Rappen voor Drachten

Het schiet maar niet op met de bouwplannen voor de kunst en cultuur in Drachten. Er werd - ludiek - een rap gemaakt om daartegen te protesteren. En toen werd die rap, van twee jonge Friezen, een hit op 'The Box'.

In het dagelijks leven heet de ene Berend Visser. Hij is 19, hij werkt in een kledingwinkel en hij is rapper, samen met Klaas Jansma (18) die nog op school zit. Berend en Klaas zijn inmiddels beter bekend als Beand Baas & Smarige Skep, rappers in het Fries. Hun 'Wachten op Foarutgong', over het dagelijks leven in Drachten, is wekenlang de populairste clip op popzender The Box geweest. Net als minister 'de Don' Donner en burgemeester Leers van Maastricht gebruiken Beand Baas & Smarige Skep de rap voor politieke doeleinden. Wachten op vooruitgang, heet hun clip, want het schiet maar niet op met die bouwplannen voor de kunst en cultuur in Drachten.

De Friese rap is ontstaan door een plan van de gemeente Drachten, een projectontwikkelaar, een woningcorporatie en de lokale culturele instellingen, schouwburg Lawei en het poppodium Iduna. Ze haalden de Rotterdamse stedenbouwkundige Riek Bakker binnen om een voorstel uit te werken voor de herinrichting van het centrum en de cultuurvoorzieningen. De benodigde achttien miljoen euro kon de stad volgens haar verdienen door duizend nieuwe woningen te bouwen.

Het plan werd gepresenteerd met een korte film van architect/filmer Jord den Hollander. Hij wilde de Drachtenaren zelf er een stem in geven en kwam op het idee van een rapnummer. Via schouwburgdirecteur Stef Avezaat kwam hij in contact met Beand Baas & Smarige Skap, die hadden opgetreden voor Kunstbende, die kunstwedstrijden organiseert voor jongeren. Toen ging het snel: Berends broer schreef de beat, de rappers schreven het liedje, de clip werd gedraaid. 'We gingen er zelf mee naar The Box en binnen een paar weken was het de meest aangevraagde clip van het hele land.' Van stedenbouwkundig plan naar hiphophit. 'Wie had dat kunnen denken', zegt Berend verwonderd, 'dat een nummer in het Fries over het leven in Drachten tot in Amsterdam een tv-succes zou zijn.' Drachten op de kaart gezet én de gemeente op haar nummer gezet.

In de fanmail zeggen mensen: ha fijn, na De Kast en Twarres weer nieuwe muziek uit Friesland. Beand spreekt thuis ook Fries. 'We zijn eigenlijk begonnen met rappen in het Engels en daarna in het Nederlands. Met Friese muziek traden we misschien één keer per maand op. Nu treden we wekelijks op, en hebben we een aanbieding van een hele grote platenmaatschappij. Of dit het begin van onze carrière is? Zou kunnen. Ik wil mijn baan houden, Klaas wil z'n school afmaken, maar van de muziek willen we wel meer dan een hobby maken.'

Tijdens de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen van eergisteren hebben in ieder geval alle lokale partijen geprobeerd een optreden van het duo te boeken, zegt Lawei-directeur Stef Avezaat. 'Prima', zegt hij, 'zo zetten zij de culturele ambitie van Drachten op de kaart. Die clip laat tot ver buiten Friesland zien dat de Friese cultuur meer is dan Us Mem, het brengt ook een discussie op gang over de eigenheid van die Friese cultuur.'

En hoe staat het nu met die cultuurplannen? CDA-cultuurwethouder Fred Veenstra: 'Het gaat mij ook niet snel genoeg, maar achttien miljoen euro is voor Drachten veel geld. Dit is een zaak van lange adem. Ik zie het rapnummer niet als een aanklacht, maar als een aansporing de schouders eronder te zetten.'

Inderdaad, zegt Berend, dat was hun bedoeling. Verder is het liedje een liefdesverklaring aan hun woonplaats. 'Wij zijn heel tevreden in Drachten. Je hebt Groningen en Leeuwarden naast de deur, wie doet je wat?' Dit is Drachten, is dan ook het slot van het liedje, ik gean hjir nea mear wei - ik ga hier nooit meer weg.