Cash & Carrie Slee

Sommige dingen klinken zo simpel dat ze haast onvoorstelbaar zijn. Een Nederlandse film bekostigen uit de verwachte inkomsten ervan, bijvoorbeeld. Shooting Star filmproducties wil het gaan doen. Of liever gezegd: de Foreign Media Group (FMG) - een in tegenspraak met zijn exotische naam in Leeuwarden gevestigde uitgeverij - gaat het project financieren. En Shooting Star, dat de grootste successen van regisseur Maria Peters produceerde, (Kruimeltje, Pietje Bell) gaat ervoor zorgen dat de film Afblijven, naar het jeugdboek van Carrie Slee, ook daadwerkelijk wordt gemaakt. Zonder een cent overheidssubsidie. Kan dat wel?

Van zijn geboorte af is de Nederlandse film een couveusebaby geweest, veilig omgeven door subsidies en andere vormen van overheidssteun en direct in doodsnood als de toevoer even stokt. En dan hebben we het niet over de film als artistiek waardevol product, maar gewoon over film. Over Vet Hard. Over Minoes. Over Volle Maan. Ze heten publieksfilms en toen fiscale steunmaatregelen voor deze categorie dreigden uit te blijven, twee jaar geleden, luidden filmlobbyisten de doodsklok al. De hele Nederlandse film zou verdwijnen. Dat de bezoekersaantallen van de Nederlandse producties naar nieuwe hoogten waren gestegen, lag namelijk aan het feit dat de sector een ongekende injectie via de schatkist had gekregen. Toen een adviesbureau in 2003 de situatie van de Nederlandse film onderzocht, juist in het licht van die fiscale maatregelen, luidde de conclusie: “Het is in onze ogen onwaarschijnlijk dat in Nederland op afzienbare termijn een economisch levensvatbare filmsector mogelijk is; een sector die voor zijn voortbestaan niet afhankelijk is van overheidssteun.“

Toen was het dus officieel. En toch is er altijd de droom gebleven van een levensvatbare film buiten de couveuse. Gewoon een economisch product, zoals ze dat in de grotemensenwereld wel maken. Het meest basale, naïeve voorbeeld van die droom is de poging van Peter Jan Rens, de acteur die in 1983 op tv verscheen om uit te leggen dat hij alvast kaartjes wilde verkopen voor de film die hij nog zou gaan maken. Iedereen die hem een tientje betaalde, zou naar binnen mogen tegen de tijd dat de film af was. Drie jaar later was Maria klaar en flopte hij genadeloos.

Ruwweg hetzelfde businessmodel - als dat in dit verband geen te groot woord is - ligt nu ten grondslag aan Afblijven. FMG-directeur Ramon Dahmen legde deze week uit dat het geld dat zijn multimedia-bedrijf denkt te verdienen aan de film en aan de daaraan gerelateerde producten - behalve de recette, de cd die wordt uitgebracht, ringtones die op de markt komen en de boekenreeks die er aan wordt gekoppeld. Het bedrijf schat die opbrengsten zo in, dat de film circa anderhalf miljoen euro mag kosten. Dat model doet in de verte denken aan de bijzondere boekhoudmethode die Enron mocht hanteren. De Amerikaanse energiegigant mocht verwachte winsten alvast inboeken op het moment dat ze het eerste contract voor een project tekenden. Aan die natte-vingerhandel is het bedrijf ten onder gegaan. Het is voor Shooting Star en FMG te hopen dat dit Afblijven bespaard blijft.

Met Maria is er een fundamenteel verschil. Daar moest al het geld terugkomen uit de bioscoopkaartjes - wat dus bij lange na niet lukte en Rens heeft nog jaren als acteur moeten pezen om alle schulden af te lossen. Bij Afblijven is de film maar een onderdeeltje van alle mogelijke winstobjecten. Dat maakt het project beslist meer solide. Maar het doet af aan de droom van een Nederlandse film die zelf levensvatbaar is.