In het noorden van Kenia lachen alleen de hyena's

Koeien en geiten sterven massaal in het noorden van Kenia. Voor het herdersvolk van de Samburu's komt het einde in zicht. “Nu bijna al mijn koeien dood zijn, zie ik geen reden meer om te leven.“

Een Maasai-herder loopt langs het karkas van een zebra. In Kenia sterven vee en wild door droogte. Nomaden als Maasai en Samburu’s lijden honger. (Foto Reuters) A Maasai man passes near a zebra carcass near Isinya in Kenya, March 7, 2006. Hundreds of people and tens of thousands of livestock have died from hunger and thirst across a vast region in east Africa, encompassing some of Africa's poorest and most arid zones. REUTERS/Radu Sigheti REUTERS

Wamba, 8 maart. - De wereld is grauw en grijs geworden. Er zit geen groen meer in het landschap. Na maanden zonder regen staat de natuur in overlevingsstand. Er heerst een doodse stilte in de kraal van de Samburu's, een herdersvolk in het noorden van Kenia. Er liggen kadavers van koeien, kalveren en geiten. Alleen de hyena's lachen.

Een koe gaat door de knieën, de angstige bruine ogen gericht op haar herder, een Samburu die het liefst zou huilen. “Ik probeerde haar nog pap te geven, maar ze kon niet meer“, zegt Lelemewa. “Tegen deze droogte kan niemand op.“ Gisteren overleden al twee van zijn koeien.

Geen nomade wil de vraag beantwoorden hoeveel koeien hij nog over heeft. Vele miljoenen stuks vee zijn al gestorven. Bij de Maasai in het zuiden van Kenia is meer dan de helft van de runderen al dood. De Samburu's hebben een derde van hun vee verloren. Bij de Somaliërs in het noordoosten zijn bijna geen koeien meer in leven. Voor een nomadische veehouder komt het einde in zicht. “Nu bijna al mijn koeien dood zijn, zie ik geen reden meer om te leven“, zegt Lelemewa.

Nomaden praten veel. Over vroeger, toen er ook droogtes waren, toen de natuur ook soms afstierf en toen ook de krijgers met hun vee moesten wegtrekken om te zoeken naar het laatste groen. “Herinner jij je nog dat je je eerste echtgenote kreeg“, vraagt een oudere Samburu aan een man uit een jongere leeftijdsgroep, “toen was er ook zo'n droogte. En toch was de honger minder ernstig.“

De jongere man begint te vertellen over zijn vervlogen tijd als krijger. “Ach, toen waren er nog zo weinig mensen. Als het één week regende, groeide er genoeg gras voor alle beesten. Toen hadden de droogtes veel minder effect.“

Hij smijt een steentje weg. “Kijk om je heen“, wijst hij naar de omgeving van bergen en vlaktes, een grote ruimte zonder stenen huizen of elektrisch licht. Voor de stadse buitenstaander oogt het als een verlaten wildernis. “Het raakt hier vol, vroeger stond hier één kraal, nu wel vijf.“

Lelemewa roept in de ruimte. Achter een rots verschijnt zijn broertje die de geiten hoedt. Geiten grazen het laatste gras weg onder stenen. Hun kleine snuiten vinden altijd wat eetbaars. De zweetdruppels lopen langs de ranke nek van het herdersjochie. “De geiten schieten alle kanten uit“, zegt hij. “Het is moeilijk ze bij elkaar te houden“, vertelt hij. “En de jakhalzen dringen steeds meer op.“

Een stofwolk drijft tegen het einde van de dag de geiten de kraal in. De oude man Lepère kijkt bedroefd naar het schamele stelletje beesten.

Hij grijpt een schaap bij de poten. “Ik probeerde haar vorige week op de markt te verkopen. Niemand bood me meer dan vijf euro. Ik denk dat ik haar vanavond maar opeet.“ De beesten huppelen niet. Ze blèren niet. “Ze paren zelfs niet“, vertelt Lepère, “want niemand is hier gelukkig.“

In haar onderkomen van koeienstront rust de echtgenote van Lepère uit van de lange tocht met de ezels om water te halen. Haar vier kinderen zeuren om melk. De geiten hadden vandaag niets. Dat wordt weer soep van geitenkop vanavond. Ze hangt de kop van het geslachte beest aan de wand naast de kalebas met water. Haar echtgenoot zit met de mannen onder de naakte sterrenhemel. “De wolken missen kracht“, mompelen de heren. “Iedere keer bijten de droogtes dieper.“

De oude heren praten over onderwijs. Na lange debatten besloten zij twintig jaar geleden hun kinderen naar school te sturen. “Daarvan gingen wij het voordeel inzien“, zegt een heer met pofhoed. Het woongebied van de Samburu's is veranderd. Kinderen in schooluniform leggen dagelijks grote afstanden af voor onderwijs. Afgestudeerde kinderen die werk vonden in de steden, zenden een paar euro per maand naar de kralen van hun ouders.

De grote zandbak van Noord-Kenia blijft echter het meest onderontwikkelde, het meest veronachtzaamde gedeelte van het land. Nomaden hebben geen invloed op de machthebbers in de verre stad.