Publieke omroep zet mes in zendtijd kunst

De documentairerubrieken Close Up (AVRO) en Het uur van de wolf (NPS) moeten vanaf het najaar één uur tv-zendtijd per week samen delen. Nu hebben de rubrieken nog elk hun eigen wekelijkse uur voor kunstdocumentaires.

In de nieuwe zenderindeling van de publieke omroep die na de zomer in werking treedt, is voor documentaires over kunst slechts één uur per week ingeruimd - op de zondagavond tussen 7 en 8 uur op Nederland 2, de zender die het etiket “het verdiepende net“ krijgt. Strikt genomen wordt de totale zendtijd voor dit genre niet gehalveerd, maar met een derde teruggebracht, omdat tegelijk de zomerstop is geschrapt.

Hoe de AVRO en de NPS hun rubrieken gaan voortzetten, is nog niet bekend. Beide programma's hebben voor het komende seizoen al enkele tientallen afleveringen in voorbereiding en zelfs in productie.

Close Up bestaat sinds 1994 en legt zich toe op informatieve kunstdocumentaires, terwijl Het uur van de wolf in 1995 begon en vooral documentaires wil uitzenden met een duidelijke signatuur van de maker. Sommige uitzendingen moeten wellicht een jaar worden uitgesteld. Vaststaat dat er voorlopig veel minder nieuwe opdrachten aan documentairemakers zullen worden gegeven. “Ook veel filmers gaan hier last van krijgen“, zegt een betrokkene. Zelf willen de omroepen geen commentaar geven zolang de besprekingen over de zenderindeling nog gaande zijn.

Deze nieuwe zenderindeling moet meer kijkers naar de publieke omroep trekken. Het kunstaanbod komt grotendeels op Nederland 2 terecht, op de zondag van 5 tot 8 uur. Of daarin ook ruimte zal zijn voor een R.A.M.-achtig programma, is onzeker. Hoewel de VPRO op zondag 2 april begint met de nieuwe wekelijkse kunstrubriek Picabia, als opvolger van het wegens te lage kijkcijfers opgeheven R.A.M., weet men nog niet of die na de zomer kan worden voortgezet.