Overwinning van links is kiezersbedrog

Ook na deze ongunstige verkiezingsuitslag moeten liberalen niet wanhopen. Zij hebben het gelijk aan hun kant, betoogt Auke Leen.

Ook deze keer is links, en zelfs heel goed, met grootschalig kiezersbedrog weggekomen. De liberale strategie zal niet moeten zijn dit kiezersbedrog op de traditionele manier te bestrijden, namelijk door naar het politieke midden op te schuiven. Het liberale morele gelijk is het enige antwoord dat werkt.

Het oudste kiezersbedrog is het geloof dat links de partij is voor de armen en verdrukten. Ruim 50 procent van de kiezers is misleid en draait op voor de gevolgen: een blijvende afhankelijkheid van de overheid. Want de werkelijkheid is anders. Iedere maand ontstijgen een miljoen Chinezen de armoede. Hoe doen ze dat? Op de manier van Mao, toen China nog populair bij links was, met een herverdelende en sturende overheid? Nee. Ze doen het op de ouderwetse manier: door zelf welvaart te creëren. Behalve de mensen de vrijheid geven doet de Chinese overheid niet zoveel.

De grenzen van de herverdeling zijn bereikt. Overheidssteun - specifieke groepen zoals zwakbegaafden, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen daargelaten - die het minimum te boven gaat, legt de prikkels voor de werker en ontvanger gewoon verkeerd. Bovendien is het water verplaatsen met een lekkende emmer. Om een euro bij een arme te krijgen, moet niet een euro bij een rijke worden weggehaald. Was het maar zo. Een euro aan uitkering brengt een euro extra aan uitvoeringskosten met zich mee. Het is net als ontwikkelingshulp: hoofdzakelijk steun van de ene overheid aan een andere. Wat de ontvangers zelf betreft, hulp betekent altijd en overal afhankelijkheid. Er is geen volk dat zoveel en zolang hulp heeft ontvangen als het Palestijnse volk; zijn afhankelijkheid is alleen maar gegroeid.

Overheidsuitgaven gaan ook altijd ten koste van private uitgaven die als gevolg van belastingafdrachten niet kunnen plaatsvinden. Maar het kwaad is groter. Denk aan de vrouw die door de hoge belastingen wordt afgeschrikt om naast haar kantoorbaan nog een eigen bedrijfje te beginnen. De samenleving verliest ook deze opbrengsten. Een algemene regel is dit indirecte effect op vijftig eurocent per euro betaalde belasting te schatten.

Hoe reageren de liberalen, met een karige 20 procent van de kiezers, op de verkiezingsuitslag? Schuiven ze op naar het politieke midden? Een beproefde strategie. Daar zijn immers de kiezers. Niets is minder waar. Het is een zouteloos compromis tussen politieke standpunten en beleidsdoelen, dat geen verband houdt met de waarden en aspiraties van de kiezers. Het politieke dividend is klein en vluchtig.

De oplossing is het individu, diens creativiteit, unieke kennis en eigen verantwoordelijkheid op de markt de ruimte geven. Individuen doen er toe! Dat de economische en politieke toekomst anders is dan wij nu kunnen voorzien, is daarop gebaseerd. Hoe zou het politieke landschap eruit hebben gezien als Fortuyn nog had geleefd en ziet het eruit nu Van Aartsen is afgetreden en Wiegel zich niet kandidaat stelt? Over individuen gesproken.

Maar hoe overtuig je de kiezers ervan dat het om individuele vrijheid gaat? Er zijn ideeën die al negen keer op een rij hun waarheid hebben bewezen en toch een tiende keer niet worden gebruikt. Andersom zijn er ideeën die al negen keer zijn mislukt en toch een tiende keer weer worden beproefd. Dat de markt werkt is een voorbeeld van het eerste, overheidsbeleid van het tweede.

Een ervaren spreker heeft eens opgemerkt dat hij bij al zijn lezingen nog nooit had meegemaakt dat een toehoorder op grond van materiële motieven zijn standpunt over de vermeende heilzame werking van de overheid had gewijzigd. Ieder materieel offer werd op de koop toegenomen. De enige manier waarop hij dit had zien gebeuren, was door een morele heroriëntatie.

Moeten we dan gaan spreken van een sociale markteconomie? Zoals Bush een compassionate conservative zegt te zijn. Maar het liberalisme is helemaal geen economische theorie. Slechts in zijn toepassing geeft het een grote materiële groei. De zaak ligt precies omgekeerd. Juist links onderwerpt alle overwegingen aan een materiële toets. De materiële zijde is dominant en dient - met grote spoed - planmatig te worden afgedwongen. Voor de liberaal, daarentegen, is de mens naast een materieel ook, en primair, een geestelijk wezen. Vast staat dat wij verschillen en uniek zijn; het verhaal van je leven moet je eigen verhaal zijn. Aan die morele kant geeft de liberaal de voorkeur. Echte morele keuzes kunnen ook alleen maar in vrijheid worden gemaakt. Deze vorm van abstracte vrijheid is niet wat links wil. Linkswil concrete vrijheden die daarvoor door de overheid zijn gecreëerd.

Kortom, de liberale weg na deze uitslag moet niet een keuze zijn voor een vermeende grootste gemene deler. Ook een verkiezingsstrategie die wijst op een werkloosheid die lager is dan het gemiddelde over de afgelopen dertig jaar, een inflatie die praktisch niet lager kan en een economie die zich verrassend goed houdt in een periode van globalisering, wint geen kiezers. De liberaal kan beter. Hij heeft niet alle antwoorden maar wel het morele gelijk dat er het meeste toedoet. Dat moet worden duidelijk gemaakt aan de kiezers en zal de gemeenschappelijke grond blijken waarop zij elkaar vinden.

Dr. A.R. Leen is als econoom werkzaam bij de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden.