Geniaal, met korte vingers

Maurice Ravel is 52 jaar, op het toppunt van zijn roem en is samen met Stravinsky de meest gewaardeerde componist ter wereld. Hij staat vaak in de krant, men kent zijn scherp getekende gezicht, zijn lange dunne neus, zijn donkere blik en zijn altijd perfect geklede gestalte. Klein is hij ook. Hij heeft het formaat van een jockey, net als zijn tijdgenoot William Faulkner die leeft “tussen twee steden - Oxford en New Orleans -, twee boeken - Mosquitoes en Sartoris - en twee whisky's - Jack Daniel's en Jack Daniel's'. Echenoz laat Ravel met tegenzin uit bad stappen, zijn huis in Montfort-l'Amaury afsluiten en de boot nemen voor een glorieuze tournee door Amerika. Hij heeft, zo sluit Echenoz zijn eerste hoofstuk af, op dat moment nog precies tien jaar te leven.

Jean Echenoz Foto John Foley Foley, John

Het is voor het eerst dat Jean Echenoz een roman schrijft over een persoon die werkelijk heeft bestaan. En wat voor een! Ravel is uitermate intrigerend, mysterieus, geestig, vol droge humor en heeft, hoewel hij de laatste levensjaren van de beroemde Franse componist (1875-1937) tot onderwerp heeft, niets van een biografie. Echenoz' toon is laconiek, afstandelijk-ironisch zijn benadering. Als door een oude, uitschuifbare verrekijker zoomt Echenoz in op momenten uit Ravels leven - trouw aan zijn adagium - zonder enige psychologische inslag. Wat je van Ravel te weten komt, wat je van de componist begrijpt, komt voort uit zijn handelingen, geen moment verkeer je onder zijn hersenpan. Je ziet hoe de ijdele man plaats neemt in een Peugeot en zijn broek ter hoogte van zijn knieën een beetje optrekt, zodat hij daar niet uitrekt. Je glimlacht bij zijn voornemen een stuk alleen voor linkshandigen te schrijven omdat hij, als kettingroker van Gauloises, zelf met de rechterhand wil kunnen roken. Je registreert zijn luiheid en zijn verveling, je gelooft in zijn onvermogen om werkelijk goed piano te spelen (te korte vingers voor een akkoord, maar de duimen van een wurger) en in zijn weigering om voor duizendkoppig publiek op te treden als hij zijn glimmend gepoetste schoenen niet kan vinden.

Ravels eenzaamheid laat Echenoz zien door zijn beroep op een vage vriend, met wie hij in wezen steeds hetzelfde gesprek voert. Als hij alleen is eet hij aan de klaptafel gulzig zijn vlees, terwijl zijn “kunstgebit kleppert als castagnetten of ratelt als een mitrailleur'. Zijn slapeloosheid, een rode draad door het hele boek, bestrijdt de componist met verschillende technieken die her en der genummerd in het verhaal opduiken. Techniek no. 3: een opsomming bedenken, bijvoorbeeld van alle bedden waarin hij sinds zijn kindertijd heeft geslapen. Techniek no. 4: Laudanum, Véronal, Nembutal, Prominal.

Natuurlijk waren we van Echenoz al gewend dat hij in iedere roman, van zijn eerste, Le méridien de Greenwich (1979) tot zijn negende, Aan de piano (2003), weer een nieuwe manier aanwendt om zijn lezer op het puntje van zijn stoel te krijgen. Of het nu de onverwachte wendingen van de avonturenroman zijn, de beeldende scènes van de film, de spanning van een thriller of een spionageroman, de humor van de slapstick of de zoete wellust van een imaginaire liefdesgeschiedenis, steeds raakt zijn schrijven aan een genre, zonder zich daarin helemaal te laten vangen.

Ook zijn voorlaatste roman Aan de piano, over een mensenschuwe pianist, draaide om de muziek. Het was een hilarisch fantasieverhaal over zomaar een mensenleven, maar tegelijkertijd een spannende denkoefening over wat ons wacht na de dood. Net als in die roman heerst er in Ravel een lichtvoetigheid die schijn is, een pijnlijke onrust die ongezien voortwroet. In Ravel wordt de menselijke tragiek duidelijker belicht. De componist takelt geestelijk af en vraagt zich, na het bijwonen van een concert van eigen werk, af wie die uitstekende componist toch wel is. “Ik heb niets geschreven, ik laat niets achter, ik heb niets gezegd van wat ik wilde zeggen', stamelt hij in een ogenblik van lucide wanhoop. Toch is op dat moment de halve wereldbevolking in staat de melodie van de Boléro mee te neuriën, een compositie die hij in recalcitrantie componeerde, uit liefde voor machines, voor het ritme van lopende band, fabriek en industrie. De Boléro, een meesterwerk, maar “er zit geen muziek in', aldus de schepper zelf.

Dat is wat het lezen van Echenoz zo avontuurlijk maakt. Steeds als je met zekerheid denkt de kern te pakken te hebben, trekt hij de grond onder je voeten weg.

Jean Echenoz: Ravel. Minuit, 124 blz. euro 12,-