Een voortdurende strijd om geld

In de Formule 1 gaat het om grote getallen. Qua snelheid, kijkers en ook qua geldbedragen. Veel is onduidelijk, maar één feit niet: de meeste inkomsten belanden bij miljardair Bernie Ecclestone.

Christijan Albers in zijn nieuwe outfit voor dit seizoen. Foto AP MF1 Racing driver for 2006 FIA F1 World Championship Dutchman Christijan Albers with the MF1 Toyota M16 in which they will be racing at the unveiling ceremony at Silverstone, England. Friday Feb. 3, 2006. The car adorned in grey, red and white livery represents the first entry in the 56 year history of the World Championship to race with a Russian motorsport license. (AP Photo/Kirsty Wigglesworth) Associated Press

Jan Lammers, Jos Verstappen en Christijan Albers hebben behalve hun liefde voor de Formule 1 nog iets gemeen: een chronisch gebrek aan geld om hun ambities in de racesport te vervullen. Zo was het in 1979 toen Lammers in het Shadow-team debuteerde, zo is het met Christijan Albers die dit seizoen voor Midland F1 - het overgenomen Jordan - gaat rijden. Racen is duur en sponsors in Nederland zijn op zijn zachtst gezegd afwachtend.

“De laatste jaren hebben we inderdaad heel wat moeten leuren“, geeft Lodewijk Varossieau toe, maar volgens de manager van Albers verandert dat snel. “De Formule 1 wordt door het bedrijfsleven herontdekt. Ik denk dat het over twee, drie jaar niet meer mogelijk is om een sponsor een plaatsje op een auto te geven.''

Zover is het echter nog niet. Toen Albers op 1 november zijn contract tekende bij Midland, werd ook vastgelegd dat hij 5 miljoen euro zou meebrengen in ruil voor zijn stoeltje. “Daarvan is nu driekwart betaald door sponsors“, zegt Varossieau kort voor het begin van het nieuwe Formule 1-seizoen, “en ik verwacht dat we nog voor de vijfde race dit jaar “vol' zitten''. Dat zou betekenen dat rijke financiers op de achtergrond, die nu voor de ontbrekende middelen hebben gezorgd, hun geld terugkrijgen. En geld terugkrijgen is een verdienste in de F1, waar vooral geld wordt uitgegeven. Een topteam heeft een budget van circa 400 miljoen euro. Een klein team, zoals Minardi waar Albers vorig jaar reed, besteedde altijd nog bijna 40 miljoen.

“De kleinere teams, zeg maar de onderste helft, krijgen niet voldoende televisie-inkomsten uit de gezamenlijke pot om het team te financieren. Daarom vragen zij voor een stoeltje van de coureur geld of sponsors met toezeggingen“, zegt Pieter van Steenbergen van ABN Amro die als financieel adviseur binnen de Formule 1 actief is. “Behalve bij Ferrari en McLaren betalen zelfs testrijders grote bedragen om te mogen rijden. En dat zijn niet eens de jongens die op de vrijdag voor de race de zogeheten derde rijder zijn en dus reserve staan.“

Behalve de sponsors van de coureur, die een plek op de bolide krijgen, zorgt ook de merchandising (zoals petjes en shirts) voor inkomsten. Grootste bron zijn de tv-gelden van rond de 1 miljard euro. “Welk deel je daarvan ontvangt, hangt af van de raceprestaties van een team. Je moet een “track-record' hebben van drie jaar: anders krijg je niets. Dat is de reden dat Jordan en ook Minardi [door Red Bull] zijn overgenomen: bestaande teams zijn geld waard omdat zij wel aanspraak kunnen maken op een deel van die tv-gelden“, zegt Van Steenbergen.

De verdeling van die tv-gelden en van het prijzengeld over de diverse teams is geregeld in de zogeheten Concorde-overeenkomst die geheim is. Alleen Bernie Ecclestone heeft het totaaloverzicht. Zo sluit hij als baas van Formula One Management en Formula One Administration zelf contracten met circuits die minimaal 10 miljoen euro betalen om het circus in huis te halen. “En je kan je voorstellen dat landen als Bahrein [waar zondag het seizoen begint] bereid zijn om meer te betalen. Niemand weet verder om hoeveel geld het gaat en hoe dat bij Ecclestone terechtkomt“, zegt een ingewijde.

Wel is bekend dat hij minder dan de helft van de inkomsten (47 procent) aan de teams uitkeert. De rest - meer dan een half miljard euro - verdwijnt via allerlei vennootschappen, vooral gesitueerd in exotische belastingparadijzen, in de zakken van de 75-jarige Brit. Of van zijn vrouw of zakenpartners. Tijdens zijn zeventigste verjaardag werd aan Ecclestone, gekant tegen elke vorm van transparantie, gevraagd wanneer zijn autobiografie zou verschijnen. “De ochtend na mijn dood. En de eerste twaalf boeken gaan naar de belastingdienst“, antwoordde de miljardair met een grijns.

In de afgelopen jaren is het verzet tegen de praktijken van Ecclestone toegenomen. Met name de autoproducenten die jaarlijks grote investeringen doen, willen meer zicht (en recht) op de inkomsten. Het huidige Concorde-akkoord loopt na tien jaar in 2007 af en in het volgende verdrag wordt in elk geval de verdeling van inkomsten gewijzigd: dan komt 60 procent ten goede aan de teams.

Om dit te bereiken moest door die teams wel eerst met het oprichten van een concurrerende racecompetitie worden gedreigd: eind vorig jaar besloot Williams als vijfde team (van de tien in dat seizoen) zich te conformeren aan de nieuwe afspraken met Ecclestone die overigens slechts voor een kwart eigenaar is van het overkoepelende Formula One Holdings: investeringsmaatschappij CVC heeft driekwart in handen, maar vooralsnog heeft Ecclestone de macht.

Voor de meeste sponsors is de strijd om de macht geen probleem, zegt Varossieau. “Zij kijken naar het directe resultaat van hun bestedingen. Dat is uitstekend. Het is toch tekenend dat al onze sponsors van vorig jaar hun contract hebben verlengd en soms zelfs uitgebreid.“ De sponsors van Albers, die als Nederlander een kleine thuismarkt vertegenwoordigt, zijn goed voor bedragen die variëren van 250.000 tot 3 miljoen euro, al is die laatste - de hoofdsponsor - nog niet gevonden. “Met name bij multinationals zag je veel twijfel, maar concerns als Philips en Randstad stappen nu ook in [bij Williams]. Dat is een teken aan de wand“, zegt Varossieau die verwacht op korte termijn de hoofdsponsor te presenteren.

De manager van Albers kent de geluiden dat sponsors van kleinere teams terugschrikken voor ongewenste effecten. Een bank met een uitstekende naam of een hightechbedrijf wil nu eenmaal niet achteraan rijden. Of vermeld worden op een rokende auto. “Aan de andere kant maak je wel deel uit van de Formule 1. Bij voetbal heb je maar een paar interessante wedstrijden en dan is het soms moeilijk om je relaties mee te krijgen. Dat is bij Formule 1 nooit een probleem.“