De ontdooide mazurka

Het begon met een krantenbericht. Bij een mis in de Heilige Kruiskerk in Warschau, ter gelegenheid van de 150ste sterfdag van Chopin (1810-1849), knielden elf Antillianen neer voor de urn met het hart van de Pools-Franse componist. “Niemand', schreef de correspondent van Reuters, “kon de afwezigheid van deze ruime Caribische delegatie verklaren.'

Chopin door Eugene Delacroix Eugene Delacroix: Frederic Chopin Delacroix, Eugene

Schrijver-journalist Jan Brokken, die in de jaren negentig lange tijd op Caraçao had gewoond, was meteen gefascineerd. Hij zag een boek voor zich waarin hij de invloed van Chopin op de Caribische muziek zou traceren, en waarmee hij de wereld duidelijk zou maken dat de Antillen muzikale laboratoria waren “lang voor de termen fusion en cross-over hun intrede deden'. Al in de 18de eeuw werd de Engelse country dance vermengd met Afrikaanse ritmes, waarna deze contredanse op zijn beurt een symbiose aanging met Iberische liederen uit Cuba, Argentijnse tango's en de klassieke muziek van Europese componisten. Brokken vond in de Antilliaanse muziek waarnaar hij in zijn reisverhalen zoekt: “hoe culturen in elkaar overgaan.'

De populairste componist in het Caribisch gebied werd Chopin, in Europa aangeduid als het “genie van de rechterhand' omdat hij met de linker voornamelijk het ritme aangaf. Dat laatste waardeerden de Antillianen zeer, net als het feit dat hij volkse danssoorten als de wals en de mazurka tot kunst had verheven. De uit New Orleans afkomstige componist Louis Moreau Gottschalk schreef in 1860 de eerste ragtime onder invloed van Chopin; de leden van de Curaçaose muzikale families Palm en Corsen componeerden generatie na generatie Chopineske mazurka's, danza's en treurwalsen.

Brokken heeft een uitwaaierend verhaal te vertellen, een muziekgeschiedenis die meer dan anderhalve eeuw beslaat en die verwijst naar tientallen onderling verbonden genres en misschien wel honderd musici. Geen wonder dat de lezer al snel de draad kwijtraakt en in de tamelijk losse hoofdstukken vooral op zoek gaat naar mooie anekdotes. Daarvan zijn gelukkig veel, van het gereconstrueerde verslag van Arthur Rubinsteins bezoek aan Curaçao in 1939 tot de componist die composities op receptbriefjes noteerde in ruil voor pillen tegen snel opkomende maagklachten; en van de oude visser die de vangst van reuzenhaai met een hartstilstand moest bekopen (Hemingway revisited) tot de pianostemmer die op vooroorlogs Aruba - ondanks 1500 (!) piano's - geen droog brood kon verdienen “omdat de Arubanen op de ontstemde instrumenten veel inniger hun liederen konden vertolken dan op gestemde.' Sommige van Brokkens multiculturele verhalen (bijvoorbeeld dat van de James Bond van de Antilliaanse muziek, BVD-agent Wim Statius Muller) hadden gemakkelijk een heel boek kunnen opleveren à la Annejet van der Zijls Sonny Boy.

Veel straffer was Brokkens hand van kiezen bij het samenstellen van de cd die bij zijn boek is gevoegd: 21 composities uit het tijdvak 1850-2003 die laten horen hoe vruchtbaar het huwelijk tussen Chopin en de Antillen is geweest; die bewijzen, zoals Brokken betoogt, “dat de mazurka, ontstaan in de Poolse sneeuw, pas volledig ontdooide onder de Antilliaanse zon.'

Jan Brokken: Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Atlas, 304 blz. euro 19,90 (met cd)