Te weinig bedrijfsleven in lokale politiek

Het aantal ondernemers dat de gemeentepolitiek in gaat, neemt toe. Maar de dadendrang van sommige wethouders die uit het bedrijfsleven afkomstig zijn, botst met de cultuur van politieke gevoeligheden.

Wim van Sluis Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel W.van Sluis,wethouder te Rotterdam & President commissaris Havenbedrijf. foto VINCENT MENTZEL.Rotterdam, 30 maart 2004 Mentzel, Vincent

Er moeten meer mensen uit het bedrijfsleven de gemeentepolitiek in. Dat is de boodschap die ondernemersorganisatie VNO-NCW vrijwel permanent uitdraagt. Politieke partijen willen graag gehoor geven aan die oproep, maar waarom zou een manager of directeur wethouder willen worden?

De verdiensten vormen het meest voor de hand liggende bezwaar. Volgens de jaarlijkse ranglijst van salarissen van managementbureau Berenschot verdient een wethouder van een middelgrote stad 70.500 euro bruto op jaarbasis. Wethouders van grote steden ontvangen 108.500 euro. Voor het hogere kader in het bedrijfsleven is dat nog altijd een schijntje. Ter vergelijking: het salaris van een algemeen directeur van een middelgrote organisatie ligt gemiddeld meer dan 70 procent hoger dan dat van een grootstedelijke wethouder.

“Je kunt wethouderssalarissen wel verhogen, maar je komt toch nooit aan de hoge salarissen uit het bedrijfsleven“, zegt woordvoerder Angélique Heijl van VNO-NCW. “Maar mensen die wethouder willen worden, hebben vaak een duidelijk doel voor ogen, ongeacht wat ze daarvoor betaald krijgen.“

Volgens Heijl is de politieke cultuur in veel gevallen een groter obstakel voor ondernemers dan het salaris. “Ondernemers zijn gewend om risico's te nemen. Dat staat de vergadercultuur nogal eens in de weg. Het irriteert mensen uit het bedrijfsleven dat het soms maanden duurt voordat een eenvoudige vergunning wordt verleend.“

De lobby voor ondernemers in de politiek kreeg een steuntje in de rug door de in 2002 van kracht geworden Gemeentewet. Door deze wet konden wethouders voortaan van buiten de gemeenteraad worden aangetrokken. Volgens Marcel Boogers, universitair docent bij de Tilburgse school voor politiek en bestuur van de Universiteit van Tilburg, heeft dit gezorgd voor een toename van wethouders uit het bedrijfsleven. Boogers: “Aanvankelijk bestond er bij politieke partijen een zekere koudwatervrees om wethouders van buiten de eigen partijkring aan te stellen. Maar al snel kregen partijen door dat ze dankzij de nieuwe wet kunnen putten uit een veel grotere vijver van bestuurstalent.“

Uit een studie van onderzoeks- en adviesbureau SGBO blijkt dat 84 gemeenten direct na de raadsverkiezingen van 2002 een wethouder van buiten hebben aangesteld, gevolgd door nog eens 48 gemeenten die tussentijds een externe wethouder hebben geworven. Naar schatting zijn er 234 wethouders van buiten de raad actief, ongeveer 14 procent van het totale aantal wethouders. De helft van hen had zonder de nieuwe Gemeentewet geen wethouder kunnen worden.

Toch is slechts 1 procent van alle wethouders een nieuw gezicht in het lokaal bestuur. Alle andere wethouders van buiten waren al lid van een partij of hadden al ervaring in de gemeenteraad of elders in het openbaar bestuur.

Politicoloog en bestuurskundige Boogers plaatst nog een andere kanttekening bij de wethouders van buiten: ze treden naar verhouding meer af dan “gewone' wethouders. “Ze zijn vaak op zakelijke gronden aangesteld“, zegt Boogers. “Dat zorgt ervoor dat hun partijen minder loyaal zijn bij conflicten en dus sneller hun vertrouwen opzeggen.“ Uit het bedrijfsleven afkomstige wethouders volgen vaak hun eigen beleidslijn, aldus Boogers. “Dat kan erg verfrissend werken, maar soms is het contraproductief. Sommige wethouders van buiten hebben een enorme dadendrang, en houden daarbij niet altijd de gevoeligheden van de politieke cultuur in het oog.“

Ook in de gemeenteraad stijgt het aantal personen dat uit het bedrijfsleven afkomstig is. Het opinieblad Forum van VNO-NCW maakte een studie naar de beroepsachtergrond van politici. Daaruit blijkt dat het percentage gemeenteraadsleden uit de particuliere sector is gestegen van 39,8 procent in 1997 tot 45,1 procent in 2002. Dat is nog niet het percentage dat je op grond van evenredigheid zou mogen verwachten - 49 procent werkt in het bedrijfsleven. Volgens Angélique Heijl van VNO-NCW hebben vooral de linkse partijen nog een inhaalslag te maken.

In de twintigste eeuw werd de gemeentepolitiek niet onterecht een democratie van ambtenaren en leraren genoemd. Die hegemonie is grotendeels voorbij. VNO-NCW denkt dat de trend zal doorzetten. Ook politicoloog Boogers gaat daarvan uit: “Na deze verkiezingen zullen er meer wethouders van buiten de raad worden aangesteld“, zegt hij. “Daar zitten veel ondernemers tussen.“