Sjans met een Honda Civic

Twee ervaringen met de nieuwe Honda Civic.

Op de Stadionweg in Amsterdam komt een jongen op een scooter naast onze testauto rijden. Hij klapt het vizier van zijn helm omhoog en monstert onze auto. Dan zoekt hij oogcontact en steekt een duim omhoog: 'Mooie auto.' Ook op de snelweg hebben we sjans en geven automobilisten met hun claxon en met handgebaren blijk van hun bewondering voor het nieuwe model.

Tweede ervaring: nog snel een nieuwe beeldbuistelevisie gekocht voor ze niet meer te koop zijn. De televisie zit in een doos van 96×75×65 centimeter, de bijhorende voet in een doos van 73×60×47 centimeter. 'Met wat voor auto bent u', vraagt de baliemedewerker. 'Een Honda Civic? Dat lukt niet, meneer. Zal ik de televisie laten bezorgen?'

Even later staat de baliemedewerker verwonderd te kijken naar het laadruim van de kleine, zwarte auto. In een handomdraai is de achterbank neergeklapt en de hoedenplank verwijderd. Daarna schuiven we de twee dozen zo naar binnen. Een kunstje dat met een Renault Mégane of een Volkswagen Golf niet zou zijn gelukt.

Sinds 1972 zijn er wereldwijd meer dan 16 miljoen Civics gebouwd, waarvan er in Nederland nog zo'n 62.000 rondrijden. Betrouwbare, maar bleke middenklassers - auto's waarvan jongens op scooters nooit opgewonden zijn geraakt.

En nu is daar opeens de achtste generatie Civic, een extravagant model dat wat betreft moderne vormgeving vele Europese concurrenten rechts inhaalt. De wigvormige carrosserie geeft de nieuwe Civic een futuristisch profiel. Zowel voor als achter grijnzen twee lichtunits over de volle breedte van de auto. De deurgrepen van de achterportieren zijn net als bij Alfa Romeo weggewerkt in de flanken. De knipperlichten zitten in de buitenspiegels. Twee laaggeplaatste, honingraatvormige grills geven de Civic een 'sportief' uiterlijk.

Ook het interieur is onherkenbaar veranderd. Geen anoniem zwart dashboard meer, maar een moderne cockpit die zich om de bestuurder vouwt. Alle knoppen zitten binnen handbereik, de blauw verlichte displays zijn goed afleesbaar. In veel gevallen kan de bestuurder zijn handen zelfs aan het stuur houden, want de radio, cruisecontrol, telefoon en boordcomputer zijn met knoppen op het stuurwiel te bedienen. Ook de climatecontrol, de audio-installatie en de telefoon zijn bedienbaar met gesproken commando's.

De Civic is standaard voorzien van alle mogelijke veiligheidsvoorzieningen, van een elektronisch stabiliteitssysteem met tractiecontrole tot vier airbags en twee gordijn-airbags. Ook de wegligging laat weinig te wensen over.

Al met al een fraaie en prettig rijdende auto. De aluminiumkleurige plastic tankklep oogt alleen armoedig. En bij een sleutel én een startknop, vraag je je af wat de logica is van zo'n tweetraps startprocedure. Om de bagageruimte zo groot mogelijk te krijgen, heeft de Civic geen reservewiel aan boord maar een fles met vulvloeistof en een compressor. De brandstoftank is onder de voorstoelen geplaatst, zodat het bij optrekken en remmen klotst in de cabine. De Civic behoort tot de ruimste auto's in zijn klasse. Wat dat betreft lijdt de functionaliteit niet onder de opvallende vormgeving. Wel zou je als bestuurder beter zicht op de weg wensen. Dwars door de achterruit loopt een balk die na een week nog stoort. Ook de brede deurstijlen belemmeren het zicht.

Overdreven sterk was de motor in de testauto, een 2,2 liter CDI-motor met 140 pk vermogen. Een sprint van 0 naar 100 lukt met deze Civic in 8,4 seconde, slechts 2 seconden meer dan met een Porsche Boxer. Andere dieselmotoren zijn er niet, wel twee kleinere benzinemotoren. Met een 1,4 liter DSi-motor (83 pk) is de Civic meteen 10.000 euro goedkoper dan de testauto, die met 31.000 euro net zo duur is als een basisversie van de grotere Volkswagen Passat. Later dit jaar komt Honda met een driedeursversie van de Civic.

Arjen Ribbens