Helden met een theepot

Geïnspireerd door American Music (2003) van zijn beroemde Amerikaanse vakgenote Annie Leibovitz maakte de Nederlandse popfotograaf Kees Tabak het dikke fotoboek Dutch Music. In het afgelopen jaar poseerde daarvoor zo'n beetje heel rockend Nederland. Tabaks portretten zijn technisch voortreffelijk, haarscherp en mooi van kleur, maar ook een beetje saai. Zijn repertoire is beperkt: hij fotografeerde de muzikanten vaak met een groothoeklens in hun huis of repetitieruimte, in afgewogen maar weinig verrassende composities. Dat ze muzikant zijn wordt al te letterlijk geïllustreerd door de instrumenten die ze vasthouden of die wel heel toevallig tegen een bank of tafel leunen. Op groepsfoto's herkennen we de drummer aan zijn stokjes en de bassist aan zijn bas. De producers Rob en Ferdi Bolland poseren bij hun mengpanelen.

DeDijk Foto Kees Tabak uit 'Dutch Music' Terra Lannoo Tabak, Kees

Helemaal geforceerd wordt het als geportretteerden doen alsof ze spelen op een instrument dat niet is aangesloten. Hardrockgitarist Ad van den Berg bespeelt een electrische gitaar zonder snoer; zangeres Rose zit op een stoel in haar woonkamer en houdt een microfoon vast, wel met een snoer, maar je vraagt je af waar dat heen gaat. Daniël Lohues sjokt met een ontkofferde banjo door een Drents veenlandschap en de leden van Krezip poseren tussen snoerloze gitaren bij een brandtrap achter hun opnamestudio. Op de grond staat een kratje bier, zoals er in elke gefotografeerde kleedkamer of repetitieruimte flesjes en blikjes bier staan. En asbakken. En muzikanten, jong en oud, met tatoeages en zonnebrillen, onbewogen gezichten van echt leder en dito strakke broeken.

Het is muzikanten eigen om de muzikant uit te hangen en Tabak bouwt met zijn ensceneringen graag aan hun imago mee. “Ze willen toch op de foto staan zoals ze zichzelf zien.' Waar de fotograaf zich spiegelt aan Annie Leibovitz, ontlenen de jonge muzikanten op zijn foto's hun kleding en stoere poses aan Amerikaanse neopunk- of rapgroepen. Oudere rockers als die van de Golden Earring en The Wild Romance beantwoorden volledig aan het cliché dat door laten we zeggen The Rolling Stones is gemunt. “De meest wilde fotosessie die ik deed', schrijft Tabak in zijn voorwoord, “was toch die van The Wild Romance, de band van Herman Brood. [] De ruige sfeer van vroeger was gelijk terug. De drankrekening na afloop was zo hoog dat ik er even van schrok.'

Natuurlijk zijn er groepen die niet aan deze aanstellerij meedoen. De leden van De Dijk bijvoorbeeld poseren in degelijke vrijetijdskleding in een opgeruimd repetitiehok met een theepot en een computer. “De rebellie van rock-'n'-roll interesseert me niets. Die vind ik reactionair', verklaart drummer Antonie Broek in Hart van De Dijk, het boek dat Thomas Verbogt schreef ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de band. “Als er een moraal is, dan geldt hij voor ons.'

Verbogt portretteert De Dijk als een groep rustige, intelligente muzikanten, die geconcentreerd werken aan liedjes met teksten in nuchter Nederlands, op muziek die zowel Amerikaanse als Europese wortels heeft. “Gooi Dr. John, Otis Redding en Jacques Brel bij elkaar', zegt pianist/organist Pim Kops, “en je hebt De Dijk. Dat is ons muzikale hart. Jonge mensen maken via ons kennis met de roots in plaats van direct met de roots zelf. Daar ben ik trots op.'

De typering van hun muziek laat Verbogt veelal aan de bandleden over. (“Wij zijn in principe een soulband.') Zelf gaat hij - schrijver, nietwaar - meer in op de teksten van zanger Huub van der Lubbe en op de intermenselijke kant van de band. De organisatie. De samenwerking en de taakverdeling. De energie tijdens optredens, “als je onderdeel bent van het grote geheel.'

Het is jammer dat Verbogt zijn gevoel voor humor niet wat meer op de groep heeft losgelaten. Je mist de precieze, wrang-komische commentaren die zijn verhalen en columns zo goed maken. De verhalenbundel My generation (2000) ging ook over muziek, maar daarin verweefde Verbogt gebeurtenissen uit de Nederlandse popgeschiedenis steeds met persoonlijke belevenissen. Dat waren echt vertellingen. Hart van De Dijk is wat slordiger geschreven. Het lijkt een gelegenheidsboek, maar het is veel beter dan wat je normaal gesproken in muziektijdschriften leest.

Anders dan de meeste popjournalisten - en popfotograaf Tabak - is Verbogt niet uit op de bevestiging van clichés. In plaats van seks-, drugs- en rock-'n'-roll-anekdotes vertelt hij het onopgesmukte verhaal van een eerlijke soulband, door Golden Earring-zanger Barry Hay dan ook “die homo's van De Dijk' genoemd. De fans waar de pianist het over heeft, de jonge mensen die via De Dijk de roots hebben leren kennen, kunnen nu via het boek van Verbogt wat uitvoeriger kennismaken met De Dijk.