Advies: verruim wet op embryo's

Het tijdelijk verbod om speciaal voor wetenschappelijk onderzoek embryo's te ontwikkelen, moet worden opgeheven. Dat is de conclusie van een onderzoeksteam dat voor het eerst de Embryowet uit 2002 heeft geevalueerd. Het team deed dat in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid en overhandigde zijn Evaluatie Embryowet vanmiddag aan staatssecretaris Ross-van Dorp (CDA).

In de wet staan regels voor handelingen met embryo's en geslachtscellen. De wet verbiedt nu embryo's tot stand te brengen voor een ander doel dan het bewerkstelligen van zwangerschappen. 'Dat blokkeert veelbelovend wetenschappelijk onderzoek.' Embryo's ontwikkelen voor wetenschappelijk onderzoek is tijdelijk verboden. Uiterlijk september 2007 moet de beslissing vallen wanneer dit verbod vervalt. Daartoe is besloten wegens verwachte vorderingen met medisch wetenschappelijk onderzoek.

De Embryowet beoogt een evenwicht te bieden tussen respect voor het menselijk leven en het belang van behandeling of voorkoming van ziekten of hulp aan onvruchtbare paren. Het onderzoeksteam voert aan dat de afgelopen jaren belangwekkende vorderingen zijn geboekt met medisch onderzoek. Bovendien verruimden ook andere Europese landen de mogelijkheden van onderzoek met embryo's.

Onderzoeksleider E. Olsthoorn-Heim (gezondheidsjurist uit Amsterdam) en haar commissiegenoten constateren dat de wet goed wordt nageleefd. Ook de praktijk in de ivf-klinieken voor kunstmatige bevruchting van onvruchtbare paren spoort 'redelijk goed' met het doel van de wet. Toch is het team op knelpunten gestuit. Door de onduidelijkheid over de betekenis van termen als 'embryo' en 'geslachtscel' kunnen vormen van wetenschappelijk onderzoek buiten de wet vallen. In de wet is een embryo gedefinieerd als een levensvatbare cel (of samenhangend geheel van cellen). De onderzoekers bevelen aan niet-levensvatbare cellen ook onder de wet te brengen en die aldus strenger te maken.