Gezocht: liefde voor Europa. Geboden: subsidie

Na het voor politiek Den Haag desastreus verlopen referendum over de Europese Grondwet wil het kabinet zowel het gesprek met de burger zoeken als het enthousiasme voor Europa bevorderen met subsidies.

Een rijk gevulde subsidiepot, een gloednieuwe website en, tot slot, een oproep aan het adres van het bedrijfsleven om zich meer van zijn pro-Europese kant te laten zien.

Zie hier de drie manieren waarop het kabinet, als het zich hersteld heeft van de naschok van de raadsverkiezingen, een hardnekkig probleem wil proberen op te lossen: hoe het eurosceptisch tij in Nederland te keren. Bijna een jaar na het voor Den Haag desastreus verlopen referendum van 1 juni over het Europees Grondwettelijk Verdrag tekent zich iets van een strategie af die de kloof tussen Nederland en Brussel moet verkleinen.

Het kabinet vindt ,,Europa vet cool en echt hééél bijzonder'', zei minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) begin deze week in een toespraak tot lobbyisten uit het bedrijfsleven. 'En dat willen wij ook best uitdragen'. Hij hoopt dat Nederlanders hetzelfde gaan vinden. Ter aanmoediging gaat BZ veel onderwijs- en mediaprogramma's over Europa subsidiëren, burgers de kans te geven via internet hun mening te geven over de Europese samenwerking, en bedrijven en maatschappelijke organisaties erop wijzen dat ook zij in dit opzicht een verantwoordelijkheid hebben.

Lange tijd heerste er een diepe Haagse stilte rond het thema Europa. Eerst moesten kabinet en parlement herstellen van de klap van 1 juni vorig jaar. Daarna draaide de poging van regering en Kamer om gezamenlijk een Nationale Europa Discussie te organiseren, op een mislukking uit. Op 30 september vorig jaar kondigde premier Balkenende evenwel aan dat het kabinet op eigen manier de dialoog met de burger aan zou gaan. Dat had het ook aan Brussel beloofd.

Januari dit jaar verschenen op de advertentiepagina's in de dagbladen de eerste aanwijzingen hoe het kabinet dit wilde aanpakken. Daar verschenen oproepen voor aanvragen bij het zogeheten Europafonds. Het beschikbaar bedrag voor dit al langer bestaande subsidiepotje voor maatschappelijke organisaties die iets aan Europa willen doen (scholen bijvoorbeeld) bleek maar liefst te zijn vertienvoudigd: van 240.000 euro naar 2,5 miljoen euro per jaar. De aankondiging van de verdeling van de eerste miljoen euro leverde bijna tachtig aanvragen op, zo vertelde Bot afgelopen maandag. 'Dit is hoopgevend', zei hij erbij. 'De betrokkenheid bij Europa moet immers een wisselwerking tussen politiek en civil society zijn.'

Maar duiden deze reacties niet eerder op subsidieverslaving dan op liefde voor Europa? ,,Echte betrokkenheid is niet te koop'', zegt Bot in een toelichting ,,In de aanloop naar het referendum bleek dat heel veel organisaties, ook unusual suspects, initiatieven op het gebied van Europa wilden ontplooiien. Zo oversteeg het aantal aanvragen bij de referendumcommissie het beschikbare subsidiebudget ver. Dat bracht ons ertoe het Europafonds fors te verruimen.''

Parallel aan het subsidieprogramma treedt volgende week het tweede deel van de Europastrategie van het kabinet in werking: de lancering van een website over Nederland en Europa. Deze bevat een lange lijst met vragen over wat Brussel volgens burgers moet doen, maar ook moet laten. De lijst is enigszins gemodelleerd naar het succesvolle 21-minutenonderzoek op internet met tal van vragen over de toekomst van Nederland. Het bedrijf van vooraanstaand opinieonderzoeker Hans Anker bereidde de website voor, mede op basis van gesprekken met focusgroepen. Vorig jaar analyseerde Anker Solutions voor Buitenlandse Zaken ook al de achtergronden van het nee. Het bedrijf stuitte toen op veel wantrouwen tegenover de Europese politiek. De website moet dit wantrouwen met veel vragen aan de burger helpen wegnemen.

Maar hoe verhoudt zich deze open aanpak precies tot het beleden Europese enthousiasme van Bot? ,,Wij vinden als kabinet dat de toekomst van Nederland in Europa ligt'', zegt de minister. . ,, Maar hoe die toekomst er precies uit moet zien, daarover willen we graag in discussie met de burger. Wat voor een kabinet zouden we zijn als we niet zouden willen horen wat burgers daarvan denken? Ons internetonderzoek zal niet aansturen op een democratische legitimatie van onze visie op Europa.''

Toch is de aanpak niet onomstreden, zo blijkt uit een bijdrage van Sjerp van der Vaart, directeur van het bureau van Europees Parlement in Den Haag, aan het laatste nummer van de Internationale Spectator - een maandblad over buitenlands-politieke kwesties. Hij schrijft: ,,Brede maatschappelijke discussies, focusgroepen, internet-enquêtes, een Conventie: hoeveel schijnparlementjes kan Nederland aan?' Van der Vaart stelt dat alleen het echte parlement ervoor kan zorgen dat Europa het politiek bewustzijn van de burger binnendringt door Europese onderwerpen te politiseren. Vandaag blijkt Van der Vaart op zijn wenken te worden bediend. Het CDA, notabene de partij van Bot, bracht vanmiddag een kritische nota uit over Europa.

Een van de grote teleurstellingen van kabinets- en Kamerleden vorig jaar was dat Europa zo weinig in de maatschappij bleek te leven. Het bezoek, afgelopen maandag, van minister Bot aan de Rotterdamse lobbyisten van de 'Verzamelde Koning Willem Kringen' past bij een poging van het kabinet om 'maatschappelijke actoren' erop te wijzen dat ook zij een rol spelen bij het bepalen van de stemming rond de EU. ,,Gezien ons gezamenlijk belang bij draagvlak voor de Europese Unie zou u het thema Europa wat nadrukkelijker in uw sociale investeringsprogramma's moeten opnemen'', zo maande Bot zijn gehoor. Andere organisaties zullen de komende tijd soortgelijke aanmoedigingen ontvangen.

    • Kees Versteegh