'Gates ergerde zich enorm aan me'

James Cutler ontwierp het huis van Bill Gates. Hij was gisteren gast van de Nederlandse houtbranche. Die gaf op de jaarlijkse bijeenkomst prijzen aan een afwerkplek en een gastenhuis van hout.

Gastenverblijf van Bill Gates Foto Cutler Anderson Architects Cutler Anderson Architects

'Het moeilijkste bij het bouwen van het huis voor Bill Gates was hem ervan overtuigen dat hij een stuk land ter waarde van 200 miljoen dollar in een moeras moest veranderen.' De Amerikaanse architect James Cutler (56), ontwerper van het reusachtige complex dat Gates voor 97 miljoen dollar aan de rand van Lake Washington bij Seattle liet bouwen, mag contractueel er niet veel over vertellen, maar wel dat zijn opdrachtgever zich soms mateloos aan hem irriteerde. 'Hoort erbij', zegt hij laconiek.

Cutler was gisteren samen met de Australische architect Richard Leplastrier eregast op de Houtdag, de jaarlijkse bijeenkomst van de houtbranche. Zijn vijftien medewerkers tellende bureau is gevestigd op een landelijk eiland in de baai voor Seattle. Cutler bouwt bijna alleen maar in hout, met een ambachtelijkheid die aan de woonhuizen van Frank Lloyd Wright doet denken. Voor de 'native Americans' in Alaska heeft hij onder andere een tribal gemeenschapshuis, een houtsnijcentrum en een hotel gebouwd. Architectuur noemt hij 'het huisvesten van emoties'. Van de 23 firma's die werden uitgenodigd voor de prijsvraag voor Gates' huis was hij de enige 'lokale'. 'Dat kwam doordat ik al eerder tot de laatste ronde was doorgedrongen van de prijsvraag voor het huis van Gates' zakenpartner Paul Allen.'

Gates' huis is tussen 1990 en 1997 gebouwd, voornamelijk van gerecycled hout. Het is in feite een verzameling losse gebouwen, tezamen ruim 14.000 vierkante meter groot. Eronder ligt een parkeergarage voor dertig auto's, binnen is er een enorme bibliotheek annex leeskamer, een theater en een binnenzwembad, alles rijkelijk voorzien van elektronica, zoals een systeem dat zorgt dat muziek je van kamer naar kamer volgt.

Het huis ligt op een steile helling en Cutler wilde het complex daar zo natuurlijk mogelijk in laten opgaan. Hij stelde voor het 25 meter diep de grond in te laten verzinken, uiteraard met behoud van daglicht. De oever van het meer - door de rijke bewoners tot een 'ecologisch woestijn' gemaakt met enkel gladde gazons - moest weer een natuurlijk karakter krijgen. 'We hebben jonge zalm uitgezet in de hoop dat die over een jaar of vier terugkomt om te paaien. Maar al het eerste jaar kwamen tachtig vissen terug.'

Gisteren werd ook de jaarlijkse architectuurprijs van de houtbranche uitgereikt. Winnaar Frank Havermans omschrijft zichzelf als 'een beeldend kunstenaar die zich bezighoudt met architectuur'. Hij heeft een gasthuis ingebouwd in een atelier in een voormalig klooster in Vught. De vrij hangende constructie van multiplex bevat drie ruimtes: een badkamer, een keuken, een slaap- en werkvertrek en een 'denkkamer' die aan de buitengevel hangt.

De jaarlijkse studentenprijs was al eerder toegekend aan Nienke Frijlink, studente bouwkunde aan de TU Eindhoven, voor haar ontwerp Sexdrive. Zij plaatste een lange rij houten spanten naast elkaar met een tussenruimte van zo'n twintig centimeter. Ze worden omgebogen om 'cocons' te vormen waar de klant kan parkeren met zijn prostituee. 'De ruimte tussen de spanten is klein genoeg om privacy te bieden en groot genoeg voor de prostituees om elkaar in het oog te kunnen houden', zegt Frijlink. 'Ik heb dit ontworpen met mijn woonplaats Eindhoven in gedachten. Helaas had de gemeente net een architect opdracht gegeven de afwerkplek op te lappen. Maar meer gemeenten zoeken een oplossing voor de straatprostitutie, dus ik heb nog hoop.'