Fransen houden van winnen, net als iedereen in EU

Frankrijk is een zeer open land, meent premier Villepin . 'Maar dat verbiedt ons niet om onze belangen te verdedigen'.

Toen de Franse premier Dominique de Villepin anderhalve week geleden naar de microfoon wandelde om het samengaan aan te kondigen van de Franse energiebedrijven Suez en GDF, had hij ook een verhaal voor de Franse kiezer: een overnamebod van Suez door het Italiaanse energiebedrijf Enel blokkeren met een Frans-Franse fusie. Dat beantwoordde aan de zorgen van het electoraat over Europa.

Deze operatie was een 'goed voorbeeld', zei hij later in het parlement, van het 'economisch patriottisme' waarmee de premier het geloof in de nationale economische dynamiek tracht te versterken. Geen protectionisme, maar het bevorderen van het ontstaan een krachtige Europese groep die mondiaal kan concurreren. En aangezien de fusie de strategische energiesector betrof, was het logisch dat de Franse staat daar ook iets over te zeggen zou hebben.

Of het scenario werkt, is nog onzeker. Maar de 'coup de communication' had wel succes. Gisteren meldde het onderzoeksinstituut Sofres dat zo'n zeventig procent van de Fransen de aankondiging van de fusie door Villepin goedkeurt. Zij kunnen zich vinden in het 'economisch patriottisme' dat de premier verdedigt. Alleen jammer dat de fusie ook de privatisering van GDF betekent - dat nu nog voor tachtig procent in handen van de Franse overheid is.

Het is maar een peiling, maar de uitslag is veelzeggend. Tegelijk trokken deze week 400.000 demonstranten de straat op om te protesteren tegen initiatieven van Villepin om de werkloosheid terug te dringen door flexibeler arbeidswetgeving. Op 38 van de 88 Franse universiteiten wordt gestaakt, en Villepin bestempelde zijn - door het parlement al aangenomen - hervorming gisteren als beslissend voor de presidentsverkiezingen van 2007. De stemming is dus koortsachtig, maar patriottisme aanroepen loont, electoraal.

Tegelijk illustreert deze situatie hoe Frankrijk met Europa worstelt. Het enthousiasme laat zien dat het politieke klimaat sinds het nee in het referendum over de Europese Grondwet op 29 mei vorig jaar niet veranderd is. De angst voor de Poolse loodgieter, signaleren diplomaten in Parijs, is vervangen door huiver voor de buitenlandse multinationals die Franse bedrijven willen overnemen. Vakbonden voorspellen bij iedere overnamepoging dat de werkgelegenheid eronder zal lijden. Van links tot rechts hebben politici dezelfde conclusie uit '29 mei' getrokken: de kiezer wil dat de Franse overheid grenzen stelt aan de markt, en de controle over de economie niet uit handen geeft.

Zo verweet de socialistische afgevaardigde Arnaud Montebourg, die bekend staat om zijn vrijmoedige aanpak, Villepin deze week haast timide dat hij 'niet het goede patriottisme' voorstaat. Geen frontale aanval, alleen een 'komma, maar': de staat zou meer wettelijke middelen moeten hebben om vijandige overnames tegen te houden. Ex-premier Laurent Fabius verzet zich tegen de privatisering van GDF, die de fusie met zich meebrengt - maar niet tegen het idee van economisch patriottisme als zodanig. Het verwijt dat Villepin van de oppositie krijgt, is eerder dat hij wel lyrisch spreekt over patriottisme, maar in feite 'gewoon een liberale politiek voert'.

Deze kritiek staat haaks op verwijten uit Europa - en van een deel van de Franse werkgevers. In Duitsland, Italië en Groot-Brittannië klinkt de beschuldiging dat Frankrijk zich schuldig maakt aan protectionisme en nationalisme. Frankrijk heeft zijn 'tweede nee' tegen Europa uitgesproken: na de Europese Grondwet nu ook tegen het Europa van de energie.

Medestanders van Villepin verdedigen zich door er op te wijzen dat de Franse regering niet anders handelt dan de Italiaanse, de Duitse of de Spaanse. 'De Franse regering is niet meer interventionistisch of patriottisch dan die in andere geïndustrialiseerde landen', verklaarde parlementsvoorzitter Debré. En minister van Buitenlandse Zaken Douste-Blazy onderstreepte: 'Ja, Frankrijk doet er alles voor om een grote Franse groep te krijgen [] Net als elders houden wij in Frankrijk van winnen.'

Parijs wil niets horen van verwijten dat het zich afsluit van Europa. De tegenargumenten staan op een rij. Zo was het opstellen van een nieuwe Europese energiepolitiek - die ook Barroso bepleit - juist een van de centrale voorstellen die de Franse president Chirac vorig jaar op de top in het Verenigde Koninkrijk lanceerde om de Europese integratie een nieuwe impuls te geven door concrete projecten. Villepin verzekert dat Frankrijk economisch 'een van de meest open landen in de wereld' is. 'Maar dat verbiedt ons niet onze belangen te verdedigen'. Ministers leggen met regelmaat uit dat hun patriottisme ook Europees is. Toch groeit in eigen land de zorg dat Villepin door te hameren op 'patriottisme' de afweerreactie tegen Europa en de internationale economie bevordert. In navolging van topmannen uit het bedrijfsleven zei de Franse werkgeversvoorzitter Laurence Parisot gisteren - in Brussel - dat 'nationaal economisch patriottisme niet de beste manier is om groei te bevorderen'. In de politiek dringt dat argument op dit moment nauwelijks door.

Tweede deel van een korte serie over nationale versus Europese belangen. Eerste deel, in de krant van gisteren, is te lezen op www.nrc.nl.

    • René Moerland