Deze noot is de mooiste

Waarom houdt de een van Bob Dylan en de ander vooral van Brahms? In zijn autobiografische boekje Erfstukken beschrijft tv-journalist en muziekliefhebber Paul Witteman hoe hij aan zijn voorkeur voor klassieke muziek is gekomen. De basis is simpel: hij komt uit een muzikaal gezin, tegen twee van de bekendste Nederlandse componisten uit de vorige eeuw Willem en Hendrik Andriessen mocht hij oom zeggen. De moderne componist Louis Andriessen is zijn neef. Na een doordeseming met klassieke muziek in jeugd is Witteman (tot verbijstering van zijn ouders) een tijdje in de jazz geweest en in de popmuziek. Typerend voor die spagaat is zijn vraag als jonge journalist aan John Lennon en Yoko Ono: houdt u ook van klassieke muziek? Antwoord: “Yeah, we like Stockhausen'.

Paul Witteman Foto Vincent Mentzel Paul WITTEMAN, presentator,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==F/C==Haarlem,mei 2003 Mentzel, Vincent

Na zijn dertigste ging Witteman “terug in de tijd' en nu - inmiddels grootvader - eindigt hij zijn boekje met de berustende opmerking dat zijn muzikale huis al in jeugd is ingericht. Helemaal terug in de klassieken - ook al heeft hij nooit zo hard gestudeerd als zijn meer beroemde muzikale familieleden. Maar hij heeft wel een muziekrubriek in de Volkskrant.

Witteman probeert ook zo'n beetje te onderzoeken of muzikaal talent nu wel of niet erfelijk is. Hij komt - als zovelen - uit bij de Britse muziekpsycholoog John Sloboda die vooral aandacht vraagt voor het vele en langdurige oefenen dat muzikale “talenten' doen. Is dat nu talent of motivatie? Alle mensen hebben een goede muzikale basis, de ontwikkeling moet je toch echt zelf doen. En dus kan Witteman zijn boekje eindigen met het portret van zijn moeder die in zijn huiskamer uitziet op de vleugel: “Een beetje streng. Ik had beter mijn best moeten doen.'

Witteman schrijft over muzikaal talent geen onzin - behalve misschien wanneer hij beweert dat een extreem goed ontwikkeld hersengebied “ruimte in beslag neemt die niet meer voor andere functies kan worden ingezet'. Zo simpel zitten hersenen echt niet in elkaar, al zou je het bij sommige wereldvreemde musici misschien wel zeggen.

Maar het boek is het leukst in de persoonlijke verhalen en de anekdotes. Zoals de opmerking van de Amerikaanse generaal en president Ulysses S. Grant, een zeldzaam amuzikaal mens: “Ik ken twee melodietjes. Het ene is Yankee Doodle en het andere niet.'

Mooi en aanstekelijk is het verhaal dat Witteman en zijn oudere broer in de auto stil zitten te luisteren naar het pianoconcert in G van Ravel. Buiten regent het, binnen klinkt het begin van het langzame deel, solo-piano totdat de fluit inzet. “Is dit de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis, die schrille hoge noot die het isolement van de piano doorbreekt?' Binnen Wittemans familie blijkt een oude vete te lopen tussen de Franse en de Duitse muziek. Witteman zelf is helemaal in de Franse muziek, net als oom Hendrik, maar oom Willem zag toch wel wat in Duitsers als Brahms die tenminste niet “exclusief Duits' was. Het zijn heerlijke twisten ook al wordt er al honderd jaar over gestreden. Zelf denk ik bij zo'n vraag naar de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis: Typisch Frans! Eén noot! Geef mij maar een hele Brucknersymfonie.

Paul Witteman: Erfstukken. Stichting CPNB, 64 blz. euro 2,50