'Dwaze' cartoons achtervolgen Jordaanse journalist

Jihad Momani, de ontslagen hoofdredacteur van het Jordaanse blad Al-Shihan, wordt vervolgd in de 'Deense cartoonaffaire'. Vandaag verschijnt hij voor de rechter.

Jihad Momani

Een vermetele verdediger van persvrijheid voelt Jihad Momani, een gezette veertiger, zich allerminst. Hooggestemde gedachten over het vrije woord had hij niet toen hij als hoofdredacteur van Al-Shihan besloot drie van 'die dwaze Deense cartoons' af te drukken bij een artikel op pagina negen over de commotie, die ook over Jordanië golfde.

'Vier dagbladen en een ander weekblad hadden de tekeningen al eerder gepubliceerd. Het enige wat ik wilde doen was de lezers laten zien waar de ophef over ging. Ik wilde helemaal geen campagne voeren, laat staan dat ik de profeet Mohammed zou willen beledigen. Ik ben seculier, maar waarom zou ik de islam willen beschimpen', vertelt Momani daags voor de hervatting van zijn proces voor de rechtbank in Amman.

De staat heeft hem beschuldigd van het 'beledigen van de religieuze gevoelens van het volk'. Dat hij wel is ontslagen en wordt vervolgd en zijn collega's niet, is een vraag die Momani door het hoofd spookt. Geen moment had hij rekening gehouden met ontslag.

'De regering voelde zich in die weken genoodzaakt iets te doen. Het was hier in Amman een gekkenhuis. In Palestina was Hamas net doorgebroken met een verkiezingswinst die velen hier in Jordanië totaal heeft verrast en de volgende dag zouden het Islamitisch Actiefront en de Moslimbroederschap grote demonstraties houden tegen Denemarken. Daar kwam nog bij dat Zijne Majesteit in de VS voor 5.000 gelovigen een grote toespraak zou houden. Een minister heeft mij verteld dat niets doen en afwachten geen optie was. Zij vonden dat zij een voorbeeld moesten stellen.' De hoofdredacteur van een of ander klein weekblad ontslaan en vervolgen zou niet voldoende zijn, Al-Shihan is het grootste, meest invloedrijke weekblad in Jordanië en Momani was tot eind vorig jaar ook lid van de Jordaanse Senaat en columnist in de grootse krant van het land.

Peinzend: 'Mijn fout was mijn timing. Als ik die tekeningen voor de verkiezing van Hamas had afgedrukt en voordat de islamieten hier gingen demonstreren, was het met een sisser afgelopen. Maar het hof en de regering zijn erg zenuwachtig door alle ontwikkelingen in Palestina en Irak.' Zeventig procent van de Jordaanse bevolking, de honderdduizenden vluchtelingen in de kampen rond Amman meegerekend, is Palestijns en onderhoudt nauwe banden met familie in de Palestijnse gebieden. De gebeurtenissen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever worden in het Hashemitische koninkrijk net zo nauwgezet gevolgd als de dreigende verscheuring van het andere buurland, Irak.

De christelijke eigenaar van Al-Shihan werd onder druk gezet Jihad ('Mijn voornaam, heilige strijd, zorgt vaak voor misverstand, maar ik ben seculier en bepaald geen goede gelovige') te ontslaan. De opstelling van de eigenaar van de krant en de uitgeversmaatschappij Arabische Drukkers noemt hij 'een schandaal' omdat zij zich zo gedwee hebben opgesteld en meteen een verklaring met excuses publiceerden.

De regering gelastte zijn arrestatie. Een verblijf in de gevangenis werd hem bespaard, want door de affaire was zijn bloeddruk zo gestegen dat de huisarts hem naar het ziekenhuis stuurde. Hij lag daar twee weken met politiemannen voor de deur. 'Ik ben mijn baan kwijt, ik ben mijn dagelijkse column in een van de grootste dagbladen kwijt, maar gelukkig gaat het met mijn hart weer een heel stuk beter', vertelt Momani in zijn appartement in West-Amman, waar een schilderij van koning Abdallah aan de muur hangt en op het dressoir twee foto's staan van Momani's ontmoetingen met de oude en de nieuwe koning. 'Die zal ik voorlopig wel niet meer zien.'

Van zijn timing heeft hij achteraf een beetje spijt, maar niet van de column die hij in hetzelfde nummer schreef. Als een van de weinige journalisten in de Arabische wereld vroeg Momani zich af wat schadelijker is voor het imago van de islam: de karikaturen van de profeet Mohammed of de 'jihadisten die in Irak gijzelaars onthoofden en in de Gazastrook buitenlanders, of in Amman een zelfmoordenaar naar een bruiloft zenden.' Een retorische vraag, die hij altijd zal blijven stellen. 'Helaas gaat het daar nu niet over. Maar het zal met de opkomst van Hamas en met de groeiende invloed van de Moslimbroederschap in Jordanië en Egypte, met wie ik overigens goede relaties heb, noodzakelijk zijn dat soort vragen te blijven stellen. We moeten met Hamas en de islamieten in discussie blijven, want ik beschouw hen als gematigd en beïnvloedbaar. Ik ken de leiders goed, Khaled Meshal van Hamas ken ik al vele jaren, hij is een Jordaniër met wie te praten valt en die gematigder is dan velen in Israël en Europa denken.'

Voor Momani staat vast dat hij uiteindelijk niet schuldig zal worden bevonden. De maximale gevangenisstraf van drie jaar zal niet worden uitgesproken, zegt hij met grote stelligheid. 'Als over een paar maanden alle ophef vergeten is en we helemaal in beslag worden door de burgeroorlog in Irak zal er vrijspraak volgen', redeneert hij. Zijn grootste zorg is het vinden van werk. 'Van thuiszitten, van niet kunnen schrijven, word ik enorm depressief. Financieel kan ik het met mijn gezin met drie kinderen ook niet langer dan een paar maanden uithouden.' De eerste hoofdstukken van een boek over 'mijn eigen, kleine affaire, deze voetnoot' dat door zijn vaste uitgever in Canada wordt uitgegeven, zijn al gereed.