Tefaf controleert oude kunst niet

Kunstbeurs Tefaf, die vrijdag in Maastricht opengaat, blijkt antiquiteiten niet op hun herkomst te controleren. “De beurs hoort als belangrijkste podium voor de kunsthandel helemaal schoon te zijn.'

Kunstbeurs Tefaf, die zich beroemt op zijn strenge selectiesysteem, keurt antiquiteiten wel op kwaliteit en authenticiteit, maar niet op herkomst. De beurs laat de keuring over aan zogenaamde vetting committees, maar het comité dat over oudheden gaat, blijkt niet op herkomst te letten. “Bij de vetting letten we niet op de herkomst, dat moeten we misschien wel gaan doen“, zegt Mieke Zilverberg, één van de negen handelaren in oudheden op de Tefaf die vrijdag in Maastricht opengaat. Ook Steph Scholten, hoofd collectie van het Rijksmuseum voor Oudheden (RMO), vraagt zich af of Tefaf bij de oudheden wel scherp genoeg op de herkomst let.

Wel zijn alle handelaren in oudheden op de Tefaf, op één muntenhandelaar na, lid van de International Association of Dealers in Ancient Art, de IADAA. Zilverberg was in 1992 bij de oprichting betrokken en is sinds kort voorzitter. De vereniging heeft een ethische code die leden verplicht er alles aan doen om te voorkomen dat ze voorwerpen kopen of verkopen die zijn gestolen of illegaal opgegraven. Hun handelswaar is afkomstig uit al lang bekende verzamelingen. Uit nieuwe opgravingen gaat alles naar musea. De IADAA telt nu 29 leden uit Europa, Israël en de Verenigde Staten.

Zilverberg is dan ook niet bang dat de recente berichten over rechtszaken, dubieuze handelaren en de teruggave van illegaal opgegraven oudheden door het Metropolitan Museum in New York haar handel op de beurs zullen schaden. “Ik denk dat de ophef over de handel in oude kunst juist goed voor ons is. Klanten weten dat wij ze als IADAA-leden een soort bescherming bieden, zodat ze er zeker van kunnen zijn dat er aan een aankoop later geen rechtszaak vastzit.“

Volgens Zilverberg is nog nooit een lid geroyeerd wegens overtreding van de ethische code. Wel kent ze enkele handelaren die nooit lid zullen mogen worden: Robert Hecht, tegen wie nu een proces in Rome loopt; Giacomo de Medici, die in Rome tot tien jaar is veroordeeld; Frederick Schultz, die in de Verenigde Staten tot 33 maanden is veroordeeld; en de gebroeders Aboutaam, van wie Hicham in de Verenigde Staten wegens kunstsmokkel is veroordeeld en Ali in Eypte bij verstek tot vijftien jaar. Deze handelaren staan dan ook niet op de Tefaf.

Hoewel Tefaf zich beroemt op de strenge selectiesysteem door vetting committees vraagt Steph Scholten, hoofd collectie van het Rijksmuseum voor Oudheden (RMO), vraagt af of er bij de oudheden wel scherp genoeg op de herkomst wordt gelet. Op de Tefaf van 2002 raakte zijn museum geïnteresseerd in een vierduizend jaar oud Bactrisch beeldje, afkomstig uit wat nu Afghanistan is. Het stond voor 150.000 euro te koop in de stand van Bernard Blondeel, een Parijse tapijthandelaar die eind jaren negentig ook in oudheden was gaan doen. Toen het RMO om de herkomst van het beeldje vroeg, kreeg het museum het bekende antwoord: “Uit een particuliere collectie“.

Na afloop van de beurs probeerden beide partijen tot een overeenkomst te komen. Na herhaaldelijk aandringen van het RMO vertelde Blondeel dat hij schriftelijk bewijs had van zijn aankoop. Hij had het beeldje in 2000 van Phoenix Ancient Art in Genève gekocht en die had het in 1997 van een familie gekocht. “Voor het museum een te onduidelijke herkomst om er zeker van te zijn dat het beeldje niet illegaal was opgegraven“, zegt Scholten. “Met name omdat het RMO op dat moment verwikkeld was in een zaak met Italië.“

In 1996, voordat Scholten bij het Leidse museum ging werken, had het RMO op de Tefaf bij de bekende Baselse handelaar Cahn (nu overleden) een bronzen Griekse wapenrusting gekocht. Vier jaar later hadden de Leidse en Italiaanse politie voor de deur gestaan met de beschuldiging dat het object illegaal was opgegraven in een Griekse kolonie in Zuid-Italië.

Scholten wilde daarom zekerheid over de herkomst van het beeldje. “Blondeel zei uiteindelijk in een e-mail op een beleefde manier “take it or leave it'. Als zijn informatie voor ons niet genoeg was zou hij het beeldje wel aan iemand anders verkopen.“

Reden voor het RMO om de Tefaf over de zaak te berichten. Scholten: “De beurs hoort als belangrijkste podium voor de kunsthandel helemaal schoon te zijn.“ Op een brief waarin het RMO constateerde dat de Tefaf bij oudheden te weinig op de herkomst let, kwam geen reactie.

Voorzitter Dave Aronson van het dagelijks bestuur van de Tefaf zegt desgevraagd “geen commentaar te geven op zaken uit het verleden“.

Wat het RMO niet wist: Blondeel, kort lid van IADAA, heeft een koper schadeloos moeten stellen, omdat een door hem verkochte Egyptische stele, een grafzuil, gestolen bleek te zijn. Op zijn beurt kreeg Blondeel geld terug van de handelaar waar hij de stele had gekocht: dezelfde Phoenix Ancient Art, waar hij later ook het Bactrische beeldje zou kopen. Phoenix, die vestigingen in Genève en New York heeft, is eigendom van de beruchte broers Aboutaam.

Over de herkomst van haar topstuk op de Tefaf, een fragment van een Egyptische sarcofaag, heeft Mieke Zilverberg geen twijfels. “Uit een Nederlandse collectie uit de jaren vijftig. Met bewijs van aankoop en gecheckt bij het Art Loss Register.“