Satelliet vindt olie vanuit de ruimte

Een computerprogramma dat satellietbeelden napluist, kan ondergrondse oliebronnen en lekken in pijpleidingen opsporen. Oliemaatschappijen hebben belangstelling.

Geologen herkennen ze vanuit de lucht: cirkelvormige littekens in het landschap die erop wijzen dat olie of gas vanuit een dieper gelegen oliereservoir naar het oppervlak is gestuwd. Soms is een kale plek in het gras te zien, niet groter dan de middencirkel van een voetbalveld (5 à 10 meter in diameter). In andere gevallen gaat het om een opvallende verkleuring van het zand, of zelfs een olieplas.

Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw trokken werknemers van oliemaatschappijen per auto, paard of kameel door het veld om deze natuurlijke olielekken op te sporen. Anno 2006 is het ook mogelijk om daarvoor een computer te gebruiken die automatisch satellietbeelden napluist. Geoloog Harald van der Werff promoveert morgen op een studie naar die techniek aan de Universiteit Utrecht. Van der Werff werkte samen met collega's van ITC, het instituut voor geowetenschappen en aardobservatie in Enschede.

De promovendus bracht met zijn methode natuurlijke gas- en olielekken in kaart op graslanden in Californië en Hongarije. Met enige aanpassingen is de techniek ook te gebruiken op zandvlakten of in bosgebieden. Oliemaatschappijen hebben belangstelling voor zijn methode om snel en goedkoop een eerste inventarisatie van interessante olievelden te maken.

Kern van Van der Werffs studie is de combinatie van een handvol algoritmen voor de analyse van de satellietbeelden. 'Ik probeer de computer op eenzelfde manier naar de foto's te laten kijken als een mens dat zou doen', zegt hij in een telefonische toelichting. 'Kenmerkend is vaak een reeks cirkelvormige vlekken langs een breuk in de aardkorst. Daarlangs wordt olie vanuit het onderliggende reservoir opgestuwd. Maar zo'n structuur zegt niet alles. Het kan een reeks olielekken zijn, maar evengoed een rij boomtoppen.'

Daarom moet de computer ook de kleur analyseren van de pixels in een satellietbeeld. 'Waar het in mijn studie om gaat, is de combinatie van patroonherkenning en spectrale analyse van de beelden', zegt Van der Werff. Zijn methode is niet alleen bruikbaar om snel olievelden op te sporen, maar ook om snel lekken te vinden in pijpleidingen voor olie of gas.

'Nuttig', noemt prof.dr. Stefan Luthi, hoogleraar toegepaste geologie aan de TU Delft de mogelijkheid om olieleidingen met satellietbeelden op lekken na te speuren.

Over het gebruik van satellietbeelden voor de olie-exploratie is hij minder enthousiast. 'Wat dat betreft komt deze vinding honderd jaar te laat', zegt hij. 'We weten zo langzamerhand wel waar we exploitabele oliebekkens kunnen vinden. Om vast te stellen hoe groot een reservoir is, zijn seismische technieken nodig.'

Van der Werff erkent dat satellietbeelden niet helpen bij de bepaling van de omvang van een oliereservoir, maar gelooft niettemin dat de techniek een belangrijke bijdrage kan leveren bij het speuren naar kleinere velden: 'Die zijn in grote delen van Afrika en het Midden-Oosten nog niet in kaart gebracht.'

Daarvoor heeft Van der Werff satellietbeelden nodig van een zeer hoge resolutie (beelden waarop details van een halve tot één meter zichtbaar zijn). 'Beelden van die kwaliteit komen langzaam maar zeker steeds meer beschikbaar', zegt hij. 'Met dergelijk materiaal is het mogelijk om snel te inventariseren waar zich interessante oliebekkens bevinden. Dat betekent dat je seismische metingen in het veld kunt uitstellen. Dat levert enorme kostenbesparingen op.'