf Wijskop. “Suusje wil jij dit stukje even alleen zingen?“

Als Suusje klaar is, zegt juf: “Dat dacht ik al, je stem is veel te laag voor een alt en zelfs te laag voor de tenoren. Ga maar bij de bassen staan.“

Nu moet de hele klas lachen. “Suusje moet bij de jongens!“ roepen ze.

“Wat geeft dat nou?“ zegt juf. “Het is juist heel bijzonder dat een meisje zo'n diepe blaf heeft!“

Als de sopranen beginnen doet Henriette een stap naar voren.

“Ik wil een solo“, zegt ze. “Als ik samen met de anderen zing, kan niemand horen hoe mooi mijn stem is.“

“Eerst samen“, zegt juf. “Als dat goed gaat zal ik eens kijken of we voor jou iets kunnen bedenken dat je alleen kunt zingen.“

De sopranen zingen: “EN DAN DE SOPRANEN DE STERREN VAN HET KOOR, DIE ZINGEN/ ZO HOOG, HET DOET PIJN AAN JE OOR.“

“Als we vaak oefenen, wordt het vast heel mooi“, zegt juf.

“Maar wat moeten we met Tobias?“ vraagt Rintje. “We kunnen hem toch bij de uitvoering niet buiten op de gang zetten, dat is zielig!“

“Ik weet wel iets“, zegt juf.

Ze roept Tobias en pakt een theedoek. Zachtjes draait ze de doek om Tobias' snuit. Dan legt ze een stevige knoop in de doek. “Zo“, zegt ze. “Eens kijken of dat helpt. Willen jullie een stukje zingen?“

De klas zingt het refrein en als Tobias wil gaan janken hoor je alleen wat gepruttel.

“Als we de jank wel willen horen, aan het eind van het lied, dan halen we de doek van je snuit!“ zegt juf terwijl ze de theedoek wegtrekt.

“WOEHAAAAAAAAAAAAAAAAA!“ jankt Tobias.

“Prachtig!“ juicht de klas en iedereen begint te klappen .

WORDT VERVOLGD

Meer over Rintje op www.rintje.nl