Oorlog om water, olie en klimaatverandering

Niet alleen terrorisme, maar onenigheid over milieuschade kan een belangrijke oorzaak van internationaal conflict vormen. “Maar het kan landen ook bijeenbrengen.“

Regeringen en hulporganisaties moeten klimaatverandering, milieu en energie een veel prominentere rol geven bij hun buitenlandse beleid. Landen als Nederland onderkennen onvoldoende dat klimaatverandering, maar ook de beschikbaarheid van water, hout, olie en diamant, een grote rol speelt bij het ontstaan van gewapende conflicten. Aldus nationale en internationale deskundigen op een bijeenkomst, gisteren op het ministerie van VROM in Den Haag, over de relatie tussen milieu en veiligheid in de wereld.

Milieu zal vaker tot conflicten leiden, zo is de verwachting. Maar ook zullen milieuproblemen in de toekomst veel gewapende conflicten voorkomen, doordat verschillende groepen geen andere uitweg zien dan samen deze problemen het hoofd te bieden. Staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu, CDA) zegt van dat laatste doordrongen te zijn, al was het maar door de samenwerking die Nederland heeft met andere landen bij het watermanagement van de Rijn.

De dreiging van conflicten gaat volgens deskundigen niet zozeer uit van landen die elkaar willen bevechten om de beschikbaarheid van hulpbronnen als water. “De enige wateroorlog uit de geschiedenis heeft zich duizenden jaren geleden afgespeeld in Mesopotamië“, aldus Kees Homan van Instituut Clingendael. Meer ellende valt te verwachten van aanslagen op de kwetsbare energie-industrie, voorspelt Clingendael-onderzoeker Jacques de Jong. Daarbij komt het “Katrita-effect', dat wil zeggen het effect dat natuurrampen als de stormen Katrina en Rita hebben op de olie-industrie, zoals uitval van productie. Directeur Alexander Carius van Adelphi Research, een instituut uit Berlijn: “Ik was laatst op het ministerie van Defensie in Londen. De mensen daar vertelden me dat op de lange termijn niet terrorisme het grootste gevaar is voor het ontstaan voor conflicten, maar klimaatverandering.“

Anderzijds zullen steeds meer landen inzien dat de afhankelijkheid van milieu, klimaat en grondstoffen eerder méér dan minder samenwerking met andere landen vereist. Georg Frerks, hoogleraar conflictbeheersing aan de Universiteit Utrecht: “Ik ben geen verstokte idealist, maar in veel gevallen kan het milieu worden gebruikt als constructief instrument om vrede te brengen.“ Helaas zijn regeringen daar niet altijd voor toegerust. Tweede-Kamerlid Diederik Samsom (PvdA) vindt bijvoorbeeld dat er op dit gebied veel meer samenwerking moet komen tussen het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking en VROM. Zodat minister Agnes van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) nooit meer zegt dat de energievoorziening in Afrika niet per se duurzaam hoeft te zijn.

Ook Nederlandse militairen kunnen op hun vredesmissies wel wat steun van milieudeskundigen gebruiken, zegt Homan. “Dat zou een goed idee zijn.“ Hulporganisaties zouden zich door kenners van natuur en milieu beter moeten laten voorlichten, stellen de deskundigen. Want het kan gebeuren dat natuurrampen bevolkingsgroepen nader tot elkaar brengen, zoals in het Indonesische Atjeh het geval is, aldus hoogleraar Frerks, maar het kan ook gebeuren dat een natuurramp de conflicten juist vergroot, zoals op Sri Lanka, waar grote onenigheid ontstond over de verdeling van de hulpgoederen.