Havenprotectionisme

Is protectionisme uit veiligheidsoverwegingen te billijken? Die vraag is aan de orde nu een conflict over de overneming van zes Amerikaanse haventerminals door een Arabisch staatsbedrijf zijn ontknoping nadert. Veiligheid gaat boven alles, maar dat kan men van veel zaken zeggen zodra de gevolgen van de economische mondialisering te bedreigend worden en om die reden kennelijk ongedaan moeten worden gemaakt. Zie de tegenstand in Frankrijk en Luxemburg tegen de overneming van het Europese staatsbedrijf Arcelor door de Indiase staaltycoon Mittal. Daar zijn het geen veiligheidsoverwegingen, maar redenen van 'strategische' aard die staten doen uitwijken naar economisch patriottisme. Deze beweging tegen de mondialisering komt niet van actievoerende antiglobalisten, maar van politici, zakenlieden en gewone burgers die zich op de een of andere manier in hun bestaan bedreigd voelen. De globalisering, ooit zo geprezen door de kampioenen van de vrije markt, ligt daarmee onder heviger vuur dan van de molotovcocktails van actievoerders op straat is te duchten. Hun brandjes kan men blussen. Maar als politici en hun electoraat zich écht gaan verzetten tegen de gedachte dat de wereld een markt is, is er geen houden meer aan. Een correctie kan dan niet uitblijven.

In de Arabische aankoop van Amerikaanse haventerminals zijn de 'protectionisten' doorgeschoten. De kwestie is overzichtelijk. Dubai Ports World, een havenonderneming uit de Verenigde Arabische Emiraten, heeft het Britse P&O Ports gekocht, dat haventerminals heeft in New York, Baltimore, Philadelphia, Miami, New Orleans en Newark. Het gaat hier om een miljardendeal. (Deel)belangen in havens worden tegenwoordig wereldwijd doorlopend gekocht en verkocht. Zo is in de Rotterdamse haven het Hongkong-Chinese Hutchison Whampoa eigenaar van de grote containerterminal ECT. Het staatshavenbedrijf van Singapore heeft zich de afgelopen jaren massaal in havens in Europa en elders ingekocht. Het heeft ook een bod gedaan op de terminals van P&O, een strijd die het verloor van Dubai.

Dergelijke transacties laten zien wat globalisering vermag. Is het erg dat het belangrijkste Rotterdamse havenbedrijf, ECT, in Chinese handen is? Neen; het is onvermijdelijk en overigens hebben we het zo gewild. Maar in de Amerikaanse politiek is nu toch op de rem getrapt. De veiligheid van de natie is in gevaar als de Arabieren het in de zes havens voor het zeggen krijgen, zo luidt het. Feitelijk ligt dit genuanceerder: Arabieren gaan de vervoersstromen naar de VS beheersen. President Bush is voor verkoop aan Dubai, maar veel Democraten en Republikeinen - partijgenoten van Bush - zijn tegen. Electoraal ligt het gevoelig en er zijn verkiezingen in zicht.

Een compromis lijkt nu in de maak. Dat is goed, want juist in deze kwestie hoeven vrije markt en veiligheidsgaranties niet te botsen. Los van de eigendomsverhoudingen is het mogelijk het toezicht op de overslag en andere uitvoerende taken in Amerikaanse hand te houden. Met zo'n compromis komt Bush mooi weg, want aan zijn trouwste Arabische bondgenoten uitleggen dat ze in Amerika niet welkom zijn, zou een diplomatiek affront van de eerste orde zijn. Hun geld kan hij bovendien goed gebruiken. De tekorten grijnzen de president van alle kanten aan.