Het land...

De kiezer heeft gesproken. In 419 Nederlandse gemeenten is een nieuwe raad gekozen en ruim 23 procent van de stemmen is uitgebracht op de PvdA. Samen met de SP die het aantal zetels op lokaal niveau meer dan verdubbelde, van 157 naar 333, zijn de sociaal-democraten de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. GroenLinks, dat al langer zinspeelde op een “linkse lente', heeft daar zelf een matige bijdrage aan geleverd. De partij verloor een paar zetels.

Op lokaal niveau kan nu worden gewerkt aan de vorming van de wethouderscolleges. Dat is waar deze verkiezingen voor waren uitgeschreven. De linkse partijen hebben nu in veel plaatsen de mogelijkheid het voorbeeld te volgen van Nijmegen, het “Havana aan de Waal'. Daar bestaat het college al sinds 2002 uit wethouders van PvdA, GroenLinks en SP. Het is verstandig dat PvdA-leider Bos gisteravond liet weten dat hij niet van plan is zich te bemoeien met de collegevorming.

De linkse schokgolf die door de gemeentepolitiek gaat, heeft op nationaal niveau gevolgen. VVD-leider Van Aartsen heeft zijn consequenties getrokken uit de nederlaag die zijn partij heeft geleden: hij is afgetreden als fractievoorzitter. Dat is een vreemde figuur, maar niettemin zuiver. Hij heeft immers zelf voluit campagne gevoerd alsof het verkiezingen voor de Tweede Kamer betrof. Bovendien heeft hij zijn pijlen voornamelijk gericht op de PvdA. En die partij is nu juist de grote winnaar geworden. Het is daarom te billijken dat hij zich deze nederlaag aanrekent.

Van Aartsen verklaarde dat zijn aftreden niets te maken heeft met zijn omstreden ambitie lijsttrekker te worden van zijn partij. Feit is wel dat het erelid Wiegel, die poseerde als de aan Van Aartsen gekoppelde kandidaat-premier, vanochtend ook bekend heeft gemaakt dat hij niet “niet beschikbaar is voor een terugkeer in de landelijke politiek“. Dat is een eveneens juiste beslissing. Het duo Van Aartsen/Wiegel was te veel een rijwiel met hulpmotor.

Met zijn vertrek maakt Van Aartsen de weg vrij voor een nieuwe leider. Een leiderschapswissel van een regeringspartij is een hachelijke onderneming. Staatssecretaris Rutte (Onderwijs) wordt genoemd als kanshebber. Hoewel Van Aartsen erop hamert dat hij álle verantwoordelijkheid draagt voor het verlies, wat hem siert, is Rutte de leider geweest van deze mislukte verkiezingscampagne. Minister Kamp (Defensie) is een andere serieuze gegadigde die in een “theoretische analyse' al van zich liet spreken als mogelijke opvolger. Formeel gaat de fractie over het eigen voorzitterschap. De minister-president speelt bij dit alles ook nog een rol: het gaat mogelijk om een spelerswissel in zijn kabinet. Maar veel druk zal de CDA-premier niet kunnen uitoefenen omdat het hier vooraleerst een interne VVD-aangelegenheid betreft. Bovendien is het de vraag of de uitslag van de raadsverkiezingen niet zijn “eigen dynamiek' zal krijgen bij het CDA zelf. Het CDA verloor bijna evenveel zetels als de SP er in totaal bezit. Met ruim 3,4 procent achteruitgang zijn de christen-democraten de grootste verliezers. Het is hun eerste verkiezingsnederlaag sinds Balkenende regeert. Hoewel hij formeel niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze uitslag, klinkt het eerste gemor op uit de achterban. Het kabinet-Balkenende II wankelt, weer.